chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Op weg naar een lokale educatieve agenda: een moeizame speurtocht

07/10/2019
door Jumbo KLERCQ
Taal: NL

Eerder berichtte Jumbo Klercq al over de moeizame pogingen om tot lokale educatieve agenda’s te komen. Zijn ontdekkingsreis en een toeristische route leverden weliswaar interessante informatie, maar nog weinig concrete aanknopingspunten op. Een ontmoeting in Drachten, tegenwoordig onderdeel van Gemeente Smallingerland zet hem opnieuw aan tot denken.

 

De zoektocht naar een lokale educatieve agenda lijkt wel op het zoeken naar een speld in een hooiberg. Het is een ware speurtocht vol omtrekkende bewegingen, veel obstakels en barrières, van elkaar gescheiden ondoordringbare bastions, waar men steeds nieuwe tegenstand ontmoet. Ik weet van informele gespreksbijeenkomsten in een wijkcentrum, die niet als educatieve activiteit aangemerkt worden. Ik ken een bibliotheek die geen Tel Mee met Taal-aanvraag van een andere organisatie wil ondersteunen, omdat er anders te veel taalaanbieders zouden komen. Ik hoorde over een museum dat onvoldoende geld heeft om educatieve programma’s te ontwikkelen. Iedereen weet wel wat educatie is, bedenk ik me, maar niemand bekommert er zich om, niemand houdt zich er echt mee bezig.

 

/lv/file/1-overpeinzingenindrachtenjpg1-overpeinzingen_in_drachten.jpg

 

 

Vandaag ben ik toevallig in Friesland, weg van de jachtige trendgevoelige randstad, en ik vraag me af of dat wellicht meer perspectief biedt. Nu de Elfstedentocht nog maar weinig gereden wordt, vinden er in Friesland wellicht andere interessante ontwikkelingen plaats. Ik ben in Drachten, overigens niet behorende tot de Friese elf steden, omdat de plaats nooit stadsrechten verkregen heeft. Toch is het naar inwonertal de op één na grootste plaats in de provincie, maar gek genoeg gaat er geen trein naar Drachten. Alsof ProRail en de NS de plaats nooit ontdekt hebben.

 

In Drachten, gemeente Smallingerland,  ontmoet ik Wouter Heijne tot voor kort werkzaam als beleidsmedewerker educatie in de gemeente Smallingerland. Hij kan van binnenuit vertellen.  “Educatie is een belangrijk onderwerp, maar dat dringt pas geleidelijk door op gemeentelijk niveau,” zo steekt hij van wal. “De meeste ambtenaren denken bij educatie nog primair aan onderwijs. Daar heeft de gemeente ook een taak, maar die is vooral gericht op het beheer en onderhoud van de schoolgebouwen. Inhoudelijk heeft de gemeente niet of nauwelijks bemoeienis met het onderwijs. Dus is het politiek niet interessant, heeft de betrokken wethouder er meestal ook geen visie op en toont de gemeenteraad dus ook weinig belangstelling. Het wordt pas actueel als er scholen moeten sluiten of fuseren vanwege te weinig leerlingen.”

 

/lv/file/2-samenwerkingofcomptetitiejpg2-samenwerking_of_comptetitie.jpg

 

 

Via het project Samen Kansryk! heeft men in Drachten de samenwerking tussen schoolbesturen in het reguliere basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het onderwijs op basis van de Wet op de Expertise Centra meer gestimuleerd. “Dat werkt! Doordat er nu meer samenwerking tot stand is gekomen, zie je dat de scholen elkaar ook andere vragen gaan stellen. Men begint voorzichtig over de eigen schutting te kijken en ziet dan dat men in dezelfde achtertuin aan het werk is.” Stapje voor stapje leert men elkaar beter kennen, maar de link naar de aanpak van laaggeletterdheid wordt nog niet zo eenvoudig gelegd. Het aanpakken van laaggeletterdheid ziet men als onderdeel van een integrale oplossing binnen het sociaal domein, zo lezen we in het Hoofdlijnenakkoord 2018 -2022.

Dat betekent dus dat het valt onder een andere wethouder. Die ziet het belang daarvan in, omdat daarmee de zelfwerkzaamheid van de burgers vergroot wordt. Helaas wil dat niet zeggen dat zo’n wethouder dan ook automatisch samenwerkt met zijn collega van onderwijs. Persoonlijke profileringen zijn in de politiek helaas vaak doorslaggevend. Het algemeen belang is echter dat men een gemeente wil zijn, waar mensen zich ontwikkelen en ondersteuning krijgen als zij dat nodig hebben. Daarom moeten colleges zich ook nu in blijven zetten voor vervolmaking van de transformatie in het sociaal domein (Wmo, Jeugd- en Participatiewet). Men zet in op preventie en leefbaarheid, organiseert de toegang tot ondersteuning en koopt die ondersteuning in via maatschappelijke partners.

 

/lv/file/4-jufisboosjpg4-juf_is_boos.jpg

 

 

Maar even terug naar de scholen – die zijn zover nog niet, die zien ook niet in wat anderen in hun tuintje zouden moeten. Zitten niet te wachten op meer bemoeienis van de gemeente, kijken eerder naar Den Haag (onderwijssalarissen, werkdruk, dalende leerlingenaantallen). Zij kennen de maatschappelijke partners van de gemeente niet of nauwelijks. Hebben geen idee van wat de bibliotheek op dit terrein bijvoorbeeld doet. Hebben niet of nauwelijks weet van het O3-netwerk, waar de overheid samen met ondernemers en onderwijs de economische bedrijvigheid wil blijven stimuleren door te werken aan goed en passend opgeleide medewerkers .

 

/lv/file/3-verrekijkerjpg3-verrekijker.jpg

 

 

Dat zou toch tot nadenken moeten stemmen, denk je dan. Hoe kun je ervoor zorgen dat het aantal jongeren dat voortijdig een opleiding verlaat, wordt teruggedrongen? Hoe kun je ervoor zorgen dat er voldoende vaklieden richting arbeidsmarkt gaan? Hoe kun je ervoor zorgen dat de zelfredzaamheid van burgers vergroot wordt? Dat vraagt om samenwerking tussen verschillende organisaties en instellingen, en daarvoor moet men elkaar eerst beter kennen.

Beleidsmedewerkers van de gemeente moeten laveren tussen twee klippen: enerzijds de meestal hoge ambities in de collegeprogramma’s en coalitieakkoorden en anderzijds de weerbarstige praktijk in het uitvoerende veld, waar competitie en onderlinge verdeeldheid nog al te vaak schering en inslag is. Het is makkelijk om te pleiten voor het tot stand komen van een lokale educatieve agenda, maar hoe doe je dat als beleidsmedewerker zonder je vingers te branden? Hoe krijg je niet alleen je eigen wethouder, maar ook die ander(en) daarin mee ? Hoe kun je de gemeenteraad hierbij inschakelen?

 

/lv/file/taalhuisjpgtaalhuis.jpg

 

 

Het kan helpen om in de regio bij andere gemeentes op zoek te gaan naar collega’s zijn die met dezelfde problematiek worstelen. Dat is een mogelijkheid om samen op nieuwe strategieën te broeden. De WEB-middelen mogen worden besteed aan opleidingen bij aanbieders die een erkend diploma of certificaat afgeven (formeel aanbod) en bij aanbieders die geen diploma s afgeven (non-formeel aanbod). Zowel het formele als het non-formele aanbod zijn gebaseerd op vastgestelde standaarden en eindtermen die de leerdoelen en het niveau van het educatieaanbod beschrijven. De mogelijkheid om zowel formeel als non-formeel aanbod in te mogen zetten zorgt ervoor dat goed aangesloten kan worden bij de behoeften van de doelgroepen. Maar wie zijn die doelgroepen en kennen we die voldoende?

 

De doelgroepen van volwasseneneducatie zijn zeer divers waardoor behoefte bestaat aan beide soorten onderwijs. Binnen het non-formele aanbod doet zich een landelijke ontwikkeling voor, namelijk de opkomst van Taalhuizen. Een taalhuis is bedoeld als een soort huiskamer van een stad of dorp voor laaggeletterde volwassenen, volwassenen die zijn ingeburgerd en mensen die weinig digitale vaardigheden hebben. Verschillende partners moeten met elkaar samenwerken om tot een gezamenlijke aanpak te komen waarbij het informele aanbod van basisvaardigheden wordt verbeterd en uitgebreid met als doel het aantal laaggeletterden te verkleinen. Een Taalhuis lijkt een must te zijn geworden.

 

/lv/file/5-sociaaldomeinjpg5-sociaal_domein.jpg

 

 

De WEB schrijft ook voor dat de centrumgemeente in een arbeidsmarktregio in overleg met de andere gemeenten tot een Regionaal Educatief Programma moet komen. En ook al is de gedwongen winkelnering met het roc verleden tijd, nog steeds zien we al te vaak dat de gezamenlijke gemeenten in de regio ervoor kiezen hun deel van het educatiebudget volledig in te zetten voor de subsidiëring van het roc. Een klein percentage van dit bedrag wordt ingezet voor non-formeel leren, bijvoorbeeld voor het trainen van vrijwilligers die taallessen begeleiden of om vrijwilligers te traineren als ondersteuning voor de mantelzorgers.

Door de verandering in de wet zijn er echter meer mogelijkheden om samen te werken in het sociale domein, samen met bibliotheken, welzijnswerk en hulpverlenende instanties. De gemeente Smallingerland geeft subsidie voor eenmalige en jaarlijks terugkerende activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, monumenten, sport en welzijn en zorg, maar legt nog geen link met de WEB-middelen. Voor een resultaatgerichte aanpak van arbeidsmarktvraagstukken zegt men met onderwijs en ondernemers samen te werken om de aansluiting tussen vraag en aanbod te verbeteren. Binnen het sociaal domein dient deze aanpak te leiden tot het vergroten van kansen voor werkzoekenden op een passende baan en duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt. Men wil samen met diverse groepen uit de samenleving (jongeren, mensen met een afstandsmarkt tot de arbeidsmarkt) culturele ondernemers stimuleren om nieuwe initiatieven te starten in leegstaande gebouwen. Ook andere burgerinitiatieven moeten gestimuleerd worden. Kortom, er zijn redenen genoeg om te werken aan een lokale educatieve agenda en vandaaruit ook invloed uit te oefenen op de regionale besteding van de financiële middelen. Niet alleen in Smallingerland, ook elders.
Gemeenteraden zouden hierin een actieve aanjaagfunctie moeten vervullen om het College van B&W ook tot daden te dwingen.

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn