chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

Een leven lang....

27/06/2017
door Marian Janssen-...
Taal: NL

Ons hele leven leren we. Cursussen, nascholingen, opleidingen of gewoon van en aan elkaar. De mens heeft een basiswil om te leren en zichzelf met kennis te verrijken. Het aantal cursussen of opleidingen dat wordt aangeboden is bijna niet meer te overzien. Een miljoenenindustrie. Om nog maar te zwijgen over de begeleidingstrainingen die in het leven zijn geroepen om jou te coachen om toch vooral de juiste cursus te kiezen.

Het volgen van een opleiding wordt over het algemeen gewaardeerd. Door je werkgever en door je omgeving. “Wat goed van je dat je die opleiding hebt gedaan! Wat goed van je dat je die vaardigheid hebt geleerd en wat mooi dat je die titel alsnog, op latere leeftijd, hebt behaald!”. Is dit oprecht? Of moet je het lekker allemaal zelf weten en volg je je opleiding maar vooral het liefst in eigen tijd? Een uitzondering maken we voor managers en jonge, talentvolle medewerkers. Maar welke kansen bieden we de oudere medewerker of de laaggeschoolde werknemer?

Ergens zit een omslagpunt.

Is het afhankelijk van het doel van leren? Of de maatschappelijke relevantie van het diploma? Leer je vooral voor jezelf of moet je de opleiding volgen voor je werk? Moet je nog iets uit het verleden repareren of is het volgen van de opleiding een stap in je persoonlijke groei en hoort het bij de volgende carrièrestap? Reageert je omgeving misschien met: “Moest je dát nog leren? Wist je dat (nog) niet?”. De lerende is dan niet trots op de gevolgde cursus of opleiding, maar heeft gevoelens van boosheid en schaamte: “Wat ben ik een idioot, dat ik dit nog niet wist! Wat is er mis gegaan met mij?”. Op het moment dat je bepaalde basisvaardigheden op latere leeftijd nog moet verwerven, krijgt het een bijsmaakje. Dat is toch vreemd? Wij prijzen onze laaggeletterden de hemel in. Wij, de omgeving, vinden dat ze maar heel trots moeten zij op het behaalde resultaat, maar vinden ze dat zelf ook? We belonen ze met certificaten (zonder marktwaarde) en delen bewijzen van deelname uit. Ook mogen ze op de foto in het plaatselijk krantje of in het bedrijfsmagazine met de nieuwe verworvenheden. Maar eigenlijk zijn we maar wat blij dat we er zelf niet tussen staan. Dat wij niet geëtaleerd worden met onze gemiste kansen en opgelapte basisvaardigheden. Want… je zou je toch eigenlijk moeten schamen?! Maar tegen de laaggeletterde zeggen we dat hij vooral heel trots op zichzelf moet zijn dat hij aan de slag is gegaan met zijn probleem, op ónze manier en zoals wij het hadden bedacht. Want dan is zijn vooruitgang in onze systemen meetbaar evenals het succes van ónze inspanningen om hem naar de cursus te krijgen.

Het leren van nieuwe vaardigheden verloopt soepel als het gekoppeld is aan een context of aan intrinsieke motivatie. Leren wat nodig is werkt en levert de beste resultaten. In mijn lesgroep bij de sociale werkvoorziening leerden we in het invullen van bestellijsten, het handig tellen van de voorraad in het magazijn en het leren lezen en begrijpen van het fietsplan. Dat snijdt hout. Leren wat je wilt leren, in plaats van een opgelegd leerdoel. Het is zo logisch maar het gebeurt  te weinig. Veel onderwijs is algemeen vormgegeven; lesboeken bevatten generieke lesstof en examens zijn voor iedereen hetzelfde, omwille van vermeende objectiviteit en meetbaarheid.

Als je werkt aan basisvaardigheden, leer je dingen waarvan de samenleving verwachtte dat je die al veel eerder had geleerd. Vaardigheden die iederéén allang beheerst, tenminste dat is de heersende opinie. Je ziet het niet als een verrijking met een nieuwe vaardigheid maar je ervaart het als het opvullen van een hiaat, nog in te halen kennis… tweede kans onderwijs. De eerste kans heb je gemist. De overheid voedt dat idee. Onvoldoende vaardig? Dan volgt een sanctie. Werkloos? Volg een cursus bij het UWV. Maar doe eerst een taalmeter want als u wellicht laag taalvaardig bent, moet u eerst nog met de basisvaardigheden aan de slag. Door het onvoldoende beheersen van de basisvaardigheden als een “gemis” te definiëren en het idee uit te dragen dat het dan wel heel erg moeilijk wordt om werk te vinden of een opleiding te volgen, wordt de moeizame leerder bevestigd in het idee dat hij niet compleet en minder waard is. We roepen over de schaamte en vertellen erover. We duiden de groep aan als een probleem. Een kostenpost, voor de gezondheidszorg en voor de sociale zekerheid en we fluisteren dat we ons zorgen maken over de hogere criminaliteitscijfers onder laagopgeleiden. We verzinnen talloze strafmaatregelen om mensen vaardiger te maken. Ook denken we te weten dat laagopgeleiden moeilijk naar een cursus te bewegen zijn omdat ze eigenlijk geen trek hebben in een opleiding. Ze hebben wel trek, zelfs enorme honger, als de cursus maar relevant is. Dit roept om maatwerk en professionaliteit.

Op het moment dat we inzet gaan belonen en het afronden van een cursus laten volgen door een verhóging van de uitkering, ziet de wereld er ineens anders uit. Toch vang je meer vliegen met stroop dan met azijn. Het systeem gaat uit van straffen in plaats van belonen. Behalve op een bepaald niveau. Dan kantelt het en kan het niet op: een periodiek erbij, promotie of lauwering alom. Zullen we dat voor de laagopgeleide medemensen ook maar eens invoeren? Taalcursus behaald; periodiekje erbij. Rekencursus gedaan;  we schelden uw schulden kwijt. Cursus Basisvaardigheden afgerond? U krijgt voorrang bij een sollicitatie.

En Peter gaat op de foto, met zijn medecursisten en zijn certificaat. Maar toch… hij lacht niet voluit. Hij lacht iets besmuikt. Zou hij twijfelen aan de maatschappelijke relevantie van zijn bewijs van deelname? Overheersen gevoelens van verdriet en boosheid over de gemiste kansen? Zou hij beseffen dat hij met dit papiertje slechts een eerste stap heeft gezet in een lang en moeizaam traject? Zou hij ook weten dat hij een periodiek erbij of promotie op zijn buik kan schrijven? De basisvaardigheid die hij nu een heel klein beetje beheerst…

 

Schijndel, 27 juni 2017

Marian Janssen- de Goede 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn