chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

“Een onderzoek naar elkaar versterken”

12/07/2017
door NSS EPALE Nederland
Taal: NL

/nl/file/imagebase2313jpgimagebase23_13.jpg

 

De afgelopen jaren is een toenemende inzet van vrijwilligers bij het begeleiden met anderstalige en laaggeletterde volwassenen waar te nemen in Nederland. Vrijwilligers zijn, naast beroepskrachten, onlosmakelijk onderdeel van het huidige educatielandschap. De vraag in hoeverre de inzet van vrijwilligers bijdraagt aan de kwaliteit van het leren door volwassenen is niet eenduidig te beantwoorden. Dat geldt ook voor de vraag of het inzetten van vrijwilligers leidt tot meer volwassenen die hun basisvaardigheden kunnen en willen verbeteren.

En hoe zit het met het leren van de vrijwilligers en beroepskrachten zelf? Wat leren professionals van het samenwerken met vrijwilligers en wat leren vrijwilligers in de samenwerking met beroepskrachten?

 

/nl/file/logo-designerpng-2logo-designer.png

Vanuit het perspectief van taal coaching van anderstaligen is enig optimisme over de inzet van vrijwilligers te bespeuren. Er is bij een breed netwerk van vrijwilligersorganisaties duidelijkheid over wat vrijwilligers kunnen doen en wat het domein van beroepskrachten is. Taalvrijwilligers zorgen ervoor dat anderstaligen hun taal (met name de mondelinge vaardigheden) oefenen en verbeteren en toepassen in het dagelijkse leven. De deelnemers krijgen hierdoor zelfvertrouwen. Op deze manier is taal coaching een waardevolle opstap naar of aanvulling op formeel onderwijs, zoals een inburgeringscursus of taalcursus. Dit formele (taal)onderwijs zal begeleid moeten worden door geschoolde beroepskrachten. In het Erasmus+ project VIME zijn modellen ontwikkeld waarbij vrijwilligers en beroepskrachten samen kunnen werken. 

 

Vanuit het perspectief van de aanpak van laaggeletterdheid en de bekostigde educatie wordt de toenemende inzet van vrijwilligers de laatste jaren meer gezien als een drastische verandering ten opzichte van de jaren daarvoor. Die verandering is ingezet vanaf ongeveer 2012 met de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe aanpakken voor laaggeletterdheid. De inspiratie hiervoor lag in succesvolle ervaringen met inzet van vrijwilligers in met name Engeland (Skills for Life).  Vanaf 2015 is deze aanpak op basis van positieve resultaten in een aantal proefregio’s verbreed over heel Nederland. Tegelijkertijd worden met de toenemende inzet van vrijwilligers ook vragen gesteld en zorgen geuit over de effectiviteit en de kwaliteit van leertrajecten, waarbij vooral vrijwilligers worden ingezet (zie hiervoor de blog van Marian Janssen).

 

De zorgen gelden met name voor leertrajecten voor Nederlandstalige volwassenen. Voor deze doelgroep gelden andere basisfactoren dan voor anderstaligen. Dat begint al met het vinden, bereiken en motiveren van mensen om te gaan leren. Niet kunnen lezen en schrijven is bij autochtone volwassenen sterk verbonden met gevoelens van falen en schaamte. Sociale en persoonlijke ondersteuning is en blijft belangrijk in de begeleiding van deze deelnemers. Dat stelt specifieke eisen aan de kwaliteit van begeleiding en de competenties van vrijwilligers en beroepskrachten. Bij migranten spelen gevoelens van falen en schaamte minder een rol. Die verschillen zijn belangrijk bij de vraag of en hoe vrijwilligers ingezet kunnen worden.

 

Dé oplossing voor de toenemende vraag naar taaltrajecten, rekentrajecten en cursussen digitale vaardigheden is er niet. Het werken met vrijwilligers kan, maar wat wordt dan de rol en taak van de beroepskracht? Hoe verhouden zij zich tot elkaar?  En hoe zorgt een organisatie ervoor dat de vrijwilliger die wordt ingezet over voldoende competenties beschikt om zijn taak naar behoren uit te oefenen en wat is “naar behoren”?

Welke ervaringen en verkregen inzichten met inzet van vrijwilligers bij anderstaligen zijn relevant en bruikbaar voor de aanpak van laaggeletterdheid bij Nederlandstaligen?

 

In dit dossier onderzoeken we de inzet van vrijwilligers in (taal) trajecten versus de inzet van beroepskrachten. Welke (beleids-) keuzes worden gemaakt? Wat zijn de afwegingen van organisaties en van de overheid? We willen ook beroepskrachten en vrijwilligers zelf aan het woord laten. Hoe ervaren vrijwilligers de samenwerking met beroepskrachten en hoe kijken beroepskrachten aan tegen de samenwerking met vrijwilligers?

 

We gaan in gesprek met verschillende partijen en geven op die manier het thema groeiend vorm en inhoud. We hopen zo een bijdrage te leveren aan de discussie, maar ook een aanzet te geven tot een beleid waarin plaats is voor de vrijwilliger en de beroepskracht, zonder elkaar als concurrenten te zien. Een onderzoek naar elkaar versterken, kansen en kwaliteit waarbij het opleidingsbelang van de deelnemer centraal staat.

 

 

Juli 2017, Paul Steehouder (CINOP) en Marian Janssen- de Goede (Zet een Punt)

 

Dit artikel hoort bij het Dossier: Beroepskrachten en vrijwilligers in de volwasseneneducatie  

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn