chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Nieuws

Nieuwe UNESCO Leerstoel wil de impact van volwasseneneducatie aantonen

18/09/2018
Taal: NL
Document available also in: DE EN FR PL

/nl/file/mauricejpg-0maurice.jpg

Prof. Dr. Maurice de Greef zal namens de Vrije Universiteit Brussel, en in samenwerking met UNESCO en de Vlaamse UNESCO Commissie in België de nieuwe UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie realiseren. Deze Leerstoel is in het kader van het UNITWIN/UNESCO Leerstoel Programma opgericht. De inaugurele rede zal plaatsvinden op vrijdagmiddag 28 september in Brussel. EPALE had een gesprek met professor de Greef over de invulling van deze prestigieuze Leerstoel.

 

 

 

Het UNITWIN en UNESCO Leerstoel Programma wil internationale wetenschappelijke samenwerking bevorderen op belangrijke UNESCO-thema’s als onderwijs, cultuur, en duurzame ontwikkeling. Het programma is opgericht in 1992 en er zijn 667 UNESCO Leerstoelen en 45 UNITWIN netwerken in 115 verschillende landen (stand 2017). Nederland kent 6 UNESCO-leerstoelen, in Vlaanderen zijn dat er 8, waarvan deze Leerstoel Volwasseneneducatie de nieuwste is.

 

EPALE: Hoe is het gekomen dat u deze nieuwe UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie vanuit de VUB zult realiseren? Hoe ging dat concreet in zijn werk?

Maurice de Greef: In onze samenleving zijn er nog altijd groepen kwetsbare inwoners, die armoede en sociale exclusie riskeren. Toch zijn er nog steeds kwetsbare volwassenen in veel landen in de wereld die niet deelnemen of niet kunnen deelnemen aan de volwasseneneducatie. Daarom moeten er strategieën ontwikkeld en versterkt worden die sociale inclusie en werkgelegenheid voor deze kwetsbare volwassenen bevorderen. Over deze problematiek had ik in 2016 contact met de Nederlandse UNESCO-commissie en die vroeg mij om een plan te schrijven voor de Leerstoel omdat ze het belang van volwasseneneducatie onderkende. De reden dat de Nederlandse UNESCO-commissie dit aan mij vroeg was omdat ik in de loop der jaren samen met collega’s zo’n 70 onderzoeken heb gedaan op dit gebied.  Ik heb het plan toen geschreven, maar omdat ik in dienst ben van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) werd het ingediend door de Vlaamse UNESCO-commissie. We gaan daarom aan de Leerstoel werken met een team van mensen van Maastricht University en de VUB. Daarnaast zullen we een klankborgroep installeren met experts die mee kijken naar wat we kunnen doen, want het is belangrijk dat je een beroep doet op bestaande expertise in het veld.

Kunt u kort weergeven wat er in het plan staat?

Het plan bestaat uit 5 pijlers. We willen (nog) meer kwantitatief onderzoek doen om de impact van volwasseneneducatie aan te tonen. We willen laten zien wat een traject volwasseneneducatie oplevert, zowel voor de deelnemers als voor hun omgeving.

We gaan ook de samenwerking in het onderzoek op verschillende levensdomeinen bevorderen. We deden ooit een literatuurstudie waarbij we keken in welke domeinen geletterdheid een rol speelt. Daaruit kwamen zes levensdomeinen: werk, zorg, familie, digitale geletterdheid, financiële geletterdheid, en als laatste nog: dagelijks leven. Bijvoorbeeld: stel dat er in de straat een ‘running diner’ wordt georganiseerd waarbij alle buren voor elkaar koken. Op het einde van dat evenement wordt voorgesteld om een receptenboekje te maken. Dat is voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven al een reden om niet mee te doen.

Als derde pijler willen we kijken of we bijzondere doelgroepen beter kunnen betrekken bij de volwasseneneducatie, bijvoorbeeld mensen die Nederlands als moedertaal hebben, want dat is een zogenaamde ‘moeilijk bereikbare doelgroep’.

Wij willen ook kijken hoe we beleidsmakers kunnen ondersteunen bij het vertalen van onderzoeksresultaten naar het beleid. Want vaak is er daar nog een kloof. Er gebeuren veel onderzoeken, maar de omzetting naar het beleid blijft nog achterwege. Daar willen we dus iets aan doen.

Als laatste willen we kijken of we vernieuwende trajecten in de volwasseneneducatie kunnen ontwikkelen zodat die aantrekkelijk(er) worden voor specifieke groepen volwassenen.

Gaat u ook samenwerken met centra voor basiseducatie en volwassenenonderwijs?

In Nederland doen we dat al heel lang, met de regionale opleidingscentra (ROC’s) en particuliere opleidingenaanbieders. We werken met ongeveer 75 à 80% van de ROC’s en de particuliere aanbieders samen. In Vlaanderen moeten we dat nog versterken. Voor ons ligt er een opdracht om intensiever te gaan samenwerken met CBE’s en CVO’s. Dat vind ik heel belangrijk omdat het daar grotendeels gebeurt. Dus we gaan bekijken hoe we samen met hen het veld kunnen versterken. Dat kunnen we niet alleen.

Is er een budget verbonden aan de Leerstoel?

Ja, er is een budget, maar dat hebben we zelf bij elkaar gebracht. De Leerstoel geeft je de ruimte en de naam maar je moet dan zelf laten zien dat je daar ook een budget aan kan koppelen. En daar wil ik me ook wel hard voor maken omdat ik volwasseneneducatie zo’n belangrijk thema vind. Het budget geeft ons de ruimte om een aantal projecten uit te voeren maar verruimt ook de onderzoekscapaciteit om meer innovatieve trajecten voor het leren van volwassenen mogelijk te maken. Initieel loopt de Leerstoel vier jaar, maar bij succes kan dat nog voortgezet worden. 

Wanneer zult u tevreden zijn met de resultaten van de Leerstoel?

Met deze Leerstoel wil ik het belang van volwasseneneducatie zo breed mogelijk uitdragen. Gemiddeld doe ik nu al zo’n 30 lezingen per jaar over dit thema. Dat zullen er nu wellicht nog meer worden, want ik wil graag ambassadeur zijn op dit terrein. Ik wil laten zien dat het belangrijk is dat je in volwasseneneducatie investeert en dat je er  ruimte aan moet geven omdat mensen zo verder kunnen komen in het leven.

Wij zijn een onderzoeksinstituut natuurlijk, dus onderzoek blijft onze kerntaak, maar ik wil ook echt proberen aan te tonen dat het belangrijk is dat we iets doen met volwasseneneducatie, vooral omdat we een kenniseconomie hebben. En dat is in Nederland nog pregnanter dan onder andere in Vlaanderen, omdat de infrastructuur voor volwasseneneducatie steviger is in Vlaanderen. In Nederland zijn er heel veel bezuinigingen geweest namelijk. Daarom vind ik dat we er hard aan moeten werken om het belang en de impact van de volwasseneneducatie inzichtelijk te maken. Iedereen moet de kans krijgen om op een latere leeftijd te switchen van baan door middel van een leertraject. Daarom wil ik deze Leerstoel ook zo graag inhoudelijk vormgeven.

Ik zal heel tevreden zijn als we met deze Leerstoel kunnen bewerkstelligen dat er bij meer mensen in België en Nederland tussen de oren komt te zitten dat volwasseneneducatie heel belangrijk is en één van de middelen voor onze samenleving om mensen sterker te maken en ze de kans op een betere plek in de samenleving te geven. Als beleidsmakers dat gaan zien door onze inzet, dan ga ik op de tafel dansen (lacht).

Het UNITWIN en UNESCO Leerstoel Programma wil internationale wetenschappelijke samenwerking bevorderen om onder meer de ‘kenniskloof’ tussen het mondiale Noorden en Zuiden te dichten.” Hebt u met deze Leerstoel ook deze doelstelling en hoe ziet u dat dan?

Met Maastricht University en de VUB hebben we nu een database waarin we van circa 6100 mensen een voor- en nameting gedaan hebben op sociale inclusie. Dus daarmee lopen we internationaal voorop. Ik wil deze kennis ontsluiten voor zuidelijke landen. Bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland, Australië, Amerika en het Verenigd Koninkrijk geven heel duidelijk aan dat ze iets gedaan hebben op het gebied van volwasseneneducatie en ze hebben dat ook goed beschreven. Wij moeten daar nog iets meer aan doen, met name moeten we het nog beter beschrijven - in het Engels – wat ons onderzoek inhoudt en wat de resultaten ervan zijn.

Zou EPALE een rol kunnen spelen bij de realisatie van deze Leerstoel en hoe?

Ik ben ervan overtuigd dat we moeten samenwerken. Het mooie aan EPALE is dat je kennis kan ontsluiten voor heel veel partners in heel korte tijd. Dus als er iets nieuws van deze Leerstoel naar buiten kan komen, kunnen we dat onmiddellijk op EPALE (laten) plaatsen. We kunnen ook kijken hoe we samen kennissessies kunnen opzetten waaraan we dan onze input leveren, en dit zowel bij fysieke bijeenkomsten als op het platform.

 

Prof. Dr. Maurice de Greef is gastprofessor ‘Leereffecten Laagopgeleiden en Laaggeletterden’ aan de Vrije Universiteit Brussel en is gepromoveerd op onderzoek naar de impact van volwasseneneducatie. In samenwerking met Maastricht University heeft hij 70 onderzoeken betreffende de impact en succesfactoren van volwasseneneducatie in meer dan 100 gemeenten en 8 landen gerealiseerd. Daarnaast begeleidt hij op lokaal, regionaal en Europees niveau instellingen en gemeenten om educatieve, welzijns- en onderwijsdiensten voor kwetsbaren in de samenleving te verbeteren. Hij was bestuurslid van de Nederlandse landelijke vereniging van non-formele educatie en verantwoordelijk voor de Nederlandse landelijke conferenties over volwasseneneducatie. Daarnaast was hij bestuurslid van de Nederlandse landelijke LVO (Landelijke Vereniging Onderwijsadviseurs).

 

 

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 1 van 1 weergegeven
  • afbeelding van Monika Gromadzka
    Niebywale ciekawa informacja! Mam nadzieję, że  Katedra będzie też wchodziła  w kooperację (ścisłą-badawczą) z innymi krajami Europy. Myślę, że takie działania: badania, analizy i ekspertyzy  są w tym momencie bardzo potrzebne. Także w Polsce kwestia analfabetyzmu funkcjonalnego jest jednym z ważnych aczkolwiek niedocenianych tematów w dyskursie edukacji dorosłych. Dziękuję za dodanie tego materiału, bo jest to bardzo ważna informacja dla naszego środowiska andragogicznego.
    Pozdrawiam!