chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Beschouwingen over het 3e Global Report on Adult Learning and Education van UNESCO

01/01/2017
door NSS EPALE Nederland
Taal: NL
Document available also in: EN

Ik wil UNESCO-UIL en iedereen die heeft bijgedragen aan de enorme inspanningen die hebben geleid tot het 3e Global Report on Adult Learning and Education (GRALE III).

hartelijk bedanken. Tegen de achtergrond van de Agenda 2030 en het Actiekader vormt dit rapport een essentieel referentiedocument om de wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van volwassenenonderwijs te kunnen volgen.

Toen ik het GRALE III-rapport las en vervolgens toevallig een paar discussies over de bevindingen hoorde, kwamen er twee gedachten in mij op: één over de beschikbare gegevens over volwasseneneducatie en een andere over wie verantwoordelijk is (of zou moeten zijn) voor volwasseneneducatie.

 

Gegevens over volwasseneneducatie

Hoewel GRALE III een zeer waardevol rapport is, is er bij de verzameling van gegevens over volwasseneneducatie nog steeds sprake van bepaalde moeilijkheden (zie Tom Schuller’s perspectief van een insider

over het GRALE III-rapport). Het rapport laat zien dat veel landen nog steeds geen duidelijk beeld van volwasseneneducatie kunnen geven, met name wat betreft participatie en kwaliteit. Een fundamenteler probleem heeft echter te maken met het feit dat het volwassenenonderwijs benaderd wordt vanuit een overheidsoptiek (vergelijkbaar met andere onderwijsgebieden), terwijl de dynamiek van het volwassenenonderwijs sterk verschilt van die andere gebieden voor wat betreft de soorten dienstverleners en hun status, de rol van werkgevers en de rol van individuele lerenden (die in de loop van hun leven hun eigen leertrajecten kiezen).

Ik noem hier één voorbeeld van een gebied waarop dit verschil tussen volwasseneneducatie en andere sectoren problemen oplevert: de financiering. Het rapport concludeert dat “de overheid nog steeds maar een klein deel van de onderwijsbegroting uitgeeft aan ALE [adult learning and education]

42% van de landen besteedt minder dan 1% van de onderwijsbegroting aan ALE, en slechts 23% besteedt hieraan meer dan 4%.” Met deze conclusie is niets mis; ze houdt echter geen rekening met het feit dat bedrijven en burgers ook belangrijke bijdragen leveren aan de financiering van het volwassenenonderwijs. Aangezien het GRALE III-rapport bovendien is gebaseerd op zelfrapportages die veelal door de ministeries van onderwijs worden opgesteld, vraag ik me af of financiële regelingen zoals fiscaal aftrekbare opleidingskosten worden meegenomen in de overheidsuitgaven voor volwassenenonderwijs. In sommige landen gebeurt dat wel, maar in andere wellicht niet omdat de nadruk daar ligt op het door de overheid aangeboden volwassenenonderwijs.

 

Wie is verantwoordelijk voor volwasseneneducatie? (of zou dat moeten zijn?)

In veel landen valt het volwassenenonderwijs onder het toezicht van het Ministerie van Onderwijs of het Ministerie van Werkgelegenheid. In veel andere landen wordt een groot deel van het volwassenenonderwijs echter verzorgd door specifieke sectoren of valt het onder specifieke beleidsgebieden. Een goed voorbeeld hiervan is de gezondheidszorg: personeel uit de zorgsector wordt regelmatig naar cursussen voor permanente educatie gestuurd (die vaak op grond van wettelijke verplichtingen worden georganiseerd door werkgevers in de zorgsector); veel gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door een gebrek aan kennis (bijvoorbeeld over voedselkwaliteit), reden waarom hulpverleningsinstanties cursussen voor volwassenen organiseren om deze kennis te verbeteren.

Het rapport signaleert dat “35% van de landen aangaf dat de gunstige effecten van ALE op de gezondheid en het welzijn van burgers beperkt worden door de gebrekkige samenwerking tussen ministeries. Slechts een derde van de landen stelde dat zij over een interdepartementaal of sectoroverschrijdend coördinerend orgaan beschikken dat volwassenenonderwijs stimuleert met het oog op de persoonlijke gezondheid en welzijn.”

De vraag is wat de beste plek is om het beleid voor volwasseneneducatie vorm te geven: als we andere ministeries een grotere rol geven bij het aanbieden en bevorderen van volwassenenonderwijs, krijgt een land dan een ruimere opvatting van volwasseneneducatie? Wordt het beleidskader hierdoor beter en neemt de participatiegraad hierdoor toe?

Deze overwegingen moeten geenszins worden opgevat als kritiek op het GRALE III-rapport: het is een prachtig stuk werk. Maar ik wil hiermee wel (nog) meer discussie oproepen over de rijkdom en diversiteit op het gebied van volwasseneneducatie en over de vraag hoe volwassenenonderwijs het leven van mensen kan bepalen.

Door aandacht te besteden aan gezondheid en welzijn, werkgelegenheid en de arbeidsmarkt, alsook aan het maatschappelijke, burgerlijke en gemeenschapsleven, levert GRALE III een belangrijke bijdrage.

Veel leesplezier!

 

 

 

Andere artikelen van experts over GRALE III die u niet mag missen:

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn