chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Wat biedt Erasmus+ voor de erfgoedsector?

23/12/2017
door Renilde REYNDERS
Taal: NL

2018 is het Europees Jaar voor Cultureel Erfgoed. Cultureel erfgoed heeft een belangrijke sociale en educatieve waarde: daarom krijgt het prioriteit in de ERASMUS+ oproep 2018. Projecten die zich richten op acties/initiatieven die het bewustzijn van de waarde van het Europees cultureel erfgoed stimuleren, die leiden tot de ontwikkeling van vaardigheden, sociale inclusie en kritisch denken maken extra kans op goedkeuring. Hetzelfde geldt voor participatieve en interculturele benaderingen van erfgoed. Je kan zulke projecten situeren in het schoolonderwijs, de beroepsopleiding, het hoger onderwijs en/of de volwasseneneducatie.

Hier vind je de mogelijkheden die ERASMUS+ voor de ‘volwasseneneducatie’ biedt op een rijtje.

ERASMUS+ biedt kansen aan mensen die werken in de volwasseneneducatie (= AE of ‘adult education’). ‘Werken in de volwasseneneducatie’ betekent in het Erasmus+-programma: iedereen die op een of andere vorm vorming geeft aan of organiseert voor volwassenen. Dat kan in een context:

  • waarin er diploma’s of officiële certificaten gegeven worden (= de ‘formele sector’, zoals CVO’s, Tweedekansonderwijs, Centra voor Basiseducatie…) EN
  • waarin dit niet gebeurt: volwassenen leren immers eveneens van een bezoek aan een museum, bij het volgen van een lezing in een cultuurcentrum/bibliotheek of een cursus georganiseerd door Vormingplus of een lokale overheid of een of andere vzw/organisatie met een ‘vormingsgericht’ statuut… (= de ‘non-formele sector’) aan volwassenen (= mensen van +18 die niet in het hoger onderwijs zitten of in een andere initiële opleiding).

Welke kansen biedt ERASMUS+ aan jou en je organisatie?

a) ERASMUS+ biedt je de mogelijkheid om in het buitenland te gaan leren zodat de kwaliteit van je ‘vorming’ verbetert en internationaliseringsactiviteiten een blijvend deel van je organisatie wordt. Dat kan via:

  • het volgen van een conferentie, een cursus, seminarie of workshop
  • “jobshadowing” = “meelopen” / “volgen” hoe een collega/collega’s in een organisatie werkt/werken waar je veel kan leren (wat voor een organisatie dit is, is op zich niet belangrijk; hetgeen je er kan leren moet RELEVANT zijn voor je job/je organisatie)
  • het zelf mee vorming geven in een gelijkaardige organisatie als die van jou

Zo’n initiatief hoort thuis onder ‘kernactie 1 (= KA1)’.


Goed nieuws:

  • ERASMUS+ geeft hiervoor een goede financiering, nl voor de reis- en verblijfskosten, de cursuskosten en de organisatorische kosten. (De meeste Vlamingen zeggen dat ze er vlot “mee toekomen”.)
  • Alle aanvragen die de minimum vereiste 60% als beoordeling behaalden, werden van 2014 tot nog toe goedgekeurd! (In 2017 was dat bijna 70% van de aanvragen voor AE).


b) Verder is er ‘kernactie 2’ (= KA2), waarin je financiering krijgt voor samenwerking met minimum 3 partnerlanden in een “strategisch partnerschap”. Zo’n project kan focussen op:

  • het uitwisselen van informatie, ervaringen, voorbeelden van goede praktijk en aan de hand daarvan van elkaar leren, dingen (gezamenlijk) uitproberen en zo tot vernieuwing & kwaliteitsverbetering komen in je eigen (en elke betrokken) organisatie (= Type 1)
  • het streven naar vernieuwing (nieuw didactisch materiaal bv) die / dat je kan verspreiden buiten de betrokken organisaties in het project. Dit “type” partnerschap is meer gericht op resultaten / outcomes en naar het bereiken van andere organisaties daarmee. (= Type 2)

In beide types kan je volgende leeractiviteiten opzetten:

  • gezamenlijke opleiding van personeelsleden van de betrokken organisaties rond het thema van het project (min. 3 dagen excl. reisdagen)
  • leeractviteiten voor je doelgroep (je volwassen lerenden = je cursisten) waarin zij lerenden van de andere organisaties ontmoeten, samen leren in groep tijdens de leermobiliteit (min. 5 dagen excl. reisdagen) maar ook daarvoor en daarna via Skype, e-mail…; de fysieke mobiliteit kan in Vlaanderen en/of in een land van je partnerorganisatie
  • langdurige les/vormingsopdracht in je partnerschool in het buitenland (in 2 maanden +1 dag excl reisdagen tot max 12 maanden)

Bij Type 2 kan je bovendien personeelskosten inbrengen voor het maken van de concrete projectresultaten en een forfaitair bedrag voor de deelnemers aan de ‘multiplier events’ (verspreidingsevenementen bv een conferentie, een seminarie… ).

In deze projecten (zowel Type 1 als 2) moet je nergens je co-financiering bewijzen.


Tegen wanneer moet je mogelijke aanvraag ten laatste ingediend worden?


Deadline KA1: 1/02/2018

Deadline KA2: 21/03/2017

telkens 12u00 ’s middags – stipt! Brusselse tijd.

Wacht echter niet tot het laatste moment: de aanvragen moeten online ingediend worden en met electronica weet je nooit…

 

Hoeveel aanvragen kan je indienen?

Aantal aanvragen binnen KA1 in één domein (nl de volwassenenedcuatie): 1 – aantal leermobiliteitsactiviteiten per aanvraag: onbeperkt.

Opgepast: plan realistisch en als je met meer personen naar eenzelfde activiteit wil, dan moet je de meerwaarde om dit met meer dan 1 te doen, aantonen.

Aantal aanvragen binnen KA2: onbeperkt, zowel als coördinator als als partner.


Welke ondersteuning biedt Epos, het nationaal Agentschap voor Erasmus+ in Vlaanderen je?

Je krijgt antwoord op al je vragen (via mail of telefoon of Skype)! Voor de volwasseneneducatie is Renilde Reynders je aanspreekpunt: renilde.reynders@epos-vlaanderen.be.
Er is een ‘projectopzetformulier’: dat is een formulier waarop je je ideeën over een projectconcept kan formuleren en ons kan vragen “of het past binnen het opzet van ERASMUS+”. Deadline is 5 januari 2018.

Epos houdt ook “schrijfsessies”: dit zijn sessies waarop wordt ingegaan op de vragen die je moet beantwoorden in het aanvraagformulier; Wat betekenen ze? Wat wordt er verwacht qua antwoord?

Deze sessies zijn voor KA1 op 8 januari in Brussel, op 9 januari in Hasselt, op 12 januari in Gent. Telkens in de voormiddag.

Voor KA2 zijn ze op 19/02 in Gent, op 21/02 in Antwerpen en op 22/02 in Hasselt. Zie de Epos-website voor meer info en het inschrijvingsformulier.

Kan je je aanvraag laten nalezen?
Inés Verplancke van Europahuis Ryckevelde (in Brugge) en Julie Focquet van Landcommanderij Alden Biesen (in Bilzen) lezen jullie aanvraagformulier gratis na en geven commentaar over hoe het beter kan. Contacteer één van hen tijdig (en neem het centrum dat het dichtst bij jou ligt) zodat zij hun werk kunnen plannen en je nog tijd hebt om je aanvraag te kunnen aanpassen.


Waar vind je nog meer informatie ?
Raadpleeg zeker de Gids voor Aanvragers 2018! Pagina’s 11-16; 20-23; 28-31; 68-74 en 270 en volgende zijn erg belangrijk !!!

Geschikte cursussen, conferenties, organisaties om mee samen te werken, kan je vinden via: EPALE (zie partnersearch en events/kalender). Kijk zeker voor conferenties/cursussen… ook op de Engelstalige pagina’s!
Veel succes met je mogelijke aanvraag,

Renilde Reynders is consulent samenwerking en internationalisering: renilde.reynders@epos-vlaanderen.be
T +32 (0)2 553 97 46

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn