chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

Toename aantal nieuwkomers met behoefte aan taalondersteuning

30/04/2020
door Sylvia de Groot...
Taal: NL

Meer dan 600.000 nieuwkomers hebben behoefte aan taalondersteuning, zodat zij sneller mee kunnen doen in de samenleving. Naar verwachting neemt dit aantal de komende tijd toe. Dit wordt veroorzaakt door het groeiend aantal migranten dat naar Nederland komt. Daarnaast spelen de verhoging van de taaleis naar B1 in de nieuwe wet inburgering en de aandacht voor laaggeletterdheid vanuit de overheid een belangrijke rol. Deze conclusies trekt het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO) dat in opdracht van de stichting Het Begint met Taal een notitie schreef over het aantal anderstaligen met een behoefte aan taalondersteuning.

 

Toename migranten

Het aantal migranten dat zich in Nederland vestigt neemt toe. Het CBS schat in dat de Nederlandse bevolking internationaler zal worden. De verwachting is dat er in 2030 bijna 500.000 extra mensen in Nederland zullen zijn door een stijgend aantal migranten (waarvan de helft nieuwkomers en de helft in Nederland geboren). De redenen voor migratie zijn vooral gezinsmigratie, met daaropvolgend arbeidsmigratie, asiel en studie, aldus het CBS.

De zes grootste herkomstlanden van personen met een eerste generatie migratieachtergrond zijn: Turkije, Suriname, Marokko, Polen, Duitsland en Indonesië. Nederland telde 103.000 inwoners met een eerste-generatie Syrische migratieachtergrond op 1 oktober 2019. Iets meer dan de helft van de nieuwe migranten kwam in 2019 uit Europa. Overige migranten groepen zijn afkomstig uit Aruba, Sovjet-Unie, Amerika, China, Joegoslavië, Hongarije, Verenigd Koninkrijk, België en Irak. Onder de grootste groepen onder de 40.000 personen, zijn mensen herkomstig uit o.a. India, Afghanistan, Italië, Iran, Spanje, Frankrijk, en Somalië.

 

Laaggeletterde anderstaligen

Op basis van recente CBS-gegevens is geschat dat er ongeveer 394.000 laaggeletterden zijn van 30 jaar en ouder met een migratieachtergrond (met name eerste generatie). De groep laaggeletterden in Nederland kan onderverdeeld worden in laaggeletterden die in Nederland zijn geboren (de NT1-groep) en de laaggeletterden die niet in Nederland zijn geboren (NT2-groep). 

Hoewel ‘laaggeletterdheid’ alleen betrekking heeft op de schriftelijke taalvaardigheid, zijn spreek- en luistervaardigheid ook minstens zo belangrijk om actief deel te nemen aan de samenleving. We weten uit onderzoek dat er een aantoonbaar verband is tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheid.

 

Ouderen en jongeren zijn extra kwetsbaar

Uit onderzoek blijkt dat een verhoogde taalvaardigheid tot meer verbinding met de samenleving en de omgeving van een laaggeletterde leidt en daarmee tot minder eenzaamheid. Aangezien laaggeletterdheid eenzaamheid in de hand kan werken, vormen met name pensioengerechtigden hierdoor een kwetsbare doelgroep. Maar ook voor jongeren speelt het risico dat zij niet voldoende kunnen integreren en daarmee in een sociaal isolement zouden kunnen komen. Dit komt doordat er een groeiend aantal jongeren in Nederland is dat niet goed kan lezen, zoals vastgesteld is door de onderwijsinspectie. Volgens de inspectie speelt sociaal-economische segregatie hier een rol in en presteren scholen over het algemeen minder goed in die wijken, waar nieuwkomers vaker terechtkomen. Dit kan bijdragen aan een groter risico op laaggeletterdheid onder jongeren, met name onder de eerste generatie nieuwkomers die een grotere ondersteuningsvraag hebben.

 

Conclusie

Het is heel aannemelijk dat er een toename komt in het aantal anderstaligen dat behoefte heeft aan taalondersteuning, stelt het ECBO. Het eerder onderzochte aantal van 600.000 is naar verwachting aan de lage kant. 

Er ligt een drietal factoren ten grondslag aan deze aanname. Ten eerste verwacht het CBS een groei in het aantal immigranten (zowel eerste- als tweede generatie) dat zich in Nederland vestigt en de Nederlandse taal zal moeten leren. Ten tweede blijft de overheid investeren in de aanpak van laaggeletterdheid, met daarbij specifiek aandacht voor jongeren en voor ouderen met zwakke taalvaardigheden. Met name taalzwakke jongeren hebben baat bij goed taalonderwijs op school. De vergrijzing onder ouderen maakt het aannemelijk dat er een toename van de vraag naar taalondersteuning onder ouderen zal zijn, zodat zij minder eenzaam zijn en langer zelfredzaam. Ten derde zijn er wijzigingen op het gebied van inburgering die het aannemelijk maken dat er een toename kan worden verwacht onder Nederlanders die behoefte hebben aan taalondersteuning. Er komt een nieuw inburgeringsstelsel, waarbij de taaleis van A2 naar B1 verhoogd zal worden. Dit zal ertoe leiden dat inburgeraars langer behoefte hebben aan taalondersteuning om het hogere niveau te kunnen halen. Ook Turkse nieuwkomers, die eerder vrijgesteld waren van de inburgeringsplicht, zullen dan moeten inburgeren. Dit is een omvangrijke groep onder de eerste generatie migranten waardoor het aannemelijk is dat er meer inwoners van Nederland behoefte hebben aan taalondersteuning. 

Om alle 600.000 anderstaligen met een taalbehoefte te ondersteunen, zijn extra inspanningen van alle aanbieders nodig. Dit geldt voor formele aanbieders van niveau-verhogende trajecten, organisaties die non-formele taalcoaching aanbieden en alle andere plekken waar nieuwkomers Nederlands oefenen, zoals op de werkvloer.

 

Bronnen

 

Onderzoek

Lees hier het volledige onderzoek van ECBO.

 

Vragen

Heb je vragen? Neem contact op met Stichting Het Begint met Taal.

 


Zelf inhoud op EPALE plaatsen en zo meer dan 60.000 professionals bereiken? Dat kan! Maak een profiel aan en plaats uw bijdrage.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn