chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

De mythe van motivatiegebrek bij laaggeschoolde werknemers ontkracht

08/07/2016
door Gáby VAN VUGT
Taal: NL
Document available also in: EN PL ET LV

Moeten laaggeschoolde werknemers zich voortdurend aan de eisen van de arbeidsmarkt aanpassen om inzetbaar te blijven? Pia Cort en Kristina Mariager-Anderson van de Universiteit van Aarhus rekenen af met de vooroordelen over 'ongemotiveerde' laaggeschoolde werknemers.

Hoe kunnen mensen de motivatie voor levenslang leren vinden? In het beleid voor levenslang leren wordt van oudsher bijzondere aandacht geschonken aan laaggeschoolden, omdat ze meer risico lopen in de arbeidsmarkt en bijscholing wordt gezien als de oplossing voor hun riskante positie. In het beeld dat wordt geschetst van laaggeschoolde werknemers en de noodzaak dat zij gemotiveerd moeten zijn om te leren, neigt het beleid laaggeschoolden als het probleem te beschouwen: ze worden vaak afgeschilderd als mensen met lage ambities en weinig zelfvertrouwen en eigenwaarde, die inactief of zelfs crimineel zijn. Het probleem van het verhoogde risico wordt een psychologisch en scholingsprobleem.

De bezorgdheid over laaggeschoolden en hun onwil om levenslang te leren blijkt duidelijk uit studies en onderzoeksprojecten waarmee wordt getracht vast te stellen tegen welke hindernissen laaggeschoolde werknemers bij scholing aanlopen: Zijn laaggeschoolde werknemers niet in staat om te doen wat volgens het beleid juist is? Moeten ze zich voortdurend aan de behoeften van de arbeidsmarkt aanpassen om inzetbaar te blijven? De manier waarop 'ongemotiveerde' laaggeschoolde werknemers in het beleid worden beschreven, moet ter discussie worden gesteld.

Een complex verschijnsel
Een project van Cedefop dat gericht was op de beschrijvingen die laaggeschoolden van hun werk geven, heeft aangetoond dat motivatie bij deze mensen complexer is dan het beleid voor levenslang leren doet geloven:

  • Motivatie is er wel degelijk! De beschrijvingen die laaggeschoolde werknemers in Denemarken van hun arbeidsleven geven, wijzen erop dat de motivatie om te leren aanwezig is en dat veel laaggeschoolde werknemers proberen een zinvol arbeidsleven na te streven door hun interesses of kernwaarden erin te integreren. Motivatie hoeft niet altijd verbonden te zijn met onderwijs of werk, maar kan gericht zijn op andere aspecten van het leven, zoals hobby's of familie. De beschrijvingen hebben met elkaar gemeen dat er wordt geprobeerd intrinsieke motivatie, bijvoorbeeld voor buitenleven, voetbal of sociale rechtvaardigheid, te combineren met een beroepskeuze.
  • Laaggeschoold? De beschrijvingen wijzen erop dat mensen met functies van een laag opleidingsniveau vaak niet laaggeschoold zijn: ofwel hebben ze via hun werk informele vaardigheden verworven die gelijkstaan aan kwalificaties van geschoolde werknemers, ofwel hebben ze een diploma. Door de situatie op de arbeidsmarkt of omstandigheden in de familie waren ze echter gedwongen een functie van een laag opleidingsniveau te accepteren om rond te komen of werk en vrije tijd met elkaar in evenwicht te brengen.
  • Motivatie in het maatschappelijk beeld: Het concept van motivatie maakt deel uit van het maatschappelijk beeld van werk en onderwijs: iedereen moet gemotiveerd zijn om levenslang te leren om in de wereldwijde economie het hoofd boven water te kunnen houden. Als mensen falen, ligt het probleem bij de individuele motivatie, niet bij de arbeidsmarkt en zijn steeds veranderende en onbetwistbare eisen. De wereldwijde arbeidsmarkt wordt gezien als een natuurlijke kracht waarin het aan het individu is om te trachten te overleven door scholing, terwijl scholing mogelijk geen veilig baken meer is, aangezien steeds meer banen onzeker worden.
     

Motivatie minder centraal stellen
De analyse wijst erop dat motivatie een concept is dat minder centraal moet worden gesteld en meer moet worden genuanceerd:

  1. Motivatie is niet alleen extrinsiek, zoals vaak wordt gesuggereerd door werkgelegenheids- en onderwijsbeleid dat gebaseerd is op een benadering van belonen en straffen, en motivatie hoeft ook niet noodzakelijkerwijs intrinsiek te zijn om mensen voor een activiteit te winnen.
  2. Het is nodig de veronderstellingen die aan de interpretaties van 'motivatieproblemen' ten grondslag liggen bloot te leggen door naar alternatieve interpretaties te zoeken, en kritisch te zijn over het indelen van mensen in categorieën door de politiek, met name ten aanzien van categorieën als 'ongemotiveerd', 'inactief', of 'niet-lerenden' (Honey, 2000).
  3. Tot slot moeten we onszelf een spiegel voorhouden: in plaats van onze aandacht op het probleem van de motivatie van laaggeschoolde werknemers te richten, moeten we kijken naar het probleem dat de arbeidsmarkt profiteert van de toegenomen concurrentie tussen landen om kapitaal en bedrijven aan te trekken en dat in deze strijd belangen van werknemers met betrekking tot loon en werk- en leefomstandigheden worden ondermijnd.

Pia Cort, cort@edu.au.dk, hoogleraar aan de onderwijsfaculteit van de Universiteit van Aarhus. Haar onderzoek is onder meer gericht op de rol van transnationale organisaties in het onderwijsbeleid, met name de EU en Europeaniseringsprocessen, de verbanden tussen onderwijsbeleid en praktijk, beroepsonderwijs en -opleiding vanuit een vergelijkend perspectief, en het beleid voor levenslang leren.

Kristina Mariager-Anderson, kma@edu.au.dk, hoogleraar aan de onderwijsfaculteit van de Universiteit van Aarhus. Haar onderzoek is gericht op de gebieden volwassenenonderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding en loopbaanbegeleiding, met name voor laaggeschoolde volwassenen. Ze is specifiek geïnteresseerd in het onderzoek naar het snijvlak tussen volwassenenonderwijs en loopbaanbegeleiding.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 6 van 6 weergegeven
  • afbeelding van Maria Jedlińska

    Osoby o niskich umiejętnościach, czyli kto?

    Chyba należałoby rozszerzyć pojęcie o osoby posiadające wysokie kwalifikacje w swojej dziedzinie czy wysokiej jakości umiejętności, ale z różnych powodów mające deficyt wiedzy w niektórych obszarach. Myślę tutaj o starszych osobach, które z racji doświadczenia mogą się pochwalić wysokimi kwalifikacjami zawodowymi, ale na przykład brakiem umiejętności cyfrowych (sytuacja spotykana nawet w środowisku pracowników naukowych pokolenia 60+)

  • afbeelding van Elżbieta Tomaszewska

    Bardzo ciekawe i potrzebne badania duńskiej kadry uniwersyteckiej , które trafnie ilustrują złożony problem motywacji do uczenia się osób dorosłych o niskich kwalifikacjach. Globalna gospodarka światowa koncentruje się na kumulowaniu kapitału, poszukiwaniu innowacyjnych rozwiązań natomiast prawa pracownicze, ochrona socjalna, dialog społeczny są bardzo często marginalizowane. Niestabilna sytuacja na rynku pracy, ubożenie niektórych grup społecznych i pogłębiająca się wraz z wiekiem niska samooocenna powodują dodatkowe frustracje i niechęć do dalszej edukacji.  Wg teorii M.S. Knowlesa motywacja dorosłych do uczenia się zależy od czterech czynników:

    • sukcesu - dorośli chcą odnosić sukcesy w uczeniu się,
    • woli - dorośli chcą mieć poczucie wpływu na uczenie się,
    • wartości - dorośli chcą mieć przekonanie, że uczą się czegoś wartościowego,
    • przyjemności - dorośli chcą, by uczenie się sprawiało im przyjemność.

    Oznacza to, że uczący się dorośli będą najbardziej zmotywowani do nauki, jeśli uwierzą, że są w stanie nauczyć się nowych treści oraz że uczenie się pomoże im w rozwiązaniu realnych, spersonalizowanych problemów, które są dla nich znaczącym utrudnieniem - np. w życiu zawodowym.

  • afbeelding van Lynne Thompson

    How far was this considered in the study? Someone engaging in low skilled work can face challenges to motivation for improvement, through factors such as being continually being asked to carry out over time in their role. Being asked to cover extra low skill duties only in the contractual designated time.  Or the factor of the low skilled work being an offset to issues and challenges in home life. And there is also a question of a low skilled workers enduring a combination of all of these factors. Surely this would have a bearing on the right conditions to induce motivation?

    Admittedly, I cannot present anything statistical evidence to you in this respect, but is merely an observation made having worked with low skilled people in Adult Education.  It applies to either someone who fits the terminology of a low skilled worker, and also the person who undertakes low skilled work to survive.

    I also think if low-skilled people have evidence around them that