chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

Drieluik over het begrip leercultuur: deel 2, de zoektocht

15/11/2016
door Jumbo KLERCQ
Taal: NL
Document available also in: DE

In het eerste deel van dit drieluik heb ik de vraag gesteld waarom twee ministers van de Nederlandse overheid Bussemaker Bussemaker (Onderwijs) en Asscher (Sociale Zaken en Arbeidsmarkt) oproepen tot een sterker leercultuur[i]. Nu weten twee natuurlijk meer dan één, maar en leven lang leren is immers nooit echt een hoeksteen van onze Nederlandse onderwijscultuur geworden en de meeste mensen hebben dat inzicht ook niet van huis uit meegekregen. Waarom dan nu toch deze plotselinge belangstelling? Van welke aannames gaat men uit en zijn dit wel de juiste aannames? Daar gaat het tweede deel van dit drieluik nader op in.

Het antwoord voor die toegenomen belangstelling ligt in het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 2013, Naar een lerende economie; investeren in het verdienvermogen van Nederland[ii]. Zoals de titel al verraadt, gaat het dus primair om versterking van de economie en moet de arbeidsmarktpositie van werknemers verstevigd worden. Opnieuw vergeet men dat een leven lang leren ook belangrijk is om actief te blijven participeren in onze doe-het-zelf economie. Nog gekker is dat andere landen nu juist wel ontdekken dat een leven lang leren hier een belangrijke functie vervult. Nederland loopt achter en raakt achterop.

 

/nl/file/learningforlifejpglearningfor_life.jpg

Onze bewindslieden zoeken verbetering van de leercultuur dus vooral in een leerklimaat waar werkgevers en werknemers gemotiveerd en flexibel zijn om te leren en dienovereenkomstig te investeren in zichzelf om hun kennis en vaardigheden op koers te houden. Dat sluit aan bij het concept van bedrijven als lerende organisaties, maar de literatuur hierover leert mij dat dit niet vanzelf gaat en dat lerende organisaties dus ook niet automatisch mensen opleveren die ook vanuit zichzelf bereid en in staat zijn om te leren. Sterker nog een lerende organisatie kan soms zo’n sterk een beroep op zijn medewerkers doen, dat  men het daarbuiten in “het echte leven”  wel gelooft en er met de pet naar gooit. Dat neemt niet weg, dat we hier wel de kernvraag te pakken hebben waar het om draait: wanneer leren mensen of gaan mensen leren en wanneer doen ze dat niet.

 

/nl/file/lovejobjpglovejob.jpg

Net als de WRR verwijzen onze bewindslieden naar de leercultuur in de Scandinavische landen, waarin het bijvoorbeeld heel normaal is om op latere leeftijd nog een studie te volgen. Die verwijzing naar Scandinavië is de moeite waard om eens verder tegen het licht te houden. Het verhaal is bekend, het merendeel van de landen in Noord-Europa, de Scandinavische landen, blijken volgens diverse onderzoeksrapporten ook de hoogste niveaus van een leven lang leren te laten zien en dat verklaart men dan uit  een lange politieke en culturele geschiedenis waarin leren als een uiterst elementaire activiteit gezien wordt, niet enkel en alleen door de overheid , maar ook door de burgers zelf (folkbildning). Nederland echter, waar noch een dergelijke geschiedenis, noch een vastomlijnd beleid inzake een leven lang leren bestaat, komt desalniettemin als zevende uit de bus in de EU op het gebied van deelname aan een leven lang leren. Zo slecht is dat dus niet.

Onderzoek[iii] mag dan uitwijzen dat de deelname aan een leven lang leren in de Scandinavische landen flink hoger ligt dan in Nederland, ander onderzoek[iv]  toont aan dat het niveau van taal-en rekenvaardigheid van de Nederlandse beroepsbevolking tot de hoogste van de OECD landen behoort, beduidend hoger dan Zweden, Noorwegen en Denemarken.

De leercultuur in Scandinavische landen kenmerkt zich door een positieve grondhouding ten opzichte van leren, waardoor het aannemelijker wordt dat volwassenen ook op latere leeftijd scholing volgen. In Nederland daarentegen hebben veel mensen slechte ervaringen met onderwijs, het plezier in leren is ze vaak vergaan.. Daar komt bij dat Nederland het accent heeft gelegd op een lange leerplicht, prestatie-en diplomagericht onderwijs en een vroeg beginnende beroepsvorming. Door dit samenspel van  factoren wordt leren niet als wenkend perspectief gezien en beleefd. De Scandinavische landen kennen langer algemeen vormend onderwijs, namelijk tot 16 jaar. Beroepsgerichte vorming aansluitend op het basisonderwijs kent men juist niet.

 

/nl/file/leerplichtjpgleerplicht.jpg

Hier in Nederland hanteren we ook een beduidend engere opvatting over een leren lang leven dan in Scandinavië. In  Denemarken, Zweden en Finland wordt namelijk ook expliciet  scholing in vrije tijd en voor persoonlijke doelen  meegerekend. Wij vinden dat luxe en dus telt het niet mee. Kortom, het verdient enige voorzichtigheid en oog voor de verschillen om de Scandinavische leercultuur als lichtend voorbeeld te stellen.

In het streven naar een verbetering van de Nederlandse leercultuur  zou  er meer aandacht moeten komen voor wat van Dellen c.s.[v] “onopgeloste knelpunten” noemen.  Het zou aan te bevelen zijn als de bewindslieden eens wat vaker te rade zouden gaan bij de deskundigen in het veld zelf, kennis te nemen van de verschillen in opvattingen en een beeld te krijgen van de onvrede die overal lijkt te heersen: zowel bij beleidsmakers en onderzoekers, als bij educatieve instellingen en bedrijven, alsook onder educatief werkers  en de lerende volwassenen. Volwassenen leerders vormen hierbij de grote 'onbekende' en ongehoord doelgroep (Onderwijsraad, 2003). Mensen leren pas echt als het voortkomt uit hun eigen wil te doen of als er een directe noodzaak is. Dit punt wordt nog onvoldoende onderkend. Professionals en andere betrokkenen  praten vaak nog steeds over de leerlingen in plaats met hen. Leerders hebben vaak een relatief zwakke en ondergeschikte positie; dit wordt beklemtoond door het heersende doelgroepenbeleid (bijvoorbeeld ouderen, lager opgeleiden, allochtonen, de kwetsbaren en kansarmen in de samenleving). Cursisten worden te vaak benaderd vanuit een soort deficit-model in plaats vanuit een talent model.

Men gaat bovendien voorbij aan een drietal waarde gebonden argumenten die verantwoordelijk zijn voor de onvervulde en onrealistische verwachtingen over volwasseneneducatie. Ten eerste: aanhoudende belangstelling voor een leven lang leren is een mogelijkheid om mensen zowel op individueel als sociaal vlak te machtigen empoweren en te emanciperen. Mogelijkheden worden in de praktijk namelijk lang niet altijd benut. Ten tweede: de nadruk op het leren van de autonomie van de volwassenen leidt tot persoonlijke ontwikkeling en ontplooiing. De koppeling met autonomie zegt namelijk niets over of er ten goede of ten kwade geleerd wordt. Ten derde: volwassenen moeten worden beschouwd als actieve studenten die zich richten op hun eigen subjectiviteit en identiteit als burger, werknemer of particulier. Zeker, maar ook hier geldt weer dat dit altijd automatisch het geval is. Kortom, veel wishful thinking dus. De aanname van de vooronderstelling, dat volwassen leerders bereid zijn om te leren als zij in een aantrekkelijke, stimulerende en tot reflectie uitnodigende leeromgeving zijn, roept in ieder geval vragen op ten aanzien van de tegenvallende cijfers over participatie in de volwasseneneducatie.

Verbetering van de leercultuur, hoe dan wel? Volgens Sloterdijk (2011) draait de toekomst van een leven lang leren steeds meer om hoe mensen hun leven veranderen en omgaan met veranderingen die op hun pad komen. Zijn opvatting sluit aan bij wat de Duitsers Bildungskultur noemen en bij pogingen in de UK om tot een “learning revolution” te komen.

In het derde deel over leercultuur zal het gaan over wat we van deze landen kunnen leren.

 

 

[i] OCW/SZW, Kamerbrief Leven Lang Leren, 2014; OCW/SZW, Kamerbrief voortgang leven lang leren, 2015

[ii] WRR, Naar een lerende economie; investeren in het verdienvermogen van Nederland, 2013.

[iii] Eurostat 2014

[iv] OECD, PIAAC 2013

[v] Theo van Dellen, Jumbo Klercq, Bert-Jan Buiskool, Towards a Dutch (lifelong) learning climate, 2016

 

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email