chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

Funding is not all, but it’s all about funding

29/06/2020
door Bert-Jan Buiskool
Taal: NL

Het kabinet is voornemens een doorbraak te realiseren op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en een positieve en sterke leercultuur tot stand brengen. Kern van de voorgestelde aanpak is het stimuleren van de eigen regie van mensen op hun loopbaan en hun leven, zodat ze zich kunnen blijven ontwikkelen en hun eigen keuzes kunnen maken. Onderdeel van deze aanpak is tevens het nieuw leven inblazen van een individuele leerrekening (ILR) voor Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald, alsmede het introduceren van een STAP-budget waarbij werkenden en niet-werkenden een persoonlijk ontwikkelbudget krijgen van maximaal € 1.000, - per jaar.

De introductie van een individuele leerrekening en STAP-budget gaat gepaard met een tal van vragen rond een effectieve en efficiënte inzet van middelen. Eén van de vragen hierbij is of een individuele leerrekening en STAP-budget zodanig kan worden ingericht dat ook laagopgeleide kwetsbare doelgroepen van een dergelijk systeem gebruik gaan maken. Zoals bekend, worden zij vaak niet bereikt met generieke maatregelen en zijn zij minder tot scholing bereid of worden daartoe niet voldoende op een voor hen aansprekende manier uitgedaagd.

Gelukkig kunnen we leren van buitenlandse praktijken! Eerste gesprekken rondom leervouchers/ individuele leerrekening startten ongeveer 20 jaar geleden in het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Er zijn inmiddels zo’n 100 systemen van leervouchers in Europa. Stichting Learn for Life heeft met support van EPALE en het ministerie van OCW in 2019 een aantal kennissessies georganiseerd met Nederlandse en buitenlandse experts om op bovenstaande vraag zicht te krijgen.

Buitenlandse ervaring leert ons het volgende over een succesvolle implementatie van een individuele leerrekening en leervouchers:

  • Bij elk systeem is er sprake van windfall profits en deadweight loss. Met deadweight loss, bedoelen we dat het scholingsbudget niet leidt tot extra scholing, maar alleen tot een verschuiving in de financiering van het bedrijf of individu naar de overheid. De overheid betaalt scholing die anders ook door het individu betaald wordt. Dit kan leiden tot ongelijke kansen en deelname aan scholing. Experts geven aan dat elk systeem deadweigth loss zal hebben en dat je dit tot op zekere hoogte enigszins voor lief moet nemen. Wat van belang is dat je bij het ontwikkelen van een model/ instrument moet weten welk doel je uiteindelijk beoogt. Hoe specifieker het doel (of doelgroep) hoe effectiever het instrument. In veel beleidsdiscussies staat het instrument te veel centraal. De discussie zou moeten gaan over doel(groepen), scope, type leeruitkomsten en soort leren. Met windfall profits, bedoelen we onverwachte bijvangsten terwijl dit niet tot doel is gesteld.
  • Een financieel instrument moet nooit op zichzelf staan en altijd ingezet worden met ‘guidance & counseling’ (dit ook om ‘deadweigth loss’ te voorkomen). Je hebt een systeem/ omgeving nodig om de leervraag op te halen/ te ‘triggeren’.
  • Wil je een dergelijk systeem doen slagen, dan is branding van belang: helder maken voor wie en waarvoor het instrument gebruikt kan worden. Ervaring leert dat het (te veel) aanpassen van de regeling over tijd - of het continu introduceren van nieuwe regelingen - een slecht imago geeft.
  • Inrichten van het systeem brengt de meeste kosten met zich mee. De grootste kosten gaan hem dan ook niet zitten in de budgetten voor de scholingsmogelijkheden an sich. De administratieve kosten van een beperkte voucherregeling kost vaak hetzelfde als een grote regeling.

De vraag is hoe de bovengenoemde lessen zich vertalen naar de conceptregeling van het STAP-budget. Hierbij spelen een aantal specifieke aandachtspunten een rol voor het bereiken van de laagopgeleide kwetsbare doelgroepen:

  • Op dit moment is de vormgeving van het STAP-budget breed van opzet (iedereen kan budget aanvragen) en er wordt niet op specifieke doelgroepen gestuurd. De vraag is dan ook wat voor uitwerking dit heeft op de lastig bereikbare en kwetsbare doelgroepen. De kans is dan ook groot dat de doelgroepen die al van plan zijn te leren, juist gebruik maken van de regeling (met hoge deadweight loss). De vraag is daarnaast of het gesubsidieerde leeraanbod, dat zich op dit moment voornamelijk beperkt tot arbeidsmarktgerichte scholing, aansluit bij de behoeften van deze doelgroep. Is de genoemde doelgroep gebaat bij arbeidsmarktgerichte scholing of hebben zij behoefte aan andere type scholing gerelateerd aan basisvaardigheden en vragen die centraal staan in hun eigen leefomgeving en werksituatie, die op den duur toeleidt naar arbeidsmarktgerichte scholing. De vraag is dan ook of het instrument voldoende aansluit bij de leervraag van deze doelgroepen en of we de leervraag voldoende in kaart hebben. Kortom hoe maak je de regeling werkelijk vraaggestuurd in plaats van uit te gaan van het aanbod.
  • Kwetsbare groepen hebben meer begeleiding nodig in het definiëren van hun leervraag en voor het wegnemen van barrières om deel te nemen aan leeractiviteiten (zelfvertrouwen; motivatie; persoonlijk omstandigheden et cetera). Hier moet zoals gezegd een goed guidance systeem op, en dit is op dit moment nog niet voldoende uitgewerkt in de conceptregeling. De kamerbrief over de voortgang individuele leerbudgetten van 3 juni 2019, beaamt het belang van persoonlijke ondersteuning: ‘De financiële mogelijkheid om een opleiding te volgen tijdens je werkzame leven is heel belangrijk. Maar dan zijn we er nog niet (…).  Mensen hebben vaak ook hulp nodig om te bepalen welke opleidingen voor hen nodig of kansrijk zijn. Scholings- en loopbaanadvies kan bijdragen aan het wegnemen van drempels voor groepen die weinig bijscholen, weinig scholingsmogelijkheden hebben (o.a. in het MKB, flexwerkers, werkzoekenden zonder baan) of het meeste baat hebben bij scholing (o.a. werkenden in krimpberoepen).’
  • Wat betreft de branding van de individuele leerrekening en STAP-budget is van belang dat het begrip leerrekening direct de associatie opwekt met leren en school, met een bepaald systeem. De vraag is of dit de kwetsbare doelgroepen aantrekt. Voor deze doelgroep zou je idealiter het concept framen, door de associatie met het concept leren te verbreden. Op deze manier zorg je ervoor dat sneller de koppeling gemaakt kan worden met leren dat niet per se in een formele schoolse setting plaatsvindt.

Samenvattend, staan er nog veel uitdagingen om de introductie van de individuele leerrekening en STAP-budget succesvol te laten zijn voor laagopgeleide kwetsbare doelgroepen. Er is meer nodig dan het subsidiëren van leeractiviteiten: ‘Funding is not all, but it’s all about funding’. In volgende blogs ga ik in op deelaspecten om de introductie van de ILR en SLIM-regeling tot een succes te maken.

 

Bert-Jan Buiskool

Bert-Jan Buiskool is senior onderzoeker/ managing partner bij Ockham IPS; bestuurslid van Learn for Life; en ambassadeur van EPALE.


We horen graag wat u van dit artikel vind: maak dan een profiel aan en laat uw reactie achter.

 

                                            

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email