chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

De stoute schoenen aantrekken: over de beginselen van de andragogie

20/12/2018
by NSS EPALE Nederland
Taal: NL
Document available also in: PL FR DE EN LV HR

Blog door Monika Sulik

“Ik werd naar een instelling voor hoger onderwijs gestuurd om samen met de medewerkers te werken aan verbetering van de communicatie. Meteen na de bijeenkomst zei de groep tegen de directie dat ze ons bedrijf onmiddellijk aan de kant moesten zetten. Ze voegden eraan toe dat ze die minkukel nooit meer wilden zien.

- Wat had je dan fout gedaan?

- Inmiddels weet ik dat: om te beginnen sprak ik ze gelijk bij hun voornamen aan. De groep bestond echter uit een hoogleraar en hoofddocenten die dat niet gewend waren. Daarnaast was een van de eerste dingen die ik hen vroeg om in paren te werken, iets wat doorgaans uitstekend werkt. Voor hen stond dat gelijk aan gedwongen verbroedering. Ze voelden zich geremd (...). Het is een hele opgave om met de meeste docenten samen te werken.”[1]

Ik kan me goed in het voorgaande fragment verplaatsen, om drie redenen:

1) In de eerste plaats ben ik andragoog, m.a.w. een opleider van volwassenen.
2) In de tweede plaats ben ik een volwassen lerende.
3) In de derde plaats was ik bij de hierboven beschreven bijeenkomst.

Om de genoemde redenen bood dit me een goede aanleiding om deze situatie te bespreken vanuit het perspectief van een deelnemer aan de training. Mijns inziens was de spanning of zelfs het conflict in deze situatie het resultaat van tegenstrijdige verwachtingen en manieren van werken. Dit is de bron van de moeilijkheid met het werken met opleiders van volwassen, zoals aangegeven door de coach. In dit soort situaties worden we geacht de rol van student aan te nemen, terwijl de meesten van ons ervan uit gingen dat we kant-en-klare hulpmiddelen, beproefde oplossingen en een sleutel tot succes aangereikt zouden krijgen. Van zijn kant wilde de coach dat we ervaringen zouden delen en ons door de anderen zouden laten inspireren. Hij verwachtte dat hij erbij kon blijven staan om onze interactie te observeren. Aan het eind reageerde hij op het ongenoegen van de deelnemers door te stellen: “Zo werk ik nu eenmaal; dat is niet mijn probleem.”

/nl/file/prawidlaaajpg-1prawidlaaa.jpg

 

Ik heb er veel over nagedacht voordat ik dit ging schrijven. Graag wil ik duidelijk maken dat de kwestie die ik wil analyseren, kan worden geïllustreerd aan de hand van de stelling dat de opleiders van volwassenen zelf niet de stoute schoenen aantrekken. Is dat een terechte bewering over andragogen, coaches en opleiders?

Een paar dagen geleden woonde ik een inspirerende training bij voor ambassadeurs van het EPALE-platform, over schrijven voor het internet. Anna Miotk, die de training leidde, complimenteerde ons met onze inzet en creativiteit nadat zij de hele dag bezig was geweest om de vragen van deelnemers te beantwoorden, twijfels weg te nemen en onze meningsverschillen op te lossen. Ik moet toegeven dat deze opbouwende feedback me net als Red Bull “vleugels gaf”, maar tegelijk deed het me ook denken aan de ervaring die ik in de inleiding beschrijf. Deze ervaring vormde voor mij de inspiratie om naar een antwoord te zoeken op de volgende vraag: HOE BRENGEN OPLEIDERS VAN VOLWASSEN HET ERVAN AF ALS STUDENT?

