chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektroniczna platforma na rzecz uczenia się dorosłych w Europie

 
 

Blog

Enkele gedachten over werving NT1-deelnemers

27/11/2018
by NSS EPALE Nederland
Język: NL

Werving van NT1-deelnemers

De NT1-doelgroep bestaat uit deelnemers die goed in het Nederlands aanspreekbaar zijn: een mix van moedertaalsprekers en anderstaligen die het Nederlands al redelijk beheersen. Voor NT2-ers is Nederlands de tweede taal; zij moeten deze nog verwerven. 

Over het algemeen weet de laatste doelgroep de weg naar cursussen prima te vinden. Het leren van een nieuwe taal is heel vanzelfsprekend als je niet in Nederland bent geboren. Veel lastiger is het om de NT1-doelgroep de stap te laten zetten naar een cursus waarin zij hun basisvaardigheden kunnen verbeteren. Eén op de negen mensen in Nederland noemen we laaggeletterd. Dat betekent dat hun beheersing van de basisvaardigheden onvoldoende is om voluit mee te kunnen doen in de samenleving. 

Cijfers laten zien dat het aantal cursussen voor NT1-leerders over de jaren heen dramatisch is gedaald (M. Tubbing, M. Matthijsse, Het recht op leren, ook voor NT1’ers? Pagina 41). 
De programma’s die gericht zijn op ‘Herkennen en doorverwijzen’ hebben weinig effect. Herkennen lukt wel, maar doorverwijzen niet. Het thema staat op de kaart, de discussie loopt, maar de deelnemers blijven weg. Alternatieven worden omarmd. Men richt zich op allochtonen (zij hebben ook scholing nodig…) of op preventie (voorkomen is beter dan genezen…) of op heldere taal (dat is goed voor de doelgroep…) allemaal goed en waar, maar het is geen werving NT1!

Deze mensen vinden en bereiken is vaak een moeizaam proces. Hoe komt dat?

NT1-leerders zijn vaak benaderd op basis van bepaalde kenmerken. NT1-ers met een leerwens heten ‘laaggeletterd’ en vaak wordt geconstateerd dat ze te maken hebben met schuldenproblematiek en er een ongezonde leefstijl op nahouden. Ook worden ze beschouwd als kostenpost voor de samenleving: laaggeletterdheid kost de samenleving handenvol met geld.

Als je uitgaat van de leerwensen van de volwassenen zelf, hoef je hen niet als doelgroep met specifieke kenmerken te benoemen. De leerwens vormt namelijk telkens andere doelgroep. Om een voorbeeld te noemen: een opa die wil kunnen begrijpen wat zijn kleinkind schrijft, kun je niet vergelijken met een werknemer die de digitale communicatie van de overheid, bedrijven en organisaties moet kunnen oppakken. In problemen met dat laatste zullen ook veel mensen die zichzelf niet als laaggeletterd beschouwen, zich herkennen, temeer daar gebruiksvriendelijkheid en taaltoegankelijkheid vaak geen aandacht hebben gekregen in het digitaliseringsproces.

Marian Jansen - de Goede (Zet een Punt) en Riet Thijssen (EPALE)

 

Dit blog hoort bij het Dossier Werving specifieke doelgroepen in de volwasseneneducatie

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn