chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Op weg naar een lokale educatieve agenda: een toeristische route

11/02/2019
door Jumbo KLERCQ
Taal: NL

In 2017 was één van de centrale thema’s van EPALE: de opbrengsten van volwasseneneducatie en een leven lang leren. Een belangrijke conclusie was dat het bij het bestrijden van laaggeletterdheid en het ondersteunen van laagopgeleiden niet alleen moet gaan om de basisvaardigheden lezen, schrijven en digitale vaardigheden, maar ook om participatievaardigheden, gezondheidsvaardigheden, werknemers- en ondernemersvaardigheden en algemene levensvaardigheden. EPALE ambassadeurs, Jumbo Klercq en Bert-Jan Buiskool doen in dit blog verslag van wat zij aantroffen aan lokale beleidsaandacht voor volwasseneneducatie en leven lang leren. 

 

De gemeenteverkiezingen zijn alweer bijna een jaar geleden. De moeite waard om eens te bekijken wat dat betekent voor de lokale educatieve agenda. We besluiten een kleine tour door Nederland te maken. Deels met de auto, deels vanachter ons bureau (de wereld in huis halen). We weten dat gemeenten de komende jaren veel meer gelegenheid krijgen om eigen educatief beleid te maken. Er zijn gemeentes zijn die al zeer actief zijn, maar er zijn er nog veel meer zijn waar nauwelijks iets gebeurt, bijvoorbeeld omdat ze onvoldoende middelen of menskracht hebben. De gemeenten kunnen gebruik maken van de WEB[1]-middelen middels een specifieke uitkering toegekend aan de contactgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s (AMR’s). De contactgemeente (doorgaans de centrumgemeente in de regio) moet samen met de andere gemeenten in de AMR een regionaal educatieplan opstellen. Gemeentelijke beleidsmedewerkers en vertegenwoordigers van de aanbieders lijken hierover echter redelijk tevreden[2]. Voor veel raadsleden daarentegen is en blijft regionale samenwerking iets ongrijpbaars. Zij worden niet of nauwelijks geïnformeerd en staan vaak voor een fait accompli. 

/nl/file/enqueteraadslidjpgenquete_raadslid.jpg

 

Wat moeten bestuurders en raadsleden eigenlijk zoal weten over de volwasseneneducatie en leven lang leren? Gewapend met een aantal vragen trekken we de provincie in. Wat verstaan zij onder volwasseneneducatie en leven lang leren? Waarom is het belangrijk? Welke rol heeft de gemeente? Wat doet de gemeente op dit gebied? 

 

Onze eerste stop is bij een café in een middelgrote stad. We hebben er een gesprek met een oud-wethouder. In zijn tijd was volwasseneneducatie lokaal nog nauwelijks een issue. “Ik had er indertijd veel meer werk van moeten maken” begint hij zijn verhaal. “Om mensen in staat te stellen actief te participeren in de lokale samenleving en zo lang mogelijk zelf de regie over hun leven te blijven voeren is educatie heel belangrijk. Lang niet iedereen kan dit uit zichzelf.” Met de komst van de WMO is de nadruk veel meer komen te liggen op wat mensen zelf kunnen. Door de decentralisaties heeft de gemeente meer bevoegdheden gekregen. “Jullie moeten je realiseren dat de meeste politici geen educatieve of sociale achtergrond hebben. Volwasseneneducatie is voor hen geen item. Lokale politici denken vooral over groenvoorzieningen, parkeerbeleid, veiligheid in de openbare ruimte, lokale werkgelegenheid, bestemmingsplannen, leefbaarheid in de wijken, drugs- en armoedebestrijding. Je moet laten zien wat educatie kan betekenen op die terreinen, dan pas heb je kans op hun aandacht.” De verbinding zoeken dus met het sociale domein, participatie van de burgers, milieumaatregelen en veiligheidsbeleid. Prima, natuurlijk kunnen educatief werkers dat doen om hun werk meer zichtbaar te maken, maar kunnen die politici dergelijke conclusies niet ook zelf bedenken?

/nl/file/opbrengstdeelnamevolwasseneneducatieveactiviteitenjpgopbrengst_deelname_volwassenen_educatieve_activiteiten.jpg

 

Onze volgende afspraak is bij een pas geïnstalleerde wethouder in een kleine plattelandsgemeente. Hij verontschuldigt zich, omdat hij nog in zijn inwerkperiode zit. Hij weet niet zoveel van educatie en cultuur, hij komt uit de bouwwereld en moet zich nu een geheel nieuwe portefeuille eigen maken. EPALE is helemaal nieuw voor hem, overigens ook voor zijn beleidsmedewerker. “Bijzonder” zegt hij “dat de EU zich daarmee bezighoudt”. Hij is wel bekend met het Europees Sociaal Fonds, maar Erasmus+  was hem nog niet bekend.  Volwasseneneducatie zegt hem niet zoveel “Ja, de bibliotheek verzorgt taal- en leescursussen en digitale vaardigheden en verder kunnen mensen naar het roc in de stad verderop.” Het is hier nog een hechte gemeenschap: mensen helpen elkaar, economisch gaat het goed nu de crisis achter ons ligt, er wordt weer gebouwd en verbouwd. “Waar zouden we ons druk over moeten maken?” Hier kent ons ons nog.  Het beleid voor de volwasseneneducatie wordt bepaald door de contactgemeente. Af en toe is er een regionaal overleg, waar hij als wethouder ook aan gaat deelnemen. “Eens even horen hoe anderen het doen. Hier gaat het goed, we hoeven niets te veranderen”. We leggen de wethouder het kersverse coalitieakkoord voor en zeggen dat daarin ook buiten de onderwijsparagraaf aanknopingspunten voor een lokaal educatief beleid te vinden zijn. Hij wordt nieuwsgierig. We citeren: “De gemeente heeft de ambitie om een klimaat te creëren waarbij (startende) ondernemers kennis kunnen delen met andere ondernemers”. Het is een vraag naar educatie hoe die kennisdeling plaats moet vinden. Verder wil de gemeente samen met partners, mantelzorgers en inwoners de mogelijkheden verkennen om te komen tot een goed en ruim mantelzorgbeleid en men wil ook lokale vrijwilligersinitiatieven extra ondersteunen en waarderen. Hier kan educatie naar ons idee ook een sleutelrol vervullen. Zo hebben we nog meer punten gevonden. “Dan moet ik maar eens met mijn collega’s gaan praten” reageert de wethouder. Hij heeft van ons meer gehoord dan van zijn beleidsmedewerker.

 

Hoe anders klinkt de brief van de wethouders van de Contactgemeenten Volwasseneneducatie aan minister van Engelshoven. “Versterking van de regierol van gemeenten is noodzakelijk”, schrijven zij. De gebruikelijke ferme lobbytaal. We lezen verder. “In het kader van het programma Taal voor het Leven zijn circa 100 regionale projectleiders ingezet op regionale samenwerking, maar de meningen over de effecten daarvan zijn zeer verdeeld. In diverse gemeenten heeft de inzet van deze projectleiders tot onduidelijkheid en een dubbele regie- en aanjaagrol geleid”. Dat moet anders kunnen, vinden de wethouders. Ze onderschrijven unaniem het belang van landelijke ondersteuning, zoals die vorm heeft gekregen via het Steunpunt Basisvaardigheden. Dit Steunpunt is echter met ingang van 2019 opgehouden te bestaan. De werkzaamheden worden (versnipperd) voortgezet door andere organisaties. Ook de financiën zijn een probleem. Er rest nu per jaar nog € 60 miljoen, minder dan de helft van het bedrag vóór 2010. Bestrijding van laaggeletterdheid in combinatie met de uitbreiding met het onderdeel digitale vaardigheden in de WEB maakt de opgave zonder toevoeging van rijksmiddelen nog groter. In veel gemeenten zijn (beperkte) wachtlijsten, zowel voor het formele als het non-formele aanbod. Veel gemeenten moeten dan ook in de eigen middelen ruimte zien te vinden voor financiering van extra (digi-)taalactiviteiten.

 

Het Ministerie wil niet meer middelen verstreken, maar is wel druk doende om op basis van consultatie van diverse betrokkenen een tool te ontwikkelen waarmee gemeenten beter op kwaliteit kunnen sturen. Het gaat hierbij om wat men onder kwaliteit verstaat, maar ook over hoe dat een plek krijgt bij aanbestedingen, wat een keurmerk daaraan kan bijdragen en welke rol de inspectie hierbij kan spelen.

 

Wij gaan terug de provincie in, online. Op de website van een contactgemeente in de regio zoeken we naar informatie over het beleid rond volwasseneneducatie. Tot onze verbazing treffen we niet meer aan dan: “Onderwijs voor volwassenen geeft een tweede kans om een vak te leren of een diploma of certificaat te halen. Dat kan zowel overdag als in de avonduren. De leeftijdsgrens is 18 jaar. U kunt onderwijs voor volwassenen onder andere volgen bij de Regionale Opleidingscentra (roc’s).” Dat is alles. We zoeken het coalitieakkoord erbij en lezen dat deze centrumgemeente op vele terreinen een voortrekkersrol speelt in de regionale samenwerking om de regio te helpen een onderscheidend boegbeeld te zijn. De onderwijsportefeuille is opgeknipt in een deel primair en voortgezet onderwijs (in combinatie met jeugdbeleid, wijkgericht werken en burgerbetrokkenheid) en een deel mbo/hbo. Dit onderdeel is ondergebracht bij de wethouder economische zaken. Hier gaat het om beschikbaarheid, wendbaarheid en inclusiviteit, met name op de  arbeidsmarkt. In een commentaar op de onderwijsparagraaf in het visiestuk van de gemeente zien we dat men onderwijs cruciaal vindt voor een maatschappij waarin iedereen meedoet en niemand langs de kant staat. Op school begint de preventie voor alle (jeugd)zorg die nu nog zo zwaar op de stad drukt. En ons onderwijs is een emancipatiemachine; iedereen doet mee en onze inwoners kunnen een leven lang leren. Bepaalde beroepsgroepen zoals zorg en techniek hebben extra aandacht nodig.” Het college heeft daar nota van genomen, maar het is niet bekend hoe men hier uitvoering aan gaat geven.

 

Onze tour heeft ons weliswaar naar bijzondere plaatsen gebracht, maar we hebben vooral moeten constateren dat er nog een lange weg te gaan is en dat het vaak wachten is tot iemand een knuppel gooit of een coalitieakkoord niet naar de letter, maar op een creatieve manier leest.

Goede ervaringen met educatief beleid? Laat het ons weten. Wij zeggen het graag voort.

 

[1] Wet Educatie en Beroepsopleiding

[2] Evaluatie Wijziging Wet Educatie en Beroepsopleiding, Regioplan Beleidsonderzoek, juli 2017
https://docplayer.nl/64064641-Evaluatie-wijziging-web.html 

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn