chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

“Taalcontact, daar gaat het om!”

12/07/2017
door Marissa VAN DER VALK
Taal: NL

 

/nl/file/img1854jpgimg_1854.jpg

Bij het Ster College in Eindhoven ondersteunen taalvrijwilligers de cursisten. Zij vullen daarmee het werk van de professionele docent aan. EPALE sprak met directeur Frans Ritzen en vrijwilligerscoördinator Marleen Hermus. Waarom kozen zij voor deze manier van werken?

 

Marissa van der Valk

 

Het Ster College ligt verscholen tussen sobere woonhuizen in het Eindhovense stadsdeel Woensel. Het organiseert cursussen voor iedereen vanaf 18 jaar. Je kunt er terecht als je (beter) Nederlands wilt leren lezen, schrijven, spreken en verstaan. Of voor rekenen en computergebruik: ‘digitale vaardigheden’. De deelnemers leren er specifieke vaardigheden om te kunnen functioneren in de samenleving. De meeste cursussen worden verzorgd in opdracht van de regionale gemeentes volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), en zijn voor de cursist kosteloos. Per week krijgen de deelnemers drie ‘contacturen’ les van professionals. Daarnaast zet het Ster College taalvrijwilligers in, zogenoemde participatiecoaches. Die vormen een brug tussen de theorie in de klas en (meer) participatie in de samenleving.

 

/nl/file/logo-designerpng-4logo-designer.png

Frans Ritzen, je bent directeur van de afdeling Educatie. Waarom zetten jullie vrijwilligers in?

 

“Om onze huidige aanpak te begrijpen, is het goed even terug te kijken. Voorheen hadden cursisten meer contacturen per week. Die zijn langzaam teruggebracht: eerst naar vijf uur, daarna naar drie. Het oorspronkelijke aantal uren was door bezuinigingen niet meer haalbaar. Een jaar of twee geleden vonden we drie uur per week niet toereikend om je vaardigheden eigen te maken. We pleitten voor een verdubbeling. De gemeente Eindhoven vond dit geen optie en redeneerde: als je meer uren lesgeeft, kun je minder mensen bedienen. En op dat moment waren er in Eindhoven al wachtlijsten. Maar de gemeente had wél interesse in een oplossing met behulp van vrijwilligers. Toen zijn we aan de slag gegaan om te kijken hoe we dat konden vormgeven.”

 

 

Marleen Hermus, jij bent vrijwilligerscoördinator. Hoe viel dit voornemen bij de professionals in jullie team?

 

“Nou, in het begin was er weerstand. Logisch, want bezuinigingen veroorzaakten in het verleden veranderingen in het veld, die niet altijd ten goede kwamen aan de doelgroep. Docenten waren bang voor afkalving van hun professie als vrijwilligers op ‘hun’ vak ingezet zouden worden. Daarom zijn we met elkaar in discussie gegaan: áls we vrijwilligers inzetten, hóé dan – bij welke groepen cursisten kunnen we ze aanvullend inzetten?”

 

Frans Ritzen: “De meerwaarde van vrijwilligers zit ’m in taalcontact. Gewoon met een cursist praten over alledaagse dingen, niet nog eens het grammaticaboekje doornemen. We wilden de vrijwilliger heel zuiver inzetten. We hebben in de klas de professional met zijn verantwoordelijkheden, de vrijwilliger doet daarnaast aanvullende werkzaamheden. Het zijn twee gescheiden functies binnen de organisatie. Samen vormen ze iets moois.”

 

 

Hoe gingen jullie met vrijwilligers aan de slag?

 

Hermus: “Samen met een adviseur en het educatieteam organiseerden we een aantal themabijeenkomsten. Aan de hand van een bestaand compendium van het Europese SEA-project en input vanuit het programma Taal voor het Leven hebben we onze eigen competentieprofielen samengesteld voor vrijwilligers (zie ook kader). Die profielen legden we naast de competenties voor professionele docenten, die voldoen aan het competentieprofiel NT2 of het profiel voor docentbasisvaardigheden. Zij hebben de vakinhoudelijke kennis. Vrijwilligers gaan aan de slag in het taalcafé, of ze ondernemen buitenschoolse activiteiten die aansluiten bij het onderwijsaanbod.”

 

Vaardigheden 

Noodzakelijke vaardigheden vrijwilligers

Hij/zij:

•    verbetert het zelfvertrouwen van het individu;

•    verbetert het leervermogen van het individu;

•    bevordert participatie en zelfstandigheid;

•    is erop gericht de volwassenen succeservaringen te laten opdoen;

•    zet materialen in voor volwassenen;

•    begeleidt de lerende volwassene als zodanig;

•    stimuleert motivatie, inzet en betrokkenheid;

•    geeft de voortgang aan in geletterdheid, gecijferdheid, digitale vaardigheden en mondelinge

      vaardigheden (uiteraard afhankelijk van vakinhoudelijke kennis).

 

Aanbevolen vaardigheden vrijwilligers

Hij/zij:

•    kan een leeromgeving creëren aan de hand van de principes in het volwassenenonderwijs;

•    kan realistische, haalbare doelen formuleren;

•    gebruikt een benaderingswijze op basis van de persoonlijke ervaringen uit het dagelijks leven van de cursist. 

 

 

 

Sinds april van dit jaar draaien jullie een pilot. Wat betekent deze nieuwe manier van werken voor docenten?

 

Hermus: “De gehele afdeling Educatie werkt eindtermen-gerelateerd. Het ontwikkelen van taal-, reken- en digitale vaardigheden is functioneel van aard. De taal is niet het doel, maar een instrument om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Vakdocenten zijn zich meer gaan ontwikkelen in de richting van onderwijscoaches. Ze moeten cursisten kunnen begeleiden in het leren ‘leren’ en in het reflecteren op hun onderwijsproces. We hebben (weer) een portfolio in gebruik genomen: een voortgangsdossier om de ontwikkeling van deelnemers te zien en te beleven. Hiermee wordt vooral het leren buiten school gestimuleerd.”

 

 

En wat betekent deze manier van werken voor de vrijwilligers?

 

Ritzen: “Ik vind het belangrijk dat je vrijwilligers ziet als essentieel voor je organisatie. Ze mogen er niet een beetje bij hangen. Om een simpel voorbeeld te noemen: als je docenten een kerstpakket geeft, moet je dat ook aan de vrijwilligers geven. Marleen besteedt één dagdeel per week aan het coördineren van de vrijwilligersinzet. Dan moet je denken aan contact onderhouden, werven en een introductieprogramma maken. Maar ook intervisiebijeenkomsten organiseren, werkzaamheden evalueren en de samenwerking tussen docent en vrijwilliger monitoren en bevorderen.”

 

Hermus: “De eisen moeten laagdrempelig zijn: vrijwilligers moeten vooral affiniteit met de doelgroep hebben. Taalcontact, daar gaat het om! En wij zien graag dat zij zich voor langere tijd willen binden aan onze organisatie.”

 

 

 

Hoe loopt het?

 

Ritzen: “We hebben nu zo’n tien vrijwilligers (op ongeveer 800 cursisten, red.). We zijn blij met ze. Het loopt ook goed tussen hen en de docenten, omdat iedereen weet waar zijn verantwoordelijkheid begint en ophoudt. We willen nog meer vrijwilligers. We zien dat andere organisaties, bijvoorbeeld de bibliotheek, er heel veel hebben. We zouden graag mensen willen uitwisselen; een soort pool. Maar iedereen zit erg op zijn ‘eigen’ mensen. Daarnaast melden vrijwilligers zich niet zo makkelijk bij een ‘school’. Zouden zij denken dat wij hen niet nodig hebben? Ik weet het niet. We plaatsen nu een advertentie in een regionale krant.”

 

Hermus: “Ik ben positief, net als Frans. Sommige dingen moeten we nog verbeteren of verder uitproberen. Trainingen voor vrijwilligers organiseren of een intervisiemoment vinden, dat valt niet mee. Niet iedereen is op hetzelfde moment beschikbaar.”

 

 

Hoe zit het met de kosten? Vrijwilligers krijgen over het algemeen weinig of geen vergoeding. Gaat het om gratis krachten?

 

Ritzen: “Tja, dat was in het begin een beetje een misverstand bij de gemeente. Bij de inzet van vrijwilligers komt veel werk kijken. Dat past niet in de halve dag per week die we er nu voor hebben. De vrijwilligers krijgen dan misschien geen of weinig geld, maar ze zijn niet gratis.”

 

 

Tot slot: wat brengt de toekomst?

 

Ritzen: “Vanaf 1 januari 2018 krijgt het Ster College er meer taken bij. Ik verwacht dat we een bepaald aantal NT1-cursisten moeten bereiken. Bovendien gaan we alle taalvrijwilligers in de regio werven en coördineren. Dat zijn verantwoordelijkheden, maar ik zie ook kansen. Daarom zetten we  nu al fors in op de werving en begeleiding van vrijwilligers.”  

 

Dit artikel hoort bij het Dossier: Beroepskrachten en vrijwilligers in de volwasseneneducatie  

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email