Overslaan en naar de inhoud gaan
Blog
Blog

Samenwerken in volwasseneneducatie

Samenwerken in de volwasseneneducatie is belangrijk, dat vinden we allemaal. Maar hoe doe je dat?

Samenwerken in de volwasseneneducatie is belangrijk, dat vinden we allemaal. “Alleen ga je sneller, samen kom je verder”, is een veelgehoorde ambitie. Zo ook voor mensen die zich inzetten om volwassenen die hun (basisvaardigheden willen verbeteren. Maar wat bedoelen we precies met succesvol samenwerken? Waarom is dit belangrijk? Hoe ziet zo’n optimale samenwerking eruit? En wat zijn dan die succesfactoren (en faalfactoren) dan?  

In gesprek over wat wel en niet werkt Lidy Hampsink-Aalfs en Sylvia de Groot Heupner, beiden EPALE-ambassadeurs, zijn nieuwsgierig wat succesfactoren -en faalfactoren van effectieve samenwerkingen in de volwasseneneducatie zijn. Door in gesprek te gaan met betrokkenen willen ze antwoord krijgen op wat wel en niet werkt. Met als doel om onze kennis over succesvol samenwerken in de volwasseneneducatie te vergroten. Heb jij ervaring met een succesvolle én falende samenwerking en wil je dit met ons delen? Laat het ons dan weten door een reactie achter te laten op dit blog.

Samenwerking versterkt het leerproces

Volwassenen die zich willen ontwikkelen op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden zijn gebaat bij gedifferentieerd aanbod. Door op verschillende manieren te leren, bijvoorbeeld zowel met de docent op school als met vrijwilligers of buurtbewoners in de praktijk, beklijft het geleerde beter. Bij het verbeteren van taalvaardigheid bij anderstaligen is dat uitgewerkt in het Volunteers In Migrant Education-model (VIME). Uitgangspunt van dit model is dat tweede taalverwerving het meest effectief is wanneer een anderstalige allereerst toegang heeft tot een combinatie van activiteiten: formeel leren, non-formeel leren en via sociale activiteiten. Daarnaast is het van belang dat de activiteiten aansluiten bij het dagelijkse leven en de leerdoelen van de anderstalige.

VIME model

 

In tegenstelling tot een NT2-leerder heeft iemand met Nederlands als moedertaal  over het algemeen geen of minder moeite met het spreken. Toch is in onderstaand model ook de waarde van non-formeel leren meegenomen. Ook voor deze groep geldt dat het kunnen toepassen van het geleerde  in een informele setting bijdraagt aan het onderhouden en het verder ontwikkelen van de basisvaardigheden. ITTA heeft een vrijwilligersmodel NT1 ontwikkeld.

Vrijwilligersmodel NT1 - ITTA

De praktijk is weerbarstig Dat gecombineerd aanbod een mooie ambitie is zien we ook terug in de nieuwe wet inburgering die in 2022 van kracht gaat. Het uitgangspunt is deze wet is dat in alle inburgeraars in een Persoonlijke InburgeringsPlannen een gedifferentieerd aanbod krijgen, bestaande uit formeel én non-formeel aanbod, zoals taalvrijwilligers en sociale activiteiten, zoals werkstages en vrijwilligerswerk. Om dit in de praktijk te realiseren zijn tal van partners betrokken - zoals taalscholen, leer-werkbedrijven bibliotheken, vrijwilligersorganisaties en alle (taal)vrijwilligers – die allemaal hun eigen cultuur, werkwijze en belang hebben. Niet alleen de gemeenten moeten met al deze partners tot afspraken komen, ook de partijen onderling moeten afstemmen wie wat waarom doet. In de praktijk lijkt dit tot dusver lastig: in de aanbestedingen die gemeenten presenteren vallen ze vooral terug op het formele aanbod en verbinden ze het non-formele aanbod en sociale activiteiten te weinig.

Een vergelijkbare situatie speelt zich af in de Wet Educatie en Basisvaardigheden (WEB). Ook hier valt nog veel te winnen op de samenwerking door partijen met verschillende expertise en mogelijkheden. Arbeidsmarktregio’s hebben vanaf 2018, na een stapsgewijze afbouw van de gedwongen winkelnering bij de ROC’s, meer bestedingsvrijheid voor de inzet van deze middelen. Dit heeft als gevolg dat iedere arbeidsmarktregio deze middelen op een andere manier inzet. In sommige regio’s gaat het gehele budget naar een roc, in andere regio’s wordt het budget verdeeld over diverse partners. Vanaf 2021 hebben gemeenten de opdracht van het rijk om de regie te nemen over de aanpak van laaggeletterdheid.

Formeel is in (bijna) alle gemeenten een vorm van samenwerking, dat zich uit in een Taalhuis of een andere benaming. Waar tot en met uit de eerste certificeringstrajecten van de taalhuizen – de netwerkpunten die verantwoordelijk zijn voor goede doorverwijzing van deelnemers - blijkt dat de onderlinge samenwerking de grootste uitdaging is. Men weet dat het belangrijk is voor de leerders en streeft naar optimale samenwerking, maar de praktijk is weerbarstig. Kortom, samenwerken is een vraagstuk dat meer aandacht verdient, zodat mensen die zich willen ontwikkelen krijgen wat zij nodig hebben en onze samenleving inclusiever wordt.

Login (0)

Want to write a blog post ?

Don't hesitate to do so! Click the link below and start posting a new article!

Laatste discussies

EPALE Discussie: Wat kunnen we doen om de volwasseneneducatie beter te maken voor mensen met een beperking?

In juni richt EPALE de schijnwerpers op hoe mensen met een beperking kunnen bijleren. We horen graag van jou hoe we volwasseneneducatie voor mensen met een beperking kunnen verbeteren. De schriftelijke discussie (in het Engels) zal plaatsvinden op 8 juni om 14 uur (CEST).
Meer

Vindt u het ook jammer dat de volwasseneneducatie nauwelijks bijdraagt aan het nieuwe decreet voor duaal leren?