chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Nieuws

Een antwoord op je vragen over de asielprocedure (1)

13/09/2017
Taal: NL

Zit je met vragen over de asielprocedure of stellen je cursisten je soms vragen waar je moeilijk een antwoord op kan geven? In de opleiding ‘De asielprocedure en de opvangwet’ georganiseerd door Vocvo i.s.m. het Gemeenschapsonderwijs,  gaf Ellen Van Vooren, van het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) antwoorden op onderstaande vragen. Dit artikel is gebaseerd op deze opleiding, maar is uiteraard maar een introductie. Aanvullende informatie vind je op het e-mailadres en de websites die onderaan dit artikel vermeld staan.

Hier vind je het antwoord op de vragen:

  • Wat zijn de verschillende statuten?
  • Welke wetten regelen het asiel en de opvang, en wie is in België bevoegd voor het beleid?
  • Hoe verloopt de asielprocedure in België?
  • Wat als iemand terug wil naar het land van herkomst tijdens de asielaanvraag?
  • Wat als iemand het grondgebied niet verlaat na een bevelschrift?
  • Waar kan je terecht met andere vragen over het thema?

In een aparte bijdrage op EPALE vind je een antwoord op de vragen:

  • Wat is Fedasil en wat is haar missie?
  • Hoe ziet het opvangnetwerk in België eruit?

In nog een andere bijdrage komen deze vragen aan bod:

  • Wie wordt opgevangen?
  • Wat biedt een opvangcentrum aan asielzoekers?
  • Hebben volwassen asielzoekers in de opvang ook recht op onderwijs?

 

Wat zijn de verschillende statuten?

Het is belangrijk om het statuut van een cursist in je klas te kennen. Er is immers een verschil tussen een asielzoeker, een erkend vluchteling en een subsidiair beschermde. Iedereen die asiel aanvraagt in België, noemen we tijdens de asielprocedure een asielzoeker. Zolang de procedure loopt, heeft een asielzoeker het recht om in België te verblijven.

De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) registreert de asielaanvraag. Daar onderzoekt men of België de aanvraag moet beoordelen. Ofwel stuurt DVZ de asielzoeker naar een ander land dat verantwoordelijk is om de asielaanvraag te behandelen, of men stuurt de asielaanvraag door naar het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Het CGVS doet een grondig onderzoek om te bekijken of de asielzoeker voldoet aan de criteria die vermeld staan in de Conventie van Genève. Als dat zo is, wordt de asielzoeker een erkende vluchteling.

De vluchtelingenstromen na de Tweede Wereldoorlog en na de Koude Oorlog waren de aanleiding voor de Verenigde Naties om een basis te leggen voor een vluchtelingenrecht. De Conventie was beperkt tot personen die hun land vóór 1 januari 1951 hadden verlaten en enkel omwille van gebeurtenissen die in Europa plaatsvonden. Het protocol van New York (1967) vergrootte het toepassingsgebied door de beperkingen in tijd en ruimte op te heffen. De Conventie van Genève (1951) definieert het begrip ‘vluchteling’ als “elke persoon (…) die uit gegronde vrees voor vervolging op basis van ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen (…)”. Deze definitie is internationaal geldig in alle landen van de Verenigde Naties.

Dit wordt duidelijker met enkele voorbeelden

  • Vervolging op basis van ras of het behoren tot een bepaalde etnische groep gebeurden ten tijde van het conflict in Rwanda tussen de Hutu’s en de Tutsi’s.
  • Vervolging op basis van godsdienst gebeurt onder andere in Pakistan waar Ahmadi-moslims worden vervolgd bij wet voor het belijden van hun godsdienst.
  • Palestijnen worden op basis van hun nationaliteit vervolgd.
  • LGBTI’s (lesbian, gay, bisexual, transgender/transsexual, intersexed), maar ook bijvoorbeeld albino’s in Kameroen of andere Afrikaanse landen riskeren vervolging omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren. In sommige landen kan iemand die opkomt voor het respecteren van de mensenrechten risico lopen om vervolgd te worden, net omwille van die (politieke) overtuiging.

Wie  niet onder de Conventie van Genève kan worden beschermd, komt misschien wel in aanmerking voor het statuut van subsidiaire bescherming. Namelijk, iedereen wie een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst (bv. door doodstraf of executie, foltering, of door een gewapend conflict of willekeurig geweld) kan de status van subsidiair beschermde verkrijgen. Bijvoorbeeld mensen die op de vlucht gingen voor de oorlog in Syrië kunnen hiervoor in aanmerking komen. In de praktijk wordt de subsidiaire bescherming ook het meest toegekend aan mensen die niet terug kunnen vanwege oorlog in hun land. Telkens moet er wel een individueel risico worden aangetoond. Zo kan een Pakistaan niet de oorlog in Syrië als reden aangeven, als hij daar niet ook echt woont.

Naast deze statuten zijn er nog een aantal andere termen die vaak gebruikt worden als men praat over vluchtelingen:

(Intern) ontheemde: iemand die op de vlucht is in zijn eigen land. Wereldwijd waren in 2016 ongeveer 65 miljoen mensen op de vlucht, daarvan waren er ongeveer 40 miljoen intern ontheemd.

Staatloze:  een persoon die door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd. Een staatloze persoon bestaat juridisch niet want hij beschikt niet over de juiste documenten. Wie geen nationaliteit heeft, wordt door geen enkele overheid erkend. Bij de scheiding van de toenmalige Sovjet-Unie en Joegoslavië zijn er vele staatlozen gekomen. Ook Koerden, die vaak geen nationaliteit wordt toegekend zijn vaak staatloos. In sommige landen zoals Syrië moet de vader zijn kind erkennen, anders kan het geen nationaliteit krijgen. Kinderen van wie de vader er niet meer is, kunnen zo ook staatloos worden. Men schat dat er ongeveer 12 miljoen staatlozen zijn ter wereld. In België kan een persoon erkend worden als staatloos, hiervoor doorlopen ze een speciale procedure.

Gezinshereniging: asielzoekers, vluchtelingen en andere migranten kunnen een aanvraag doen om hun gezin naar België laten komen. De leden van het gezin moeten een andere dan de asielprocedure doorlopen. De Dienst Vreemdelingenzaken behandelt deze aanvragen.

Geregulariseerde asielzoeker: is iemand die om asiel vroeg, maar niet erkend werd als vluchteling. Het gaat om mensen die niet terug kunnen naar hun land om redenen buiten hun wil en zo legaal in België kunnen blijven (bv. door ziekte, om humanitaire redenen, staatloosheid, e.a.),. Het is een logge en lange procedure om te doorlopen en slechts voor een beperkt aantal mensen

Uitgeprocedeerde asielzoeker: een asielzoeker die een definitief negatief antwoord kreeg.

Mensen zonder wettig verblijf: worden soms ook wel als ‘illegaal’ aangeduid. Sommigen onder hen vroegen ooit asiel aan en werden afgewezen. Anderen deden dit niet en leven al sinds hun aankomst in België zonder wettelijk statuut. Naar schatting zijn er 50 à 60.000 mensen zonder wettig verblijf in België. Als deze mensen worden opgepakt, worden ze mogelijk naar een gesloten centrum gestuurd.

Naturalisatie: Sinds 2013 kunnen enkel personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in België op basis van een wettelijk verblijf de Belgische nationaliteit vrijwillig verkrijgen. De aanvraag tot naturalisatie wordt behandeld door de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers en duurt minstens 2 jaar. Naturalisatie is een gunst, geen recht en is er enkel voor uitzonderlijke gevallen...

Welke wetten regelen het asiel en de opvang, en wie is in België bevoegd voor het beleid?

De procedures om een internationaal beschermingsstatuut toe te kennen (asiel) worden geregeld door de Conventie van Genève van 28 juli 1951 en enkele Europese richtlijnen. In België is dat de wet van 15 december 1980. De instanties die de asielaanvragen opvolgen zijn de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), Commissariaat voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS), Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV).

Het opvangsysteem voor asielzoekers en andere categorieën van vreemdelingen wordt geregeld door een Europese richtlijn van 27 januari 2003 en een herschikking in 2013. Vermits het om een Europese richtlijn gaat en deze vrij algemeen van aard zijn, is er nogal wat variatie in de opvangsystemen van Europese landen. Er is echter een trend om het systeem strenger te maken zodat alle landen op een gelijke manier opvang organiseren. In België is dat de wet van 12 januari 2007. Fedasil is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers.

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken is voor beide verantwoordelijk. Als staatssecretaris heeft hij als voogdijminister Jan Jambon van Binnenlandse Zaken waar hij verantwoording moet aan afleggen. In de Ministerraad is de staatssecretaris aanwezig, maar hij heeft er geen stemrecht. Pas vanaf 2008 is er een staatssecretaris voor asiel en migratie gekomen.

In België zijn veel zaken die met asiel en migratie te maken hebben een regionale bevoegdheid, bijvoorbeeld integratie, opleiding, huisvesting, opvang van specifieke doelgroepen. Zo is het volwassenenonderwijs in Vlaanderen, helemaal anders georganiseerd dan in Wallonië.

Hoe verloopt de asielprocedure in België?

(Pre-)registratie (DVZ)

Iedereen die in België aankomt, heeft het recht om asiel te vragen. Eerste stap is dan naar de WTC-torens in Brussel te trekken om de asielaanvraag te laten registreren. Tijdens de zogenaamde pre-registratie wordt de asielzoeker om vingerafdrukken gevraagd. Deze worden in database Eurodac vergeleken, en zo kan men zien of iemand misschien al iets op zijn kerfstok heeft of al elders asiel heeft aangevraagd. Een vragenlijst invullen hoort ook tot de formaliteiten. Daarin wordt gevraagd naar naam, nationaliteit, burgerlijke staat, of men kinderen heeft, enzovoort. Hier wordt ook de reden gevraagd waarom asiel wordt aangevraagd. Op basis van de pre-registratie wordt bepaald welke de uiteindelijke verantwoordelijke staat is (dit noemt men ‘Dublin’, omdat het gebaseerd is op de Dublin verordening). Als bijvoorbeeld iemand eerder al asiel aanvroeg in Duitsland, dan moet de asielaanvrager daar verder met de procedure. Bij de pre-registratie is er altijd een ambtenaar aanwezig en in de meeste gevallen ook een tolk. Tijdens de procedure wordt nagegaan of de aanvrager onder de categorie ‘kwetsbaar’ valt. Dit gaat bijvoorbeeld over een zwangere vrouw, of een slachtoffer van foltering. Na de pre-registratie wordt het dossier overgedragen naar het CGVS en krijgt de asielzoeker een bijlage 26. Met deze bijlage 26 kan de asielzoeker een attest van immatriculatie (oranje kaart of verblijfskaart) aanvragen bij de gemeente waar die verblijft.

Grondig onderzoek (CGVS)

Het CGVS doet een grondig onderzoek van de asielaanvraag. Hoe lang dit duurt, varieert. Soms worden er prioriteiten gesteld en gaan, bijvoorbeeld, gedurende een bepaalde periode de aanvragen van Syriërs voor. Het CGVS onderzoekt ook de nieuwe elementen bij een meervoudige asielaanvraag. Meerdere keren een asielaanvraag doen, mag immers, maar dan moet er in de nieuwe aanvraag wel een nieuw element aanwezig zijn dat in de eerdere aanvraag nog niet vermeld werd. Bijvoorbeeld een slachtoffer van foltering kan het moeilijk hebben om daar over te praten en verzwijgt in eerste instantie bepaalde zaken liever. Er staat geen maximum op het aantal asielaanvragen iemand mag doen. Het CGVS heeft ook een ‘Cel kwetsbaarheid’. Kwetsbare asielaanvragers (bv. minderjarigen, zwangere vrouwen, slachtoffers van foltering) worden door speciaal opgeleide mensen geïnterviewd. Tijdens het interview zijn verschillende personen aanwezig: de asielzoeker, de dossierbehandelaar (protection officer), en eventueel ook een advocaat, de voogd (in geval van een niet-begeleide minderjarige), een tolk en een vertrouwenspersoon.

Als het CGVS de asielaanvraag gegrond acht, krijgt de asielzoeker het statuut van erkend vluchteling of subsidiair beschermde . Valt er een negatieve beslissing, dan volgt er een bevel om het grondgebied te verlaten binnen een bepaalde tijd. Hoeveel tijd iemand krijgt om het land te verlaten, verschilt van geval tot geval.

In geval van betwisting (RVV)

Tegen beslissingen van de DVZ of het CGVS is beroep mogelijk. De rechter kan dan de DVZ of het CGVS gelijk geven of ongelijk. Een derde mogelijkheid is dat hij beslist dat er een nieuw onderzoek ten gronde, nodig is. Als asielzoekers een beroep indienen bij de RVV dan wordt een ‘bijlage 35’ afgeleverd. Dit document houdt een verblijfsrecht in voor een termijn van één maand en is maandelijks verlengbaar.

Als alle beroepsmogelijkheden uitgeput zijn, kan men nog bij de Raad van State terecht. Die beslist niet over de inhoud van de zaak (‘verhaal asielzoeker’), maar bekijkt alleen of hun asielprocedure volgens de wet is gebeurd. Dit is de laatste kans voor de asielzoekers om hun zaak te laten heropenen en zo eventueel nog bescherming te kunnen krijgen in ons land.

Rechten volgens statuut

Een erkende vluchteling krijgt een elektronische A-kaart. Daarmee mag hij 5 jaar wettig in ons land verblijven. Bij verlenging na die periode blijft de kaart onbeperkt geldig. Vluchtelingen met een A-kaart moeten dezelfde wetten respecteren als Belgen en ze hebben ook dezelfde rechten.

Een subsidiair beschermd persoon krijgt ook een A-kaart voor 1 jaar. Daarna wordt ze tweemaal voor 2 jaar verlengd, en daarna onbeperkt. Een aantal wetten van het land van herkomst blijven van toepassing voor subsidiair beschermde personen.

In de praktijk worden de kaarten meestal voor onbeperkte tijd verlengd. Er is een beëindiging van het vluchtelingenstatuut in het geval er een verandering is in de situatie van het land van herkomst (bv. de oorlog is voorbij, de doodstraf wordt afgeschaft), als iemand zware misdrijven pleegt in ons land of terugkeert naar het land van herkomst. In dit laatste geval zou er kunnen worden geoordeeld dat er geen gevaar meer is.

/nl/file/asielprocedurepngasielprocedure.png

  

/nl/file/oranjekaartpngoranje_kaart.png

 

Wat als iemand terug wil naar het land van herkomst tijdens de asielaanvraag?

Op ieder moment tijdens de asielprocedure kunnen asielzoekers vrijwillig terugkeren naar hun land van herkomst indien ze dat wensen. In dat geval wordt de asielprocedure stopgezet. Wanneer er een negatieve uitkomst is of personen geen wettig verblijfstatuur hebben, kunnen ze vrijwillig terugkeren. Er is ook financiële onder­steuning voorzien voor asielzoekers die wensen terug te gaan naar hun land van herkomst. Voor meer informatie kunnen ze dan contact opnemen met Fedasil, Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en Caritas.

Wat als iemand het grondgebied niet verlaat na een bevelschrift?

Wanneer asielzoekers geen bescherming krijgen, betekent dit het einde van hun asielprocedure. Ze verblijven dan niet langer wettelijk in België en krijgen een ‘bevel om het grondgebied te verlaten’ (BGV). Dit bevel geeft een termijn van zeven tot dertig dagen de tijd om het land te verlaten. Deze afgewezen asielzoekers verhuizen naar een opvangcentrum met ‘ open terugkeerplaatsen’. In deze terugkeerplaatsen worden de asielzoekers geïnformeerd en gesensibiliseerd over de mogelijkheid tot vrijwillige terugkeer. Uitgeprocedeerde asielzoekers en personen zonder wettig verblijf kunnen worden opgepakt en opgesloten in een gesloten centrum, om een gedwongen uitzetting voor te bereiden en uit te voeren.

 

Meer informatie: ellen.vanvooren@fedasil.be

 

Meer informatie over asiel en opvang

Website van Fedasil

Website van DVZ

Website commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen

Infolijn vluchtelingenwerk Vlaanderen

Juridische helpdesk Agentschap Integratie en Inburgering

 

Ellen Van Vooren studeerde Criminologie aan de UGent en volgde een Postgraduaat Ontwikkelingssamenwerking. Ellen werkte twee jaar in de sector voor geestelijke gezondheidszorg. Ze werkt momenteel bij de dienst Studie en Beleid (directie Beleidsonderteuning) van Fedasil. Ze werkt er onder het AMIF-project op internationale en nationale partnerschappen, rond activering van de bewoners, opleidingen voor asielzoekers, en ook rond bepaalde kwetsbare groepen zoals slachtoffers van foltering.

 

/nl/file/logofedasiljpglogo_fedasil.jpg

         

/nl/file/logoceleuropesefondsenjpglogo_cel_europese_fondsen.jpg

 

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 1 van 1 weergegeven
  • afbeelding van Liesbeth De Paepe
    Heel interessant! Dankjewel voor deze waardevolle bijdrage!