Publicaties over volwasseneneducatie staan bol van de ideeën over de competenties waarover een opleider van volwassenen, coach of docent moet beschikken. Het is de moeite waard om een paar heersende opvattingen op dit gebied te citeren. Józef Kargul wijst er bijvoorbeeld op dat “de postmoderne samenleving de institutionele en sociale rol van docenten geheel heeft uitgehold. Docenten zijn voor leerlingen niet langer de enige bron van kennis en gezag, met name voor volwassen lerenden, ouders en lokale gemeenschappen. Het pleidooi van diverse schrijvers om deze rol van docenten in stand te houden, zoals ook in sommige onderwijsrapporten valt terug te vinden, is dan ook zinloos. Dat is niet meer dan een regendans. Opleiders van volwassenen hebben deze feiten vaak genegeerd en beschouwen zichzelf nog steeds als orakels. Je ziet hierin een enorme paradox: ze prediken democratische waarden en koesteren gelijkheid, maar wat betreft openbare scholen en hun rol daarin hanteren ze conservatieve principes. Ze geloven dat ze volwassen studenten waarden mogen leren, hen persoonlijke modellen mogen voorhouden en ware bronnen van kennis kunnen leren, onder verwijzing naar de ratio. Wat zij niet lijken te beseffen is dat in de postmoderne wereld alle vormen van pluralisme welkom zijn (...). Een dergelijke invulling van de sociale rol van een docent wordt door studenten afgekeurd en stelt opleiders bloot aan uitingen van agressie, die niet alleen verbaal blijven. Op dit moment neemt niemand het voor docenten op. Sterker nog, docenten krijgen nog steeds te horen dat zij studenten onderdrukken, hun mening opleggen en hen manipuleren. Je hoort nog maar zelden het standpunt dat docenten gewoonweg hun traditionele institutionele rol vervullen, die jammer genoeg door de postmoderne wereld geheel is uitgehold.” [2] Dit citaat lijkt antwoord te geven op de vraag: Waarom is het zo moeilijk voor opleiders van volwassenen om in de schoenen van de student te gaan staan? Is hier misschien sprake van een soort dissonantie? Aan de ene kant zijn zij leerkrachten die meer of minder bewust beïnvloed worden door diepgewortelde tradities, een behoefte aan erkenning en de opdracht om andere volwassenen te “instrueren”. Aan de andere kant zijn ze ervaren genoeg om te beseffen dat veel waarheden en oplossingen aan kracht hebben ingeboet ten gevolge van de veranderingen in deze postmoderne tijd. Deze twee rollen lijken met elkaar te botsen en leiden tot een gevoel van inconsistentie, tweeslachtigheid en misschien zelfs een zekere schizofrenie.

Dorota Lubrań stelde in dit verband dat hedendaagse docenten met een moeilijke opgave worden geconfronteerd, die vraagt om permanente en regelmatige bijwerking van competenties op het gebied van vakinhoudelijke kennis, methodologieën en werkorganisatie, alsook om een voortdurende actualisering en verbreding van de algemene kennis en praktische vaardigheden. “Iedere volwassene moet zich ervan bewust zijn dat een leven lang leren een basisvoorwaarde is voor volwaardige participatie in een democratische samenleving. Dit geldt ook, of misschien juist, voor opleiders van volwassenen.” [3]

In het licht van deze observaties moet worden opgemerkt dat er in de vakliteratuur weinig bronnen of onderzoeksresultaten te vinden zijn over opleiders van volwassenen in de rol van studenten. Daarom is de paper van Agnieszka Majewska-Kafarowska en Urszula Tabor, waarin zij hun observaties delen en beschrijven hoe opleiders van volwassenen de rol van studenten vervullen, bijzonder waardevol. De resultaten van het onderzoek zijn niet erg hoopgevend en nodigen zeker uit tot reflectie. Zij hielden een enquête onder opleiders van volwassenen die deelnamen aan een cursus die was georganiseerd door een instelling voor permanente educatie. Het doel van de trainingscursus was om de deelnemers vertrouwd te maken met andragogie, en richtte zich op het functioneren van volwassen lerenden als onderdeel van het leerproces. Het waren de deelnemers zelf die om deze trainingscursus hadden gevraagd. Naast andere zaken werd cursisten gevraagd om antwoord te geven op een gesloten vraag die bedoeld was om aan te zetten tot reflectie over andragogie. Zij moesten hierbij het juiste antwoord aankruisen. Hun antwoorden waren verrassend. Ze konden kiezen uit de volgende antwoorden:

a) Andragogie is een wetenschappelijk vakgebied dat volwassenen moet stimuleren om na te denken over zichzelf, de wereld en anderen.

b) Andragogie is een wetenschappelijk vakgebied dat antwoorden biedt op de vraag hoe volwassen lerenden moeten worden opgeleid. [4]

Opmerkelijk was dat slechts 20% van de respondenten het eerste antwoord koos, terwijl 45% het tweede alternatief aankruiste, 22% geen antwoord gaf en slechts een paar respondenten beide alternatieven aankruisten. Commentaar is hier overbodig. De antwoorden die op andere vragen van de enquête werden gegeven, zijn niet minder onthutsend. De uitkomsten kunnen als volgt worden samengevat:

  1. Een groot deel van de opleiders van volwassenen is niet vertrouwd met de vakliteratuur.
  2. Een groot deel van de opleiders van volwassenen verwacht kant-en-klare hulpmiddelen te krijgen in plaats van inspiratie of mogelijkheden tot reflectie.
  3. Een groot deel van de opleiders van volwassenen gaat naar cursussen omdat zij competenties moeten verwerven en de certificering van beroepskwalificaties nodig hebben.
  4. Opleiders van volwassenen vertonen vaak attitudes die zij zelf bij studenten sterk afkeuren.

Hoe is het dan toch mogelijk dat opleiders van volwassenen het zo moeilijk vinden om de andragogische theorie in de praktijk te brengen, terwijl dit idee benadrukt dat educatie een “onmisbaar element of zelfs een existentiële behoefte is die gedurende iemands gehele leven moet worden bevredigd”? [5] Wellicht is het dilemma en het probleem dat opleiders van volwassenen hebben met de rol van student het resultaat van een gebrek aan moed of bereidheid om “de drempel te nemen” of “de grenzen op te zoeken”, hetgeen neerkomt op de bereidheid om open te staan voor nieuwe impulsen, zoals Łukasz Michalski suggereert. Hij citeert hierbij Mikhail Bakhtin, die ons eraan herinnert dat “zijn gelijkstaat aan communiceren”. Deze uitdrukking gaat over discussies met jezelf en met anderen. Wie discussie vermijdt, vermijdt het leven. Gelet op de existentiële dimensie van leren kunnen we concluderen dat leren in wezen dialogisch moet zijn, gericht moet zijn op de confrontatie met het anders-zijn en opgevat moet worden als bezielend [6]. Mijns inziens moet deze bezielende eigenschap daarom worden geduid als de bereidheid en moed om die stoute schoenen aan te trekken.

En jij? Houd je van leren? Houd je van trainen? Ga je graag naar seminars of cursussen? Als ze je bevallen en je het idee hebt dat ze op maat gesneden zijn, laat me dat dan weten. Mocht je niet van plan zijn om nieuwe schoenen aan te trekken, of vind je dat je huidige schoenen je niet staan en je liever andere wilt, laat me dan weten waarom. Wellicht is het idee dat opleiders van volwassenen niet van leren houden uiteindelijk gewoon een mythe die moet worden ontkracht? 

     

 

 

dr. Monika Sulik Universitair docent. Geeft college over de “biografie in het onderwijs”. Gecertificeerd coach en wetenschappelijk mentor. Sinds 2018 is zij secretaris van het tijdschrift Edukacja Dorosłych (Volwasseneneducatie). EPALE-ambassadeur.

         

    

 

[1] http://wyborcza.pl/duzyformat/1,127290,11697611,Jacek_Jakubowski__czyli_hipis_w_korporacji.html (dostęp 13.06.2018).

[2] J. Kargul: Edukacja dorosłych w ponowoczesnym świecie, „Chowanna” 2003, s. 199.

[3] D. Luber: Rola i znaczenie andragoga w procesie edukacji i wychowania dorosłych. [w:] A. Fabiś, B. Cyboran (red.), Dorosły w procesie kształcenia dorosłych, Bielsko-Biała - Zakopane 2009, s. 205.

[4] U. Tabor, A. Majewska-Kafarowska: „Autorefleksja zawodowa nauczycieli dorosłych a ich funkcjonowanie w roli ucznia i nauczyciela”. [w:] A. Stopińska-Pająk (red.), Edukacja dorosłych. Doradca zawodowy. Rynek pracy, Warszawa 2006.

[5] A. Stopińska-Pająk: „Edukacja dorosłych i poradnictwo zawodowe wobec wyzwań rynku pracy”. [w:] A. Stopińska-Pająk (red.), Edukacja dorosłych. Doradca zawodowy. Rynek pracy, Warszawa 2006.

[6] Ł. Michalski: Strach przed innym, czyli o istocie uczenia się. [w] A. Fabiś, A. Stopińska-Pająk (red.), Uczący się dorosły w zmieniającym się świecie, Bielsko-Biała 2010, s. 57.

  

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 10 van 32 weergegeven
  • afbeelding van Liene Ušvile
    Ja piekrītam, ka pedagogs cenšas runāt ar skolēnu (jebkura vecuma) iespējami kā ar līdzīgu, kā ar pieaugušu cilvēku, izvēloties tikai skolēna vecumam atbilstošus rīkus - valodas izvēle, satura dziļums, koncentrēšanās ilgums u.tml., tad ļoti lielā mērā rakstā minētie argumenti un secinājumi pēc pētījuma veikšanas ir jāņem vērā ikvienam, pat pirmsskolas izglītības pedagogam. Rakstā teiktais par pieaugušo apmācītāju jeb andragogu nepieciešamību mūžilgi izglītoties, nemitīgi papildinot prasmes un iemaņas dažādās jomās, ļoti lielā mērā attiecināms arī uz pedagogu. Izglītības mērķu sasniegšanai pedagogam ir jābūt empātijas spējām attiecībā uz skolēnu jebkurā vecumposmā. Empātijas spējas ir atslēgas vārds gan satura plānošanā, gan metožu izvēlē, gan palīdzība apgūt prasmes un nostiprināt iemaņas.
  • afbeelding van Jeļena Alute
    Manā praksē, apmeklējot kursus, lielāka daļa  no tiem bija vērtīga un jaunas idejas es ar prieku izmantoju praksē.  Bet, diemžēl, bija tādi, apmeklējot kurus radās sajūta, ka tu velti zaudēji laiku, lai gan pirms apmeklējuma rūpīgi pētu programmu un izvēlos tikai to, kas ir nepieciešams. Piekrītu, ka ļoti daudz atkarīgs no pasniedzēja, bet arī svarīgi, kāda ir grupa. Ja grupā, lielāka daļa no cilvēkiem mērķtiecīgi grib apgūt kaut-ko jaunu, strādāt vieglāk un interesantāk.
  • afbeelding van Jolanta_ Zastavnaja_
    ''Manuprāt, meklējot atbildes uz jautājumiem, kādēļ skolotājam ir grūti iejusties skolēnu lomā. Viens no iemesliem, ir pazaudēt savu komforta zonu, bailes ''iekāpt jaunās kurpēs''. Ļoti nozīmīga skolotāja prasme ir nebaidīties ''iekāpt citās, jaunās kurpēs''. Skolotājam ir jālasa, jāinteresējas par jaunatklājumiem izglītībā, tehnoloģijās, pētījumos par sabiedrību, skolēniem,piem. paaudžu atšķirībās. Tieši zināšanas jeb mūžizglītība apvienojumā ar ''iekāpšanu jaunās kurpēs'', skolotāju var aizvest ļoti interesantā, krāšņā piedzīvojumā, mācot, izglītojot izglītojamos. Un ,protams, šeit nevar nepieminēt, sevis un sava paveiktā analīzi, kas palīdz saprast paveikto un skaidri parāda turpmākos mērķus.''

  • afbeelding van Linda Trūle
    Lai strādātu par skolotāju, ikvienam ir jāapzinās, ka katram pašam ir jāpilnveidojas līdz ar saviem audzēkņiem, jo viena gatavā “recepte”, nederēs visiem. Līdz ar to, apzinoties, ka izglītības iestādē ienāk jauni audzēkņi ar savām interesēm, vajadzībā, skatījumu uz dzīvi, ir jāsaprot, ka ir nepieciešama sevis, savu zināšanu praktisko spēju aktualizāciju un papildināšanu, uzlabošanu. Tā kā skolotāju profesija ir tā, kurā nemitīgi jāpilnveido sevi, un to nosaka arī Izglītības likums, mūsdienās šāda iespēja ir gan formālajā, gan neformālajā izglītībā, ir pieejami dažādi, kursi, lekcijas, semināri, dažādi projekti, un šo piedāvājuma klāsts ir liels, un ir iespēja izvelēties pēc ieskatiem, šī brīža aktuālajām vajadzībām. Un apmeklējot šādus sevis pilnveides, kursus, ir jāņem viss piedāvātais, neatkarīgi no kvalitātes, vai cita kā, bet kā zināms slikta pieredze ir arī pieredze, no kuras ir iespējams mācīties. Pati personīgi varu dalīties ar pozitīvu piemēru, no vieniem kursiem, kur es kā pedagogs iejutos skolēnu lomā, kur caur praktisko darbošanos tika izzinātas dažādas metodes, kā skolēniem mācīt kritiskās domāšanas prasmes, un es uzskatu, ka tikai caur šo prizmu, ir iespēja pilnīgi izprast vai šīs piedāvātas metodes tev un taviem audzēkņiem derēs vai nē. Un iegūtas zināšanas, prasmes ir daudz noturīgākas, nekā tās es būtu noklausījusies parastā lekcijā. Bet viennozīmīgi varu apgalvot, ka šie pilnveides kursiem, jābūt ieguvumam sev pašam. Jo dzīves gudrāks, zinošāks būsi, jo lielāka tava vērtība būs sabiedrībā, tādēļ nepieciešams mācīties visu mūžu. Un tikai apzinoties to, ļaus iekļauties demogrāfiskajā sabiedrībā. 
  • afbeelding van Elīna Bogdanova
    Labprāt apmeklēju kursus un seminārus par sev interesējošām tēmām un aktualitātēm. Kā arī esmu izmantojusi Erasmus + piedāvātās iespējas, kas paplašina redzesloku un sniedz zināšanas no profesionāļu praktiskās pieredzes, ko universitātes solā, diemžēl, neiegūstam. Protams, lai maksimāli daudz gūtu no kursiem vai dažādiem semināriem, lekcijām ir jādodas uz tiem ar interesi un jābūt atvērtam arī iesaistīties un diskutēt. Kursi nereti notiek ārpus darbalaika vai studiju laika, kas nozīmē, ka tiem jāpatērē savs brīvais laiks. Taču tas nekādā ziņā netiek izniekots. Vienmēr ir ļoti svarīgi gūt ko jaunu, kas ir neatņemama vērtība - pieredze un zināšanas. 

  • afbeelding van Zane Katrīne Kļaviņa
    Esmu ļoti priecīga un pateicīga, par to, ka papildus studiju programmā noteiktajiem kursiem, varu brīvajā laikā izvēlēties no plaša klāsta profesionālās pilnveides kursiem, semināriem, apmācībām. Labprāt piedalos arī Erasmus+ un līdzīgos pieredzes apmaiņas, neformālās izglītības pasākumos, radošās darbnīcās, klausos sabiedrībā zināmo cilvēku lekcijas par sev interesējošām tēmām. Man vēl ne reizi nav gadījies justies, ka būtu zaudējusi savu laiku šāda veida izglītošanās aktivitātēs. Domāju, ka izšķiroša ir katra individuālā attieksme - ja vēlies kaut ko dziļāk saprast, piedalies un klausies ar atvērtu prātu un aiz paša iniciatīvas, tad arī noteikti kādu atziņu atradīsi, pat šķietami garlaicīgā stāstījumā. Arī "slikta" pieredze var sniegt jaunas atklāsmes.
  • afbeelding van Laima Kronberga
    Tālākizglītības vai profesionālās pilnvbeides kursus neapmeklēju formālo 36 stundu dēļ. līdz ar to izvēloties kursus, vienmēr apsveru to lietderīgumu mānām tā brīža interesēm un vajadzībām. Mūsidenās ir ļoti plašs kursu klāsts, no kura katrs var atrast sev ko lietderīgu un aktuālu tieši konkrētajam klausītājam (apmeklētājam). Skolotāja viena no galvenajām kompetencēm, ir vēlme un spēja mācīties mūžā garumā, bet kur un kā to darīt ir katra paša atbildba!
  • afbeelding van Renārs Rapa
    Manuprāt, mācīšanās vide (gan skolas vide, gan pieaugušo izglītībā), kurā no izglītojamā tiek sagaidīta zināšanu uzņemšana no skolotāja un to atkārtošana, nav demokrātiska. Un šis demokrātijas trūkums izraisa šo negatīvo attieksmi pret mācīšanos, pret tālākizglītības kursiem. Liela daļa kolēģu (skolotāji) apmeklē piedāvātos kursus tikai "papīra pēc, jo vajag stundas". Lai šī tālākizglītības vide būtu demokrātiskāka, izglītojamajiem jābūt iespējai izteikt savus viedokļus par to, kādu izglītību viņi uzskata par vajadzīgu un sniegt iespēju aktīvi piedalīties zināšanu veidošanā ar saviem skolotājiem. 
    Man ļoti patīk apmeklēt seminārus, kursus u.c. tālākizglītības nodarbības. Vienmēr jaunapgūtās metodes un zināšanas izmēģinu savās nodarbībās un tad vēroju, kas izdodas, kas izglītojamiem patīk, un kas ne pārāk. Pārsvarā Latvijas tālākizglītības kursus vērtēju augsti un noderīgi. 10 gadu laikā atceros tikai vienus kursus, pēc kuriem palika sajūta, ka tie tiešām bija bezjēdzīgi. Katra tālākizglītības reize sniedz kādu jaunu skatu punktu, parāda "jaunas kurpes kurās iekāpt". Man patīk pētīt un priecāties, kādās dažādas kurpes visapkārt ir, un kolekcionēt daudzus dažādus pārus, kurus regulāri mainīt darbā ar izglītojamajiem. 

  • afbeelding van Jānis Rage-Raģis
    Vispārējās, profesionālās un interešu izglītības pedagogs ir atbildīgs par savas profesionālās kompetences pilnveidi. Profesionālo kompetenci pilnveido, triju gadu laikā apgūstot programmu vismaz 36 stundu apjomā. Gadā ir jāapmeklē kursi vismaz 12 stundu apjomā. Manā praksē parasti šie kursi ir bijuši nevērtīgi. Bieži tēma ir bijusi jau dzirdēta un nav vairs aktuāla, pasniedzēji neiinteresanti. Sajūta, ka tev vajag apliecinājumu par noklausīšanos un papīra formā tu to arī saņem. Protams es runāju par pieejamiem bezmaksas kursiem!
  • afbeelding van Ināra Upeniece
    Renār, pilnīgi piekrītu! Manā praksē visi kursi ir bijuši vērtīgi. Taču, it īpaši pēdējo 10 gadu laikā, "pataustot" savas sajūtas pirms kursiem, ir neliela spriedze - nepazīstama grupa, stāšanās auditorijas priekšā, savas vietas "izcīnīšana"... Pieaugušo izglītotāji vienkopus dažkārt mēdz būt "smagi" izglītojamie. Ja prasmīgs nodarbību vadītājs - viss aiziet uz urrrā!