chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Validering onder de loep in projecten van Erasmus+

01/05/2017
door NSS EPALE Nederland
Taal: NL
Document available also in: DE EN

De validering van niet-formele en informele competenties c.q. vaardigheden stond niet alleen in het programma voor een leven lang leren (LLL) en de voorlopers daarvan steeds weer centraal, maar heeft ook in het kader van Erasmus+ een hoge prioriteit. Dat komt onder andere tot uiting in de inschrijvingsprocedure voor de strategische partnerschappen. Sinds eind 2016 zijn de eerste projectresultaten beschikbaar, dus is het zinvol om te evalueren of er qua thematiek in de afgelopen jaren veranderingen in de projecten zijn opgetreden.

In december 2012 heeft de Europes Raad aanbevelingen gepubliceerd betreffende de validering van niet-formeel en informeel leren waarin de lidstaten worden opgeroepen om op dit vlak uiterlijk eind 2018 relevante regelingen te treffen. Dit heeft er allereerst toe bijgedragen dat de benadering van projecten is gewijzigd: de resultaten van projecten worden sindsdien namelijk in toenemende mate aan de Europese en nationale kwaliteitskaders aangepast. Bovendien kwam er daardoor een grotere nadruk te liggen op de leerresultaten en op het definiëren van de competenties. In het strategische partnerschap Match2NQF is de valideringprocedure bijvoorbeeld niet alleen afgestemd op de nationale kwalificatiekaders van de deelnemende landen, maar ook aan bepaalde beroepsprofielen gekoppeld om het gebruik in beroepskeuzetrajecten mogelijk te maken. Verreweg de meeste projecten zijn bedoeld voor het in kaart brengen, documenteren en evalueren van competenties en zijn gericht op de praktische toepassing. De volledige erkenning van kwalificaties door een officiële instantie is daarentegen slechts zelden doel van het project.

 

Toenemende digitalisering in projecten

De meest duidelijke verandering die zich in de loop der jaren heeft voorgedaan, is de steeds grotere rol van de digitalisering in de projecten voor de validering van vaardigheden: de resultaten van projecten worden meer en meer in leerplatforms geïntegreerd en daardoor beter toegankelijk voor potentiële gebruikers. Het strategische partnerschap IMPACT heeft bijvoorbeeld een uitgebreide online leeromgeving ontwikkeld waarin rondom het thema competentiegericht leren Open Educational Resources (OER) en validering-instrumenten beschikbaar worden gesteld. Dit biedt onder andere bijscholingsmogelijkheden voor onderwijzend personeel.

Projectresultaten als die OER - en daardoor ook de specificatie van de gebruiksrechten via de bijbehorende licenties - spelen bij uitstek een grote rol binnen Erasmus+. Er zijn tegenwoordig weliswaar meer projecten dan in het verleden die ernaar streven om OER te ontwikkelen, maar als naar de resultaten gekeken wordt, blijkt niettemin vaak dat die zonder open licentie worden gepubliceerd. Dat betekent dat de resultaten voor andere partijen slechts in beperkte mate bruikbaar zijn. Dat is problematisch, zeker met het oog op de vervolgontwikkeling, de toepassing en de daaraan gekoppelde duurzaamheid van validering-instrumenten.

In het kielzog van die digitalisering is ook het gebruik van online tutorials toegenomen, zoals bijvoorbeeld in het strategische partnerschap Destination eValidation In het kader van dat project is een online tool ontwikkeld om de verworven vaardigheden op het gebied van vrijwilligerswerk zichtbaar te maken, te documenteren en te valideren. Een van de resultaten van het project is een korte video waarin getoond wordt hoe het instrument toegepast kan worden. Daarnaast is er een reeks videohandleidingen beschikbaar die stapsgewijs het gebruik van het instrument toelichten.

 

Behoeften en ontwikkelingen: integratie en digitalisering

Aangezien er al talloze instrumenten beschikbaar zijn, lijkt het ontwikkelen van volledig nieuwe modellen niet echt zinvol. Het combineren van de ontwikkelde instrumenten en modellen is daarentegen wel zeer nuttig. Dat kan bijvoorbeeld door modellen in de Europese en nationale kwalificatiekaders te integreren of door gebruik te maken van andere transparantie-instrumenten.

Het staat buiten kijf dat het belang van de digitalisering van de projectresultaten alleen nog maar zal toenemen. Het is ook een van de strategische doelstellingen van de Europese Commissie om resultaten op die manier gemakkelijker ter beschikking te stellen van onderwijzend personeel en doelgroepen. Om dit te kunnen bewerkstelligen, moet er in de projecten wel op een meer systematische wijze rekening gehouden worden met OER- en licentie-aspecten.

Ook moet er meer aandacht uitgaan naar het aanpassen van validering-instrumenten voor bepaalde doelgroepen. Zo stemt het strategische partnerschap ROMINKO op dit moment de procedure voor het evalueren van competenties af op de speciale behoeften van volwassen Roma. Hierdoor kunnen zij zich effectiever op nieuwe beroepsmogelijkheden oriënteren en is een betere loopbaanplanning mogelijk. Dergelijke projecten zijn met name relevant met het oog op de vertaling naar andere contexten en doelgroepen, bijvoorbeeld vluchtelingen en migranten.

Er zijn op dit moment dus voldoende aanknopingspunten en projecten op het gebied van de validering beschikbaar om dit onderwerp verder te kunnen ontwikkelen. Op de website van het Nationaal Agentschap van Duitsland (Nationale Agentur beim BIBB) vindt u onder het thema 'Validierung von Kompetenzen' meer informatie over de afgeronde projecten en actuele ontwikkelingen.

 

Michael MARQUART is wetenschappelijk medewerker van het Duitse Nationale Agentschap voor Erasmus+

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 1 van 1 weergegeven
  • afbeelding van Peter VAN DEURSEN

    Een mooi overzicht van projecten rond validering!

    In Nederland is EDOS Foundation actief met Erasmus+ projecten rond validering in vrijwilligerswerk.

    Het 2014 project "Validation policy for volunteering organizations" (VaPoVo) is bedoeld om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen bij (het maken van) beleid voor het inzichtelijk maken van competenties van vrijwilligers. Hun Volcar project focust op de begeleiding van vrijwilligers in hun professionale ontwikkeling.

    Erik Kaemink heeft een Erasmus+ project onder de titel "Transnational Peer Review for quality assurance in Validation of Non Formal and Informal Learning (VNFIL) Extended ". Peer review als een methode om niet en -informeel leren te valideren dus, als aanvulling op bestaande kwalitweitssystemen.