chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Het arbeidersmuseum in Kopenhagen: een plek voor praktisch onderwijs

22/12/2017
by NSS EPALE Nederland
Taal: NL

Door Adrian Murphy (oorspronkelijk geplaatst op de website van Museum and Hertigae; http://advisor.museumsandheritage.com/features/workers-museum-copenhagen-go-place-learning-education/.

 

In de zomer van 2015 begon Denemarken de gevolgen te ondervinden van wat de Europese vluchtelingencrisis is gaan heten. Ruim een miljoen vluchtelingen trokken door Europa, van wie bijna de helft Syriërs die de burgeroorlog waren ontvlucht die sinds 2011 hun land verwoestte. In die tijd zag het Arbeidersmuseum in Kopenhagen, dat een nieuwe tentoonstelling had opgezet met de naam "Jonge niet-gehoorde stemmen", die crisis als een gelegenheid voor Deense jongeren om jonge vluchtelingen te ontmoeten die in de asielzoekerscentra in het land waren terechtgekomen. Het is een voorbeeld van de manier waarop het museum, de gemeente en de Deense overheid jongeren aansporen om kennis te nemen van de wereld om zich heen, en met name van de manier waarop het museum, door middel van onderwijsprogramma's en tentoonstellingen, zich sterk maakt voor participatie en reageert op maatschappelijke uitdagingen.

"In Denemarken wordt er veel belang aan gehecht dat kinderen gedurende hun schooltijd cultuur opdoen. Enkele jaren geleden is er een nieuwe wet voor Deense basisscholen ingevoerd die inhoudt dat kinderen gedurende hun schooltijd begrip moeten krijgen van de wereld om zich heen – en musea, kunst en cultuur kregen daarbij een rol toebedeeld." - Linda Nørgaard Andersen – Hoofd publieksprogramma's - Arbeidersmuseum

Kort daarvoor had het museum van het ministerie van Cultuur 750.000 kroon (100.000 euro) ontvangen om een eigen cursus op te zetten die paste in het lesprogramma van scholen en bestemd was voor leerlingen in het middelbaar en hoger onderwijs. Het thema van de cursus "Jonge stemmen" was democratie, en het doel was de stem van jongeren te laten horen.

Tijdens het ontwikkelen van de cursus werd door het onderwijsteam in het museum de tentoonstelling "Jonge niet-gehoorde stemmen" opgezet. Deze tentoonstelling, van september 2015 tot juni 2016, werd bezocht door 2700 scholieren – nooit eerder trok het museum met een tentoonstelling zo veel scholieren. De tentoonstelling werd samengesteld met hulp van scholieren uit heel Denemarken rond de vraag "Wat is democratie?", met uitleg over de wijze waarop democratie zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld had en hoe de huidige maatschappij een product is van mensen die in het verleden voor hun rechten zijn opgekomen.

Naast de bezoeken via school werden oudere kinderen gestimuleerd om mee te doen met workshops buiten schooltijd en om vrijwilliger te worden. Bij een van deze workshops hadden ze een ontmoeting met vluchtelingen met als opdracht documentatie samen te stellen over de crisis, die tegen de tijd dat de tentoonstelling werd geopend een hoogtepunt had bereikt. Linda Nørgaard Andersen – Hoofd publieksprogramma's: “De vluchtelingen kwamen lopend de Deense grens over en waren op straat te zien. Dat gebeurde toen de tentoonstelling net begonnen was. Daarom besloten we als onderdeel van de tentoonstelling een project op te zetten met ontmoetingen tussen jonge Deense vrijwilligers en jonge vluchtelingen in asielzoekerscentra.”

In dit project kregen jonge vluchtelingen een camera waarmee ze foto's konden nemen en hun leven in de kampen konden documenteren. De Deense jongeren hielpen hen en voerden discussies over democratie en over hoe democratie er volgens hen in Denemarken moest uitzien. Vervolgens kozen ze 15 foto's uit waarvan ze een kleine uitstalling maakten als onderdeel van de tentoonstelling, met een afzonderlijke ingang en workshops. “Dit hielp ons, de jongeren en bezoekers, echt de vluchtelingensituatie te begrijpen en gaf de vluchtelingen ook een beter inzicht in de Deense samenleving.”

Volgens Nørgaard Andersen is onderwijs en opleiding een belangrijk onderdeel van het Arbeidersmuseum in de Deense hoofdstad en is het de strategie van het museum om zoveel mogelijk Deense leerlingen naar het museum te halen als onderdeel van hun onderwijs.

“In Denemarken wordt er veel belang aan gehecht dat kinderen gedurende hun schooltijd cultuur opdoen. Enkele jaren geleden is er een nieuwe wet voor Deense basisscholen ingevoerd die inhoudt dat kinderen gedurende hun schooltijd begrip moeten krijgen van de wereld om zich heen - en musea, kunst en cultuur kregen daarbij een rol toebedeeld. Dit moet op school gebeuren omdat niet ieder kind die gelegenheid bij zijn ouders krijgt.”

De huidige leerprogramma's van het museum zijn in 2013 ontwikkeld als onderdeel van een nieuwe onderwijsstrategie, waarin het museum werd gepositioneerd als een plek om de vaardigheden en het vertrouwen van jonge Denen met betrekking tot democratie te versterken. Het museum vond dit nodig omdat de Deense jeugd volgens Europese enquêtes weliswaar tot de meest competente jonge democraten in Europa behoort – ze kunnen goed uitleggen wat democratie is en van de theorie van democratie inhoudt – maar minder vaardig zijn zodra het aankomt op het uitspreken van hun mening of het delen van hun eigen ervaring als overtuigd democraat.

Het onderwijsteam wil dan ook de geschiedenis van het museum gebruiken om jonge Denen te inspireren hun eigen stem te laten horen en na te denken over geschiedenis als iets wat hen in staat stelt de tijd waarin ze leven te begrijpen. Het Arbeidersmuseum bevindt zich in de oude vergaderhal van de arbeiders in Kopenhagen, die in 1879 is gebouwd, en volgens Nørgaard Andersen komen mensen al die tijd naar de hal om over democratie te leren en hun mening uit te spreken.

Nørgaard Andersen: “We bieden een kader voor jongeren die met elkaar in gesprek willen gaan en stellen hen in staat dit bij de musea te doen. In onze benadering staat participatie centraal. We willen kinderen en jongeren in staat stellen deel te nemen aan het museum en we geloven dat ze naar ons komen met hun eigen ervaringen en kennis, en dat wij ook van hen kunnen leren. Het is voor ons dan ook heel belangrijk dat ze participeren en dat ze beseffen dat het museum een open plek is voor discussie, debat en reflectie, en dat hun stem gehoord kan worden.”

Het museum slaagt hierin door bij het begin van het ontwikkeltraject van een nieuw programma altijd jongeren, kinderen en docenten uit te nodigen om deel te nemen. Momenteel ontwikkelt het museum bijvoorbeeld een grootschalig leerprogramma met een tentoonstelling, die aanstaande september wordt geopend, over loopbanen, gericht op jonge Denen die keuzen over hun toekomst moeten maken.

 

Grote uitdaging

Nørgaard Andersen stelt dat Denemarken voor een grote uitdaging staat, omdat 75 procent van de jongeren doorgaat naar hoger onderwijs maar slechts 18 procent voor een beroepsopleiding kiest. Volgens haar vormt dit een grote uitdaging voor de samenleving, omdat dit ertoe kan leiden dat tegen 2050 70.000 mensen geen vakopleiding volgen . Onder politici, scholen en jongeren vindt daarom een discussie plaats over wat hieraan gedaan kan worden.

“Momenteel houden we gesprekken met jongeren en daarin komt naar voren dat dergelijke banen naar hun mening minder belangrijk zijn dan naar de universiteit gaan, en maatschappelijk minder aanzien hebben. We proberen uit te vinden wat hun zorgen over toekomstige loopbanen zijn en hoe het museum met deze tentoonstelling hen kan helpen wanneer deze beslissing aan de orde is. Dit doen we voordat we ook maar iets aan de opzet van de tentoonstelling hebben gedaan. We praten met de doelgroep, doen zo inspiratie op en proberen te begrijpen wat hen bezighoudt en wat ze belangrijk vinden.”

Daarnaast schakelt het onderwijsteam, als de middelen beschikbaar zijn, een externe evalueerder in die het programma volgt en terugkoppeling geeft over wat goed werkt en welke onderdelen motiverend zijn voor de jongeren.

Volgens Nørgaard Andersen zijn de leerprogramma's zeer uitdagend: een van de problemen waar men van 2013 tot 2015 tegen aanliep was dat schoolklassen niet voor sessies en workshops kwamen opdagen. Daarom moeten samenwerkingsverbanden die met scholen zijn aangegaan sinds twee jaar zijn opgenomen in een overeenkomst, ondertekend door het schoolhoofd en Nørgaard Andersen als hoofd publieksprogramma's van het museum. “Een van de uitdagingen was dat als we te nauw samenwerkten met docenten en zij met zwangerschapsverlof of ziekteverlof gingen, er van het hele programma niets meer terechtkwam. Tegenwoordig gaan we alleen nog maar samenwerkingsverbanden aan met een overeenkomst. Dat is heel nuttig gebleken omdat in die overeenkomst verplichtingen staan waaraan de twee partijen zich moeten houden om toekomstige afspraken te plannen.”

 

Parktisch leerhulpmiddel

Het onderwijsteam spant zich in om van het museum een praktisch leerhulpmiddel te maken, en een van de projecten die het de afgelopen acht jaar heeft opgezet betreft programma's in samenwerking met lerarenopleidingen. Het is onderdeel van de strategie van het museum om deze toekomstige docenten er meteen al van bewust te maken dat het museum tot hun beschikking staat en hoe ze het kunnen gebruiken. Dit houdt in dat de aankomende docenten gedurende de vier jaar van hun opleiding betrokken zijn bij workshops en dat ze de leerprogramma's van het museum volgen als onderdeel van hun opleiding. Er zijn niet minder dan elf universiteitsstudenten bij het museum in dienst die aan de leerprogramma's werken, van wie vijf afkomstig zijn van lerarenopleidingen. Deze studenten werken tegen betaling acht tot tien uur per week aan programma's voor kinderen, en volgens Nørgaard Andersen creëert dit een goede dynamiek.

“Misschien is dit wel een van de belangrijkste samenwerkingsverbanden, want we zien dat ze terugkomen met hun leerlingen als ze eenmaal hun leraarbevoegdheid hebben. Het is dus een investering in de toekomst. Het belangrijkste is dat ze de mogelijkheden ontdekken die het museum biedt voor onderwijs, leren en creativiteit, en ook democratie. We ontvangen geen geld of middelen voor die programma's, maar we hebben besloten dat dit cruciaal is voor ons als museum.”

In de loop van die acht jaar is door een combinatie van leerprogramma's en overheidsinitiatieven het aantal bezoeken per jaar aan het museum door kinderen en jongeren toegenomen van 5.000 tot 23.000 op het totaal van 100.000.

Deze significante verbetering bij deze specifieke doelgroep was aanleiding voor het onderwijsteam om de mogelijkheid te verkennen deze methode ook toe te passen bij andere doelgroepen, zoals kleuteronderwijzers en hun leerlingen, en bij volwassenen.

“Er is nu sprake van uitbreiding van dit programma naar kleuteronderwijzers als onderdeel van onze pedagogische activiteiten. Toekomstige docenten zijn vaak gewend om in hun eigen tijd musea te bezoeken, maar dat geldt niet voor de jongeren die worden opgeleid voor werk op een kleuterschool. We zouden graag meer kleuters naar het museum willen krijgen en dat kan heel goed op deze manier.”

Onderdeel van de strategie van het museum voor 2020 is het ontwikkelen van leerprogramma's voor meer volwassenen. De tegenwoordige arbeiders in en buiten Kopenhagen zijn één voor de hand liggende doelgroep voor toekomstige programma's. Mogelijke ideeën voor onderwerpen zijn de strijd die arbeiders in het verleden hebben geleverd voor hun rechten, beter loon en betere arbeidsomstandigheden.

 

Vluchtelingen en immigranten 

Dit jaar is het team gestart met een vier jaar durend programma waarin volwassenen Deens leren aan taalscholen in de stad. Het gaat hier om vluchtelingen en immigranten, bijvoorbeeld buitenlanders die met een Deen getrouwd zijn. Als onderdeel hiervan ontwikkelt het team twee leerprogramma's over democratie en de Deense samenleving en geschiedenis. “We willen andere bevolkingsgroepen om ons heen beter begrijpen. Zij kijken op een andere manier tegen onze musea en collecties aan dan Denen, dus dat is heel leerzaam. Musea zijn plaatsen waar je dingen kunt leren en beleven, en wij zijn van mening dat wij iets hebben wat ook voor volwassenen interessant kan zijn. Omdat we zo veel boeiende ervaringen voor scholen en jongeren hebben gecreëerd, weten we dat we ertoe in staat zijn en kunnen we er ook de middelen voor vinden.”

Onlangs heeft het Arbeidersmuseum een nieuwe tentoonstelling geopend, "Stop slavernij!", waarin de geschiedenis van de slavernij wordt behandeld en wordt gekeken op welke manier mensen er tegenwoordig nog steeds slachtoffer van zijn. De tentoonstelling besteedt ook aandacht aan mensenhandel, een toenemend probleem in Denemarken,  waarmee wordt benadrukt dat het museum en zijn onderwijsteam voortdurend proberen de wereld om hen heen te begrijpen en de bezoekers in de gelegenheid stellen hetzelfde te doen.

Deze casestudy maakt deel uit van een serie uitgelichte artikelen over onderwijs in musea.  

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn