chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Over de vluchtelingen van nu gesproken (3)

07/04/2016
door Jumbo KLERCQ
Taal: NL

Een serie waarin ik met collega’s spreek die al langer ervaring hebben met migrantengroepen, asielzoekers en vluchtelingen. Ditmaal Adiep Autar (1961), die jarenlang trainer-adviseur was. Aanvankelijk bij Allardsoog-De Hunneschans en daar alle fusies meemaakte die uiteindelijk tot de opleidings- en trainingsorganisatie Stavoor leidde. Momenteel werkt Adiep als docent op Hogeschool Leeuwarden. Daarnaast werkt hij nog een dag in de week voor de lokale welzijnstichting en heeft een eigen praktijk als onafhankelijk adviseur.

Op mijn vraag naar de start van zijn eigen loopbaan, antwoordt Adiep, dat het sociale altijd als een soort bouwsteen in zijn familie gezeten heeft. Het idee dat je naar vermogen een bijdrage aan de samenleving moet leveren, stond en staat bij hem in een hoog vaandel en loopt ook als een rode draad door zijn leven. Zo is hij vanaf de studie sociaal-cultureel werk via vele omzwervingen blijven hangen in wat we nu het sociale domein noemen. Adiep kwam op zijn 18e van Suriname naar Nederland en heeft hier alle schooldiploma’s gehaald die er te halen waren. Na zijn studie ging hij aan de slag als opbouwwerker, een functie die hij nu nog steeds één dag in de week uitoefent “om contact met de mensen zelf te houden en met beide benen in de praktijk te blijven staan.” In Bilgaard, een oudere verpauperde wijk in Leeuwarden waar 7000 mensen met zo’n 48 verschillende nationaliteiten wonen. “Daar gebeurt altijd wel iets.” En in de ernaast gelegen Vrijheidswijk, gebouwd in de jaren 60 en één van de kleinste wijken van heel Leeuwarden’ (3500 inwoners). Ooit heette deze wijk Lekkumerend. Maar het imago van de wijk was door criminaliteit eind jaren tachtig zo negatief, dat de toenmalige bestuurders de naam hebben veranderd in Vrijheidswijk. Het zijn wijken waarin mensen die uit een asielzoekerscentrum komen makkelijk een woning vinden.


Adiep Autar

In 1990 verkast Adiep naar de toenmalige volkshogeschool Allardsoog-De Hunneschans om er als trainer/cursusleider te gaan werken. “Niet zo’n grote overstap” vindt hijzelf “want zowel in het vormingswerk als in het opbouwwerk staat empowerment centraal.” Bovendien vervulde de voormalige volkshogeschool in Bakkeveen traditioneel ook een opbouwwerkfunctie en dat sprak hem aan. In de ruim twintig jaar dat hij daar gewerkt heeft, heeft hij zowel de onstuimige groei (schaalvergroting na schaalvergroting)                   
als de teloorgang (een faillissement) meegemaakt. Adiep merkte dat er door zijn huidskleur anders naar hem gekeken werd. Hij werd vaker gevraagd om met allochtone groepen en organisaties te werken. Toch lukte het hem zich breder te profileren door zich meer te richten op diversiteitsvraagstukken en lokaal sociaal beleid. Van trainer werd hij uiteindelijk leidinggevende en afdelingscoördinator. Binnen de Surinaams gemeenschap wordt hij gezien als een rolmodel en vervult hij een voorbeeldfunctie. De eerste generatie Surinamers in Nederland worstelt ermee, zo vertelt hij, dat het gemeenschapsgevoel onder de jongeren afneemt. “De jongeren worden niet meer zo makkelijk actief in het vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. De sociale sector trekt niet langer, ze kiezen voor een commerciële carrière. Ze krijgen het sociale niet meer van huis uit mee.” Het individualiseringsproces in de westerse samenleving laat zo zijn sporen na binnen allochtone gemeenschappen. Op de Hogeschool ervaart hij dagelijks hoe moeilijk het voor sommigen is om aan te blijven sluiten. “MBO-leerlingen die net tekort komen, en het dan niet redden, omdat ze geen sociale netwerken hebben, maar zich vooral met social media bezighouden.”

Geconfronteerd met de vraag naar wat educatief werk in de huidige vluchtelingencrisis kan betekenen constateert Adiep dat de accenten verlegd zijn en dat naar zijn idee erg veel mensen bezig zijn opnieuw het wiel uit te vinden. In de negentiger jaren kregen de professionals en vrijwilligers van de asielzoekerscentra (AZC) vooraf een gedegen training. Vraagstukken rond aanpassing, assimilatie en integratie stonden daarbij centraal. Tegenwoordig is er minder aandacht voor training en is het accent meer komen te liggen op veiligheid, zowel binnen de muren van het AZC als naar de buitenwereld toe. De uitlatingen van Wilders c.s. en de maatschappelijke onrust zijn daar mede debet aan plus overheden die vergeten dat ze hun burgers serieus moeten nemen en hen niet voor voldongen feiten moeten stellen. In Friesland is het overigens redelijk rustig rond de AZC’s. Er is weinig tot geen commotie. Dat komt omdat men goede ervaringen heeft met de AZC’s van de negentiger jaren. In het begin was het vreemd, maar op het eind (toen de AZC’s dicht gingen, omdat de grote stroom asielzoekers afgehandeld was en het beleid aangescherpt en stringenter werd) weren de sluitingen betreurd, want “het waren toch een beetje je buren geworden”.

 

“De vluchtelingen van nu zijn anders”

(Bron: Vluchtelingen ontevreden over voorzieningen in opvang Den Haag.
Gepubliceerd op 12 nov. 2015 door Nieuwsitems.)

 

Toch verschillen de vluchtelingen die nu naar Nederland komen in een aantal opzichten van de stroom van de negentiger jaren. Ze zijn meestal hoger opgeleid, hebben vaak een goed bestaan achter zich gelaten en hebben hun vlucht vaak duur betaald. Ze zijn niet voor niets op de vlucht. De dreiging van de oorlog, de niets ontziende haat tegenover andersdenkenden of andersgelovenden spelen een rol, maar zeker ook dat ze een betere toekomst voor hun kinderen wensen. Tegelijkertijd zien ze zich geconfronteerd met een zich verhardend klimaat, gevoed door vooroordelen en angst en zijn er minder kansen op de huidige arbeidsmarkt. Bovendien gaat het lang duren voor ze zekerheid krijgen of ze terug moeten of dat ze kunnen blijven. Ook het politieke beleid laat aan duidelijkheid te wensen over. Zeker in de grootschalige opvangcentra leidt dit volgens Adiep onvermijdelijk tot spanningen, zowel onder elkaar als met medewerkers van het COA. Er is zowel sprake van protest als van depressies en uitzichtloosheid. Daarom is het van belang dat ze direct bij aankomst goed opgevangen worden. Wat we van het verleden kunnen leren is de noodzaak om zo snel mogelijk een trajectplan met iedereen op te stellen. Het is echt een omissie dat dit nu pas veel later aan de orde komt. Dat maakt dat mensen zich aan hun lot overgelaten voelen. Dat gaat later dan weer voor problemen zorgen en dat kost de samenleving ook veel geld. Het is belangrijk om vast te stellen wat ze zelf kunnen en wat ze nodig hebben in deze situatie. Hoe ze zich op de toekomst kunnen voorbereiden, of ze nu uitgewezen worden of dat ze asiel krijgen. Vertrouwd raken met de Nederlandse samenleving, waar ze korter of langer zullen verblijven. Erkende asielzoekers kunnen met enige training daarbij een belangrijke rol spelen door over hun eigen ervaringen te vertellen. De vluchtelingen zouden ook van begin af aan gemotiveerd moeten worden om zelf een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid en hun eigen welzijn tijdens de opvang. Er zou aandacht besteed moeten worden aan interculturele communicatie, conflicthantering en zelfredzaamheid.

 

 

 

 




(Bron: J. Klercq)

Adiep vindt het daarbij belangrijk dat er aandacht is voor traumaverwerking. Dat wil niet zeggen dat mensen altijd graag willen praten over wat ze meegemaakt hebben. Beweging, activiteiten, nuttige bezigheden doen of een cursus volgen geven de nodige afleiding en daar kan ook een heilzame werking van uitgaan. Niet het nutteloze afwachten zoals nu gebeurt. Het leren van de Nederlandse taal hoeft volgens Adiep ook niet direct de hoogste prioriteit te hebben. Veel vluchtelingen spreken goed Engels en de kinderen kunnen dat ook beter leren, zolang niet duidelijk is of ze hier mogen blijven. Kortom, er valt nog veel te doen. We staan voor grote uitdagingen en de storm is nog lang niet over. En ook als die wel over is, zullen we nog jaren met de nasleep van deze crisis zitten, als we er nu niet adequaat mee omgaan.

Jumbo Klercq van The Elephant Learning in Diversity is een ondernemer in educatie, bestuurslid van de stichting Learn for Life en één van de EPALE-ambassadeurs.

 

 

Labels:
Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn