chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Het belang van transitiekwalificaties voor volwassenen

15/05/2018
by NSS EPALE Nederland
Taal: NL
Document available also in: EN LV PL HR

/nl/file/eqf-level-5-epaleEQF Level 5 EPALE

EQF Level 5 EPALE

Op 9 en 10 november 2017 woonde Simon Broek, themacoördinator van EPALE, het eerste CHAIN 5-seminar in Luton (Verenigd Koninkrijk) bij. CHAIN 5 is een internationale praktijkgemeenschap die kennis en ervaring deelt omtrent kwalificaties op EQF-niveau 5. De praktijkgemeenschap werd in december 2013 opgericht nadat Cedefop zijn onderzoek van kwalificaties op EQF-niveau 5 had voltooid. Simon vertelt over zijn ervaringen en over wat hij op het seminar heeft geleerd.

 

De bijeenkomst van CHAIN 5 vond in november 2017 plaats in Luton, VK, en was gericht op theorie en praktijk met betrekking tot werkplekleren als "containerbegrip" en hoe hiermee de rol kan worden versterkt van kwalificaties op niveau 5 voor verschillende doelgroepen. Ook werd besproken hoe de kwaliteit van de begeleiding hiermee vergroot kan worden (rekening houdend met kwesties als doorstroming tussen niveaus), en hoe kwalificaties relevanter kunnen zijn op de arbeidsmarkt voor alle soorten lerenden als onderdeel van "levenslang ontwikkelen".

Er waren veel waardevolle bijdragen over onderzoek en praktijk. Wat betreft de praktijk werden er bijvoorbeeld workshops gegeven over Engelse leerlingplaatsen op hoger niveau en Nederlandse institutionele modellen voor een meer modulair, flexibel aanbod van formele kwalificaties op niveau 5. Het onderzoeksperspectief was het onderwerp van een presentatie van het Tandem-project voor leertrajecten voor werknemers en een presentatie over docenten en opleiders in werkplekleren.

 

Belang van niveau 5 voor een soepele transitie

Voor volwassenen zijn EQF-kwalificaties op niveau 5 bijzonder belangrijk. Deze kwalificaties bieden transitietrajecten van school naar werk, van beroepsonderwijs en -opleiding naar hoger onderwijs, en van werk terug naar school. Daarnaast zijn er in Europa verschillende soorten kwalificaties die verschillend georiënteerd zijn (bijv. toegang tot de arbeidsmarkt, verdere scholing). Wat ik van het seminar heb meegenomen is dat er in veel landen veel gaande is op niveau 5, en niet alleen in kortlopend hoger onderwijs. Het is echt de transitiekwalificatie die (hoger) beroepsonderwijs en hoger onderwijs, lager en hoger beroepsonderwijs, zakelijke opleidingen en de arbeidsmarkt met elkaar verbindt. Deze transities worden ook steeds belangrijker nu sommige beroepen met uitsterven worden bedreigd omdat er weinig belangstelling voor is. Mensen moeten in staat zijn (en in staat worden gesteld) sneller transities te maken voor hun loopbaan en voor het geval ze flexibel moeten zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. In deze context spelen kwalificaties van niveau 5 een belangrijke rol voor:

  • volwassenen die hun vaardigheden, competenties en kwalificaties willen verbeteren (horizontale transitie);
  • volwassenen die van loopbaan willen veranderen (verticale transitie).

/nl/file/level-learning-outcomes-cedefopLevel of learning outcomes Cedefop

Level of learning outcomes Cedefop

Bron: Cedefop (2014), Kwalificaties op niveau 5: doorstromen binnen een loopbaan of naar hoger onderwijs

Afhankelijk van de omstandigheden nu en in de toekomst kan leren het best aansluiten op de behoeften en specifieke omstandigheden van volwassenen wanneer kwalificaties op niveau 5 rekening houden met de vele vormen van werkplekleren.

 

Werkgebaseerd leren en terminologiegebruik

Wanneer we het hebben over werkplekleren en leerlingenplaatsen in Europa, ontstaat er vaak spraakverwarring omdat concepten op elkaar lijken maar verschillende dingen betekenen. Hans Daale (CHAIN 5) heeft drie categorieën voorgesteld die met niveau 5 samenhangen:

  • Studiegebaseerd werken: De student is ingeschreven in een formeel onderwijsprogramma en onderdelen van het programma zijn gebaseerd op de werkpraktijk. Er is geen formele overeenkomst met de werkgever.
  • Tweeledig onderwijs: De opleiding leidt tot een formele kwalificatie, maar er zijn twee overeenkomsten – één met de werkgever en één met de onderwijsinstelling. De lerende is zowel student als werknemer.
  • Werkgebaseerd leren: De lerende heeft een formele overeenkomst met de werkgever; de kwalificatie hangt nauw samen met het werk en het loopbaanverloop binnen het bedrijf/de sector. Het leren kan niet-formeel zijn en leiden tot diploma's die na verloop van tijd kunnen worden gevalideerd en gecombineerd tot een volledige formele kwalificatie.

In de verschillen tussen de drie categorieën komt de grote variatie tot uiting van het leren op de werkplek, dat niet altijd direct is gekoppeld aan formele onderwijsprogramma's. Het zijn juist die programma's die het meest relevant kunnen zijn voor volwassen werknemers, dankzij de mogelijkheden om op de werkplek te leren en hun loopbaan te bevorderen.

Bekijk de presentaties van het CHAIN 5-seminar


Simon Broek is betrokken geweest bij verschillende Europese onderzoeksprojecten over onderwijs, de arbeidsmarkt en het verzekeringsbedrijf. Hij heeft de Europese Commissie, het Europees Parlement en Europese agentschappen geadviseerd over kwesties met betrekking tot onderwijsbeleid, levenslang leren en de arbeidsmarkt, en is Managing Partner bij Ockham Institute of Policy Support.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 2 van 2 weergegeven
  • afbeelding van Zane Katrīne Kļaviņa
    Manuprāt darbā balstīta mācīšanās Latvijā nav pietiekami populāra - tai nav pietiekami daudz iespēju. Zinu, ka Vācijā, piemēram, duālā izglītība ir ļoti izplatīta izglītības forma. Mācoties strādājot, veidojas daudz ciešāka saikne starp teoriju un praksi un mācības kopumā varētu izrādīties jēgpilnākas par parastām akadēmiskām mācībām augstākās izglītības iestādēs.
  • afbeelding van Hümeyra BAYKAN
    Normal 0 false false false DE X-NONE X-NONE

     
    Normal 0 false false false DE X-NONE X-NONE The TANDEM project aims at enhancing the flexibility in learning pathways across education systems (from EQF levels 4 to 5 and 6) connecting Vocational Education and Training (VET), Higher Education (HE) by taking into consideration the demands of the labour market.

    The project mainly focused on the need for education and training in the labor market, how to offer workers and apprentices learning pathways where they can take a next step to advanced vocational qualifications. Even though higher-level VET qualifications refer to highly skilled workers, this does not mean necessarily that those skills can be obtained only by higher education institutes/degrees.

    As Tandem shows, employers and employees invest in a substantial bundle of trainings, leading to a group of certificates. Depending of what the labor market (and the job) needs employees fill a “port-folio with VET certificates” based upon courses, training and work-experience. For employers the certification/recognition is a minor issue; they expect immediate results. Although the EQF/NQF aims to promote flexible learning pathways and focuses on learning outcomes independently of where the qualification has been acquired, no common arrangements exist for credit transfer and accumulation for qualifications related to the EQF. This makes it more difficult to move from one learning setting to another; such transitions are, however, fundamental for individuals who experience several transitions throughout their learning and employment careers. The growing internationalization of products and services value chains has triggered an increasing number of international (sectoral) qualifications industry-based training and certifications, based on standards developed by international companies or sectoral organizations.

    TANDEM recommends:

    •Close cooperation with companies and educational institutions: An important aspect that reflects one of the basic deficits is the gap between training and employment with a shortage of skills and qualifications of interest to the labour market. The training system is mostly not providing agile and well-oriented responses to the changes that are occurring in the labour market.

    •Education matters are mostly transversal and in charge of several ministries; absolutely necessary to have a platform for LLL in a country, having representatives of all ministries on board for shaping pathways and recognition diplomas and certificates outside the formal system, whit involvement of business organization. A European directive on how to recognize competences acquired from all types of learning and training is needed as well to issue certificates which could also be used as parts of national/international formal studies and joint degrees incl. recognition and accreditation of skills acquired through professional experience.

    •Involving the business world in the necessary reform processes for the simplification of EQF; EQF is still too much considered to be an education policy, falling under the responsibility of the educational sector driven by governments and the decision-making role of labor market side is often weak. The main focus should be placed on evidence of competences acquired rather than on the learning pathway; and building bridges between formal, non-formal and informal learning, leading also to the validation of learning outcomes acquired through experience.  The implementation should respond quickly to the rapid changes that are occurring at companies.

    Besides; the business world, as well as VET providers are more and more concerned that the numbers of graduates are growing in the HE (higher education) programs as already observed even in countries like Germany   “duale Berufsausbildung” with high reputation. In Bulgaria: 54% percent of the university graduates have jobs, which don't require a university degree; similar in TR and UK, studies indicate half of all university graduates are doing non-graduate jobs. On the other side students drop out of higher education without completing their studies. Though data availability and comparability still pose challenges, available completion rates range from 48 % to 88 %. In Germany 28% of students of any one year (in many technical courses at 50% or higher) currently give up their studies in bachelor degree programmes at higher education institutions.

    So it is actually highly recommended, to have a VET degree at level 5, to be seen as Higher VET by linking academic and vocational competences to each other. The traditional notion of white/blue collar with the concept of separate (higher/lower) skill sets is no longer appropriate to current conditions, has serious repercussions on VET students’ capacity and must be revised. Students/apprentices need the right tools representing alternatives more precisely attuned to job market demands to keep up with technological and economic change. For many people, VET remains a second option, and only a minority of workers has opportunities to develop new skills.

    EQF level 5 offers possibilities to build flexible learning pathways, creates a potential for expansion of VET at higher levels to better reflect the qualifications demanded by the businesses. New impulses can be created by means of incorporating of elements  of both VET and HE, a promising platform that can facilitate the step-through to advanced vocational qualifications without workers/students have to “invest” in a higher education degree. “Level 5 area” could be continuum for all supplementary qualifications and interdisciplinary skills acquired through business education, in-company training and vocational courses with effective procedures for recognizing skills acquired beyond formal education.

    It is becoming increasingly important in countries that are critical of their education system and think of modernization, that it is necessary to develop VET programs at their own national level 5. VET provider itself could develop programs that are suitable for those with a VET4 diploma, strongly with the focus on the labor market, with the help and input from the (regional) field of work. VET can only become more attractive if people rely on its results. The common trade coin is the learning outcomes. The step from VET4 to a higher level is often a difficult one, and it demands a specific approach in the government legislation and therefor the overall national strategy.