chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Het mbo maakt werk van een leven lang ontwikkelen: conferentie ‘Durven & Doen’

19/12/2018
door Karel Kans
Taal: NL

Het mbo krijgt in veel adviezen over het stimuleren van een leven lang ontwikkelen (LLO) de bal toegespeeld, maar dat het nog maar de vraag is het mbo die rol ook waar kan maken. Dat betoogde ik in een essay in december 2017 (Zie: Leven lang ontwikkelen: een opdracht voor het bekostigd mbo?) Punt is dat in alle adviezen voorbij wordt gegaan aan de vraag hoe deze opdracht leeft op de werkvloer van de mbo-instellingen: kunnen en willen mbo-docenten deze handschoen oppakken?

In januari 2018 discussieerden stakeholders in het LLO nog met elkaar over de rol die het mbo moet innemen in het LLO (debat-avond ecbo, zie voor een verslag Dimensies, juni 2018, Ecbo-dimensies-nr.-33-Juni-2018.pdf ). Zijn mbo-instellingen hier wel voldoende voor toegerust? Kan het LLO niet beter aan particuliere opleiders worden overgelaten? Uit de conferentie ‘Durven & Doen’, die op 13 november 2018 plaatsvond in Harderwijk, blijkt dat het niet langer de vraag is of mbo-instellingen deze handschoen gaan oppakken. Niet alleen de enthousiasmerende woorden van MBO Raad voorzitter Ton Heerts geven aan dat het mbo LLO ziet als een belangrijk werkterrein dat verder ontwikkeld moet worden. Vooral het grote aantal goede voorbeelden dat voorbij kwam en grote interesse uit het mbo-veld tonen aan dat het mbo onmiskenbaar de handschoen wil gaan oppakken.

 

‘Zoek de randen op van wat mag’

Uit de conferentie is wel duidelijk geworden dat de rol van het mbo in het LLO onmiskenbaar is. Dat bleek ten eerste uit de woorden van Ton Heerts, voorzitter dan de MBO Raad. LLO is een speerpunt voor het mbo, waarbij Heerts verwees naar het bestuursakkoord ‘Trots, vertrouwen en lef’. Hierin is afgesproken dat de mbo-instellingen een bijdrage zullen leveren aan het realiseren van de ambitie oom een doorbraak in LLO te realiseren. Heerts ziet LLO als een middel om de tweedeling in de samenleving tegen te gaan, maar daarnaast is het ook bittere noodzaak voor de instellingen: vanwege de demografische krimp zullen zij nieuwe doelgroepen moeten aanboren. Voor het mbo betekent dat dat een cultuurverandering nodig is: 365 dagen per jaar partner zijn in leren. De rol van de docent ontwikkelt naar die van kennismakelaar. Zonder te willen oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid moeten de randen van opgezocht worden van mag, aldus Heerts. Benut ook de mogelijkheden die de vele financiële regelingen bieden die in de LLO-brief van minister Koolmees (SZW) worden genoemd.

Interessant in de inleiding  van Adri Pijnenburg was zijn pleidooi om niet meer te spreken van laagopgeleiden maar van kort opgeleiden. Een bepaalde groep een ander label geven om stereotypering tegen te gaan is op zichzelf geen duurzame oplossing, maar het geeft wel het gevoel weer dat jaren van opleiding die in schooltijd niet zijn genoten, altijd op een later moment nog kunnen worden genoten, en dat niet geldt 'eens laag opgeleid, altijd laag opgeleid'.

 

De kracht van hybride

Het inrichten van hybride leeromgevingen kan een vruchtbare methode zijn om het leren van volwassenen te stimuleren. Erika Aalsma betoogt dat een krachtige leeromgeving voor LLO een hybride leeromgeving is. Klassiek opleiden vindt plaats in de schoolbanken en is monoprofessioneel: gericht op één beroep. In werkelijkheid functioneren werkenden op de arbeidsmarkt multiprofessioneel: in een functie komen elementen uit verschillende functies samen, zeker doordat functies zich ontwikkelen. Beroepen moeten leerbaar en wendbaar zijn, een krachtige, hybride leeromgeving past daarbij. Breng de schoolbanken naar de werkplek, in plaats van de werkenden naar de schoolbanken.

 

Aan de slag

Na het uitbrengen van vele adviezen en het uitspreken van ambities (zoals in het bestuursakkoord MBO Raad – OCW) komt de conferentie ‘Durven & Doen’ op het juiste moment om de slag van planvorming naar realisatie te maken. In een groot aantal workshops kon kennisgemaakt worden met de veelheid aan LLO-activiteiten waar mbo-instellingen bij betrokken zijn. Hierin kwamen thema’s aan de orde zoals het inrichten van regionale samenwerking of hybride leeromgevingen; maatwerk, erkennen van leer-werkervaring en het verkorten van opleidingen; keuzedelen en certificaten en PPS-constructies. Dat doet vermoeden dat alles al is bedacht en bekend is, maar dat bleek zeker niet waar. Een inventarisatie in de zaal leverde 20 vragen die leven bij de onderwijsprofessionals die met LLO bezig zijn. Veel van de vragen  zijn gericht op didactische onderwijsvormen die voor volwassenen geschikt zijn. Bijvoorbeeld hoe combineer je hybride leeromgevingen met LLO, hoe brengen we 21e-eeuwse vaardigheden in gewone mensentaal, hoe ziet een LLO-docent eruit? Er is besef dat er een cultuuromslag nodig is, niet alleen bij werkenden en in de bedrijven, maar ook onder docenten en praktijkopleiders om nieuwe doelgroepen te bedienen. De vraag is hoe die te realiseren. Instellingen willen meer van elkaar leren over het bereiken van bepaalde groepen, zoals ouderen en zzp’ers en het ophalen van de vraag bij werkgevers in de regio. Het omgaan met diverse geldstromen is ook een kwestie waarmee sommige scholen worstelen.

Uit gesprekken met deelnemers blijkt dat het onderwijs voor volwassenen en onderwijs aan de reguliere doelgroep van jongeren vaak nog gescheiden werelden zijn. Of scholen erin slagen deze werelden bij elkaar te brengen kan een belangrijke factor worden in het waarmaken van de ambities uit het bestuursakkoord. De sfeer op de conferentie doet vermoeden dat men op goede weg is.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn