chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Nieuws

Samenvatting van een kwalitatieve studie van volwassenen met laag niveau van kwalificaties, in afwachting of hervat van training

09/06/2020
door Michèle MOMBEEK
Taal: NL

Deze kwalitatieve studie dient om te begrijpen welke plaats de pedagogische dimensie heeft in de moeilijkheden die volwassenen met een laag kwalificatieniveau ondervinden om een leersysteem te volgen en vol te houden. Zoals we aan het begin van het rapport hebben uiteengezet, was het niet onze bedoeling om andere belangrijke factoren[1] te ontkennen die ook schooluitval en het stopzetten van de opleiding kunnen verklaren. We houden er echter rekening mee dat het pedagogische aanbod van het opleidingstraject de motivatie van de lerenden aanzienlijk kan beïnvloeden wanneer zij hun eerste stappen naar hun sociale en professionele integratieproces zetten. Vandaar onze interesse om het opleidingsaanbod door de ogen van de lerenden te analyseren.

Om een antwoord te geven op onze centrale vraag "In welke mate kan de kruising tussen een psychosociaal profiel en een opleidingsaanbod de inschakeling in, het succes van en het gebruik van een onderwijs- of opleidingssysteem verklaren?", hebben we gebruikgemaakt van zeer uitgebreide methodes waarbij uitspraken uit semigestructureerde interviews[2] met mensen met een laag kwalificatieniveau werden geïnterpreteerd.

Tijdens die ontmoetingen hebben we vastgesteld dat de lerenden uiteenlopende motieven hebben voor het volgen van een opleidingstraject:

  • de initiële motivatie om "productieve mensen te worden" (Havighurst, 1964)[3] door kennis, vaardigheden en gespecialiseerde vakkennis te verwerven,
  • de bijkomende motivatie om een nieuwe "identiteit als werkne(e)m(st)er" te verwerven,
  • een streven naar erkenning,
  • een verlangen naar sociale transformatie.

De meeste mensen die we hebben ontmoet, voelen weinig vertrouwen in zichzelf en in anderen. Ook incompetentie en onkunde zijn gevoelens die bij ons publiek aanwezig zijn. De opeenvolging van mislukkingen waarmee de mensen al van jongs af aan werden geconfronteerd, vormt een van de factoren die hun emotionele instabiliteit beïnvloeden. Het is mogelijk dat sommige mensen met een laag kwalificatieniveau hun "onzekerheden" daardoor uitdrukken door middel van gedrag zoals "verwaarlozing, vlucht, vijandigheid ..." (Faulx & Danse, 2015) als reactie op hun innerlijke psychologische toestand. Als gevolg daarvan uitten de volwassenen ruimschoots hun gevoelens met betrekking tot de steun die zij tijdens hun schoolcarrière kregen.

Uit de uitspraken van het "jongvolwassen" publiek blijkt ook dat tegenover de onderwijsinstellingen een groot wantrouwen bestaat dat verband houdt met een gebrek aan pedagogische en emotionele steun van het pedagogische team. Die negatieve ervaringen kunnen verklaren waarom "jongvolwassenen" in positieve zin meer geraakt worden door het type begeleiding op maat dat zij bij opleidingsverstrekkers zoals CISP's (centra voor socioprofessionele integratie) en vzw's krijgen. De resultaten tonen aan dat de aandacht op maat die tijdens de pedagogische begeleiding van het opleidingsproces wordt gegeven, een cruciaal element van het traject is. Nadenken over de toepassing daarvan in om het even welke vormings- en opleidingscontext is dan ook van essentieel belang.

Bovendien kan via systemen voor individuele begeleiding het saamhorigheidsgevoel worden bevorderd. En bevordering van dat gevoel "erbij te horen" bij de lerenden is net een manier om hun "emotionele armoede" te bestrijden (Guay, 2018, blz. 39) en biedt steun om hun "aanpassingsmoeilijkheden" ten aanzien van hun aanvankelijke verwachtingen te overwinnen.

