Blog
Blog

Renilde Reynders: Een geschiedenisboek van Europese onderwijsprogramma’s

De nieuwe prioriteiten zoals inclusie en diversiteit, het groene accent en de digitalisering zijn voor mij ook zeer belangrijk.

Renilde Reynders

Korte bio

Ik werk 26 jaar voor de Europese onderwijsprogramma’s in Vlaanderen en neem nu afscheid van mijn beroepsleven. Mijn carrière startte meer dan 40 jaar geleden als leerkracht, in de school waar ik schoolliep, een zeer dynamische school waar veel kon en mocht. Voor ik overstapte naar de Europese programma’s gaf ik 17 jaar Engels en Nederlands. Ik sloot in september af met de coördinatie van de Europese Dag van de Talen in Vlaanderen. Dat was mijn laatste grote opdracht.

Mijn EPALE

Ik ken EPALE van bij de opstart en vind het platform zeer belangrijk en noodzakelijk. Daarom werd ik ook EPALE-ambassadeur. Het platform geeft zichtbaarheid aan de volwasseneneducatie, al is het virtueel. In de digitale wereld van EPALE vind je heel veel. Het is belangrijk om partners te zoeken en om opleidingen en nascholingen in het buitenland te vinden. Al zou ik ook willen pleiten voor een apart platform voor de beroepsopleiding.

Mijn story

Inspiratie van het Lam Gods

Toevallig hoorde ik begin jaren ’90 over een bijeenkomst in Leuven voor leerkrachten uit verschillende Europese landen, waar uitwisselingsprojecten onder de naam ‘European School Project’ (ESP) opgestart werden. Ik nam er aan deel en legde er mijn eerste Europese contacten. Met een Deense, Franse en Ierse school startten we een project. Leerlingen konden vrijwillig meedoen. Alles gebeurde op papier, via de post en zonder subsidies. E-mail hadden we nog niet op onze school en het lukte ook niet om het eerste elektronisch platform te gebruiken.

Ik was zeer aangenaam verrast over het effect dat het project op de leerlingen had. Wat mij enorm verbaasde was dat zij bijvoorbeeld enthousiast en gemotiveerd in het Engels en in het Frans gingen schrijven over het schilderij Het Lam Gods, zonder verplichting. Als ik dat als schrijfopdracht zou gegeven hebben, zou dat enkel op gemor onthaald zijn. Zo groeide het Europese verhaal op onze school, later namen we deel aan de Europaklassen in Alden Biesen en volgden er ook echte uitwisselingen. Vanuit de schoolpraktijk heb ik dus de Europese dynamiek leren kennen en raakte er erg door gefascineerd.

Opdracht voor 2 jaar?

In 1995 verscheen in KLASSE een oproep voor een coördinator van het gloednieuwe Vlaams SOCRATES-agentschap, het agentschap dat het allereerste Europese overkoepelende onderwijs- en vormingsprogramma, SOCRATES, zou implementeren in Vlaanderen. Het leek me wel iets om me enkele jaren buiten de klas te engageren, al verliet ik de school niet graag, zelfs niet voor een contract van 2 jaar. Ik solliciteerde en kreeg de opdracht. Naast mijn coördinerende taak kreeg ik ook de verantwoordelijkheid voor de gecentraliseerde acties, dit zijn de aanvragen die rechtstreeks bij de Europese Commissie moeten gebeuren en waarin het agentschap toen een heel wat grotere rol speelde dan nu. Zo raakte ik zeer nauw betrokken bij de volwasseneneducatie, het open en afstandsonderwijs, de lerarenopleiding en de talen. Na de eerste jaren kende ik de materie pas echt goed en werd mijn opdracht enkele keren verlengd

Een apart programma volwasseneneducatie: Grundtvig!

In 2000 werd het Europese Grundtvig-programma gelanceerd, daardoor kwam er rechtstreeks geld voor projecten die ingediend werden voor de volwasseneneducatie, zowel in de formele als de non-formele sector. Dat leek me zeer interessant en uitdagend. Grundtvig was een avontuur waarop ik me volledig wilde storten en waarvan ik hoopte dat het even groot zou worden als Erasmus voor het hoger onderwijs. Ik stopte met mijn coördinerende taken en kon me zo helemaal op het volwassenenluik concentreren, naast het scholenprogramma Comenius en besloot niet terug te keren naar de klas.

Een zeer sterk onderdeel van Grundtvig waren de leerpartnerschappen, kleinschalige samenwerkingsverbanden met nauwe betrokkenheid van de doelgroepen. Daaruit zijn mooie projecten ontstaan. Daarnaast konden leerkrachten en vormingswerkers individueel op nascholing gaan in het buitenland. Ik kon dat Grundtvig-programma mee uitwerken, opstarten en zien groeien. Dat was enorm boeiend, mede dankzij de bezieling en het enthousiasme van Alan Smith van de Europese Commissie, dezelfde man die de Erasmusmobiliteit voor studenten bedacht.

Renilde Reynders

Een onderwijs-epos

Organisatorisch wijzigde er ook wel wat. Vanaf 2007 mocht de uitvoering van het programma niet meer in het ministerie ingebed zijn. Daarom werd in Vlaanderen vzw EPOS, een zelfstandig agentschap, opgericht. EPOS stond eerst voor de afkorting van ‘Europese Programma’s voor Onderwijs, Opleiding en Samenwerking’, nu is het geen letterwoord meer maar gewoon ‘Epos’, een heldendicht.

Bovendien werden SOCRATES en Leonardo da Vinci, het programma voor beroepsonderwijs en beroepsopleiding samengevoegd, in het ‘Leven Lang Leren’-programma (2007-2014). Dat vond ik een schitterend en erg gebruiksvriendelijk programma. Het sloot nauw aan bij de ideeën van Grundtvig, o.a. door de sterke klemtoon op levenslang en levensbreed leren. In 2014 volgde er een grote omwenteling. De Europese commissie liet de verschillende namen als Grundtvig, Leonardo, Comenius verdwijnen. Alles belandde onder één noemer Erasmus+, waarbij de + staat voor alles wat niet tot de focus op het hoger onderwijs behoort.

Vergeten doelgroepen

Erasmus+ zorgde voor een verschuiving van accenten en volgens mij ook voor verenging. Onder Grundtvig bijvoorbeeld creëerden we het ‘senior vrijwilligersproject’, naar het voorbeeld van het programma JINT waar plaats was en is voor vrijwilligerswerk tot 30 jarigen. In Erasmus+ verdween de aandacht voor senioren net als voor de gedetineerden en zelfs vorming voor volwassenen met een beperking kwam in het gedrang. Een oorzaak was dat het programmabeleid inzake Volwasseneneducatie gestuurd werd door ‘DG Employment’, werk dus, terwijl de definitie van ‘volwasseneneducatie’ duidelijk steevast vermeldt dat het gaat om vorming die ‘niet beroepsgericht’ is. De vraag kwam zelfs bovendrijven of een domein als de volwasseneneducatie nog nodig was onder Erasmus+, er bestonden immers programma’s voor de beroepsopleiding. Dat was wel spannend. Alan Smith was altijd een groot verdediger van niet-formele vorming geweest en kon daar aandacht voor vragen, hij genoot immers respect omdat hij Erasmus op de kaart gezet had. Maar hij ging met pensioen en zijn invloed verdween.

Nieuwe verschuiving

In de jongste Erasmus+programmalijn zit er gelukkig opnieuw een volgens mij positieve evolutie. Dankzij bijvoorbeeld de ‘small scale partnerships’, een laagdrempelige formule die sterker in de verf gezet wordt door duidelijkere en aparte criteria, op maat van kleinere projecten. Dat vind ik mooi, al vrees ik dat we nog steeds meer aanvragen zullen krijgen voor de grotere projecten omdat je daarmee meer geld kan verkrijgen. Ik vind overigens de benaming ‘leerpartnerschap’ veel beter dan ‘kleinschalig’ partnerschap, omdat dit de ambitie verlaagt.

De nieuwe prioriteiten en maatschappelijke uitdagingen zoals inclusie en diversiteit, het groene accent en de digitalisering zijn voor mij ook zeer belangrijk.

De Europese waarden zijn ondertussen wat ondergesneeuwd, het gaat veel meer over kwaliteitsnormen. Het actieve burgerschap, betrokkenheid op Europa zorgen echter intrinsiek ook voor kwaliteitsverbetering. Dat heb ik lang geleden zelf gemerkt bij mijn leerlingen. De impuls die van de Europese thema’s en van een goed project uitgaat zet aan tot kwaliteitsvol werken. We hebben meer Europa nodig en meer samenwerking, het is jammer dat dat geen expliciete prioriteit meer is in het programma.

Het invoeren van de ‘lump sum’, een forfaitair bedrag, voor projecten is zeker erg goed, al heeft het nog verfijning nodig. Ik geloof sterker in de ‘unit costs’, vaste bedragen voor projectonderdelen, om een subsidie op te bouwen, zij geven meer houvast dan één globaal forfait. In het algemeen raakten we als nationaal agentschap verder van de praktijk, ook door de wijze van beoordelingen en rapporteringen.

Vrijwilligerswerk

Eén van mijn dada’s blijft het Europese vrijwilligerswerk voor volwassenen; gelukkig duikt het terug op in het nieuwe Erasmus+! Dus ik hoop dat mijn opvolger daarop extra aandacht zal kunnen vestigen, net als op het belang van het non-formele leren.

Ik hoop op blijvende aandacht voor een leven lang en levensbreed leren in een Europees samenwerkingsverband en dit voor alle volwassenen: senioren, jonggepensioneerden, gedetineerden, mensen met functiebeperkingen, in socio-culturele of economische moeilijkheden.

Daarvoor zullen de non-formele initiatieven echter ook meer moeten inzetten op een systeem dat zichtbaar maakt wat er ‘geleerd’ wordt. Het systeem vraagt dat op een of andere manier de impact van dat aanbod op de deelnemers beoordeeld of gemeten kan worden.

Al heeft volgens mij participatie in het non-formele leren op zich zeker zijn waarde en verwondert het me dat de OESO er geen cijfers over heeft noch verzamelt. Ik hoop toch dat er meer aandacht voor die vorm van leren komt. Want ze is zo belangrijk voor het functioneren in de maatschappij.

Nu eindigt mijn professioneel engagement voor dit Europese verhaal, maar misschien kan ik nog even EPALE-ambassadeur blijven en artikels schrijven over Europese projecten voor EPALE. Hoe mijn leven er als gepensioneerde zal uitzien, moet ik nog rustig bekijken. Al staat dit vast: ik zal blij zijn om opnieuw in het vrijwilligerswerk te kunnen duiken!


Share your Story!

Was dit verhaal inspirerend? Laat het ons weten, geef hieronder je reactie. Je maakt kans om een uniek Epale-geschenk te ontvangen. 

Elke maand (van mei tot november 2021) worden er 5 geschenkjes verloot onder de EPALE-leden die een reactie gaven op een Community Story. Alle relevante reacties komen in aanmerking. 

Login (8)

Wil je een andere taal?

Dit document is beschikbaar in meerdere talen. Kies de taal hieronder.
Switch Language

Want to write a blog post ?

Don't hesitate to do so! Click the link below and start posting a new article!

Laatste discussies

Wat staat er in de jobomschrijving van de centrumcoördinator?

'It's lonely at the top' voor de directeur van een centrum voor volwasseneducatie. Dat gevoel staat nergens beschreven in vacatures.
Dit is een oproep van om jobomschrijvingen te delen én een uitnodiging om het over het gevoel van eenzaamheid, of andere gevoelens, aan de top van een organisatie te hebben.

Meer

EPALE Discussie: Wat kunnen we doen om de volwasseneneducatie beter te maken voor mensen met een beperking?

In juni richt EPALE de schijnwerpers op hoe mensen met een beperking kunnen bijleren. We horen graag van jou hoe we volwasseneneducatie voor mensen met een beperking kunnen verbeteren. De schriftelijke discussie (in het Engels) zal plaatsvinden op 8 juni om 14 uur (CEST).
Meer