Daarnaast merkten we een algemene tevredenheid over de kwaliteit van de pedagogische relatie tijdens de oriëntatie- en informatieprocessen. Zoals in de uitspraken van één lerende[4] naar voren kwam, zijn de volwassenen die we hebben ontmoet van mening dat de professionals die verantwoordelijk zijn voor de trajecten voorafgaand aan de opleiding betere relationele vaardigheden bezitten. Die vaststelling doet ons nadenken over de impact van een menselijk onthaalbeleid. Nieuwe richtlijnen voor de begeleiding van mensen in een onzekere professionele situatie kunnen leiden tot betere effecten op de motivatie wanneer werkzoekenden een opleiding willen volgen. Daarom vinden wij het noodzakelijk om voortdurend te sensibiliseren rond de "positie van de begeleider" om de kennis en knowhow op te frissen, te vernieuwen en te verdiepen met het oog op pedagogische begeleiding van goede kwaliteit. Die denkpiste wordt ook algemeen gevolgd door de synergiepool van het IBEFE WAPI. De opleidingsverstrekkers die meewerken aan het denkwerk rond "de verwerving van basisvaardigheden" hebben ook gemerkt dat het noodzakelijk is om hogerop te werken aan de "gelijke" positie van de begeleider (Faulx & Danse, 2015) zodat een context van zekerheid ontstaat die essentieel is om het aanleren van basiskennis te bevorderen.

Tijdens het oriëntatieproces is het gebrek aan hulpmiddelen en medewerkers echter nog steeds een obstakel om alle lerenden in gelijke omstandigheden en binnen een optimale termijn te onthalen. Bovendien stellen we vast dat "onmiddellijke oriëntatie" (Beltrame, 2019) naar opleidingen die "beschikbaar" zijn op het moment van de begeleidingsaanvraag een aanpak is die nog steeds bestaat in de begeleidingssystemen. Die "praktische dimensie" (ibidem) kan een negatieve invloed hebben op het vermogen van de lerenden om zich te verbinden aan beslissingen over hun opleidingstraject. Als er te snel en zonder overleg oriëntatiebeslissingen worden genomen, worden de kansen op schoolinschakeling immers kleiner en kan zich opnieuw een mislukking voordoen.

Integendeel, we hebben gemerkt dat collectieve voorzieningen waarmee lerenden de tijd kunnen nemen om hun "carrière uit te stippelen" (ibidem), positieve effecten op de motivatie, het leerproces en de sociale en relationele aspecten hebben. Via acties om het vermogen om te "leren leren" (5de CEG) te ontwikkelen, herkennen volwassenen duidelijker welke richting ze terug met hun leven uit willen dankzij meer zelfbewustzijn en de nieuwe interacties die ontstaan tussen de lerenden.

 

Wat betreft de voorzieningen die gericht zijn op reeds verworven competenties en kennis, merkten we dat zeer weinig wordt gebruikgemaakt van de initiatieven voor de erkenning van competenties. De geïnterviewde personen in deze studie hadden zelden toegang tot dergelijke voorzieningen. De inspanningen van de synergiepool "AlphaFleval van het IBEFE Brussel"[5] benadrukken de organisatorische bedoelingen om de toegang tot werk voor mensen met "voldoende competenties" in een bepaald beroep te bevorderen. Dergelijke acties moeten bij de opleidingsverstrekkers echter nog gestandaardiseerd en ingeburgerd geraken om de lerenden te helpen zich te concentreren op de grote integratieproblemen (meestal taalkundig) en door hen makkelijker toegang te geven tot banen waarvoor zij reeds kennis bezitten.

Ook moet worden opgemerkt dat we een groot aantal lerenden hebben ontmoet die helemaal zelf hun weg vonden in het informatieproces. Zij zijn in staat om zich te informeren, initiatieven te nemen, hun carrière volledig zelfstandig te beheren …. Ze beschikken dus over competenties die door het Europese Referentiekader worden beschreven. Daarom zou, rekening houdend met de "broze identiteiten" van volwassenen in beroepsopleidingen, de psychologische toestand van de lerenden positief kunnen worden beïnvloed door een erkenning van verworven competenties (EVC) via voorzieningen als RECTEC of Eure.K. Een dergelijk systeem werd bij de organisaties die deelnemen aan het onderzoek echter zelden ingezet voor de geïnterviewde volwassenen. Een betere kennis van hun toepassing en hun effecten blijkt noodzakelijk om de opleidingsorganisaties te helpen vertrouwd te raken met dergelijke hulpmiddelen. De effecten op de lerenden moeten nog worden onderzocht, aangezien de organisaties die toegang hebben gehad tot de EVC-systemen hiermee nog aan het experimenteren zijn.

 

De volwassenen die we hebben ontmoet, zijn over het algemeen tevreden over de inhoud die tijdens het opleidingsproces werd aangeboden. Er moet echter rekening worden gehouden met enkele nuances. We merkten dat de betekenis die volwassenen geven aan het aanleren van basisvaardigheden en transversale competenties[6] afhangt van het beroep in kwestie en het psychosociale profiel van de lerenden. Aan de ene kant zal een verbetering van de schriftelijke kennis of rekenvaardigheden motiverend zijn als de lerenden dat "nuttig" vinden met het oog op hun toekomstige beroepsuitoefening. Lerenden van buitenlandse afkomst zijn over het algemeen gemotiveerd om "beroepsgerichte" Franse cursussen te volgen, maar slechts weinig opleidingen bieden dergelijke voorzieningen aan. We stellen dan ook vast dat er nood is aan samenwerking tussen de verschillende opleidingsorganisaties om te kunnen voorzien in opleidingsprogramma's die zijn aangepast aan de behoeften van de lerenden.

Aan de andere kant kan dit ook worden waargenomen bij de transversale competenties. Bovendien wordt de betekenis die dergelijke systemen uitdragen niet altijd verduidelijkt wanneer de activiteit wordt gepresenteerd.

 

 

Daarom vinden we het noodzakelijk om de professionals te begeleiden bij de integratie van nieuwe kennis zodat ze "socio-constructivistische lestechnieken" kunnen beheersen om de lerenden te helpen bij het creëren van "bruggen" tussen de theoretische kennis en de praktijkervaring. De verbinding van theorie en praktijk is de fundamentele hefboom om het duurzaam aanleren van transversale leerstof te garanderen.

 

Bovendien is de "gelijke" positie van de opleider, die tot uiting komt via handelingen zoals luisteren, empathie voelen, bestaande kennis benutten, een beroep doen op ervaring …, een relationele houding die door de lerenden wordt erkend als een motiverende factor bij het volgen van een opleiding. Bepaalde competenties die verband houden met een "deskundige" positie van de opleider (Faulx & Danse, 2015) worden echter beschouwd als hinderpalen voor het volgen van en slagen voor de opleiding. De lerenden vermeldden ook het gebrek aan beschikbaarheid van de opleider bij taken en de "voorgeschreven" uiteenzettingen als factoren voor schooluitval.

Wat betreft de technieken van de opleidingsvoorzieningen merken we dat volwassenen graag leren door middel van methodes die gebaseerd zijn op de "experimentele pedagogiek" (Tilman & Grootaers, 2006)[7]. We hebben met name vastgesteld dat de "klassieke competenties" van de onderwijzer (Perrenoud, 1999) soms problemen veroorzaken bij het bevorderen van het leerproces in de beroepsopleiding. De lerenden houden over het algemeen van andere methodes dan de traditionele praktijken van het schoolsysteem, maar we stelden wel problemen vast bij de concrete toepassing van die methodes. Sommige opleiders verwarren de actieve methodes met de werkwijzen waarbij alles aan de lerenden zelf wordt overgelaten. We hebben gemerkt dat een verkeerd gebruik van "ervaringsgerichte" voorzieningen de motivatie en het leerproces negatief kan beïnvloeden doordat een geruststellend methodologisch kader voor de verwerving van nieuwe kennis ontbreekt. Daarom lijkt het ons noodzakelijk om de onderwijsteams te ondersteunen met permanente opleidingen gericht op een verbetering van hun kennis van de methodes uit de "experimentele pedagogiek". Samenhang tussen de twee relationele posities, namelijk de "gelijke" en de "deskundige", is van fundamenteel belang om aan de behoeften en verwachtingen van de lerenden te voldoen.

 

Tot slot wil onze studie het "hoe" van de pedagogische acties achterhalen om te begrijpen of de voorzieningen die deel uitmaken van het traject van de lerende aangepast zijn aan volwassenen met een "laag kwalificatieniveau". We hebben mensen ontmoet met verschillende achtergronden en uiteenlopende moeilijkheden die de toegang tot opleiding niet vergemakkelijken. Maar eenmaal na de start van de opleiding zijn deze mensen zeer gevoelig voor de interactiemethodes en de voorzieningen die in hun socioprofessionele integratieproces aan hen worden voorgesteld. De pedagogische dimensie heeft dus een sterke invloed op de motivatie voor, het volgen van en het succes van een opleiding bij mensen in onzekere situaties. Om de pedagogische benaderingen te kunnen integreren in een logica die aansluit bij de aanbevelingen van de Raad van 19 december 2016 tot invoering van bijscholingstrajecten hebben de opleidingsorganisaties meer hulpmiddelen en medewerkers nodig. Het territoriale beleid moet blijven investeren, hernieuwen en innoveren met betrekking tot de methodes, hulpmiddelen en pedagogische praktijken op maat van volwassenen in opleiding.

Ook mag niet worden vergeten dat lerenden voor de competenties in het Europees Referentiekader een aanzienlijke "klinische tijd" nodig hebben (Faulx & Danse, 2015, blz. 119) om zich te kunnen ontplooien via diepgaande intellectuele, identitaire en emotionele invloeden. De tegenstelling tussen de snelle zoektocht naar een opleiding en het soort leerproces dat betrekking heeft op sleutelcompetenties waarbij alles nog eens grondig in vraag moet worden gesteld, creëert echter spanningen tussen de behoeften van ons publiek en de eisen van de samenleving. Om die grote moeilijkheid te overwinnen, is het essentieel om te begrijpen dat leren een proces is dat tijd vergt. Hoe meer het leerproces de waarden en overtuigingen van de lerenden in vraag stelt, hoe langer de "klinische tijd" zal worden.

Ter afsluiting van deze conclusie willen we benadrukken dat op dit moment in de praktijk een heleboel interessante acties plaatsvinden. We hebben trouwens nog niet tot al die acties toegang gehad. Helaas zijn deze praktijken echter onvoldoende bekend en worden ze onvoldoende gedeeld. Het lijkt ons dan ook van essentieel belang dat deze "innovatieve praktijken" tussen de opleidingsverstrekkers in de praktijk worden gedeeld om de kennis te verspreiden ten behoeve van een specifieke deskundigheid in het kader van de beroepsopleiding.

 

[1] "De leefomstandigheden van de mensen", "hun financiële middelen", "de toegankelijkheid van de opleidingsvoorzieningen"…

[2] 36 individuele interviews en 3 focusgroepen

[3] Geciteerd door Allard & Oulette (2002) in de psychologisch-professionele dimensie van het "macroscopische model" van Allard en Oulette (2002)

[4] Zie ballon 16. Lerende te Luik (35 jaar)

[5] Erkenning van de specifieke competenties bij personen die moeilijkheden ondervinden met de Franse taal

[6] Geheel van competenties omschreven in het Europese Referentiekader (de sleutelcompetenties)

[7] Geciteerd door Faulx & Petit (2010)

De volledige studie is beschikbaar in het Engels en in het Frans.

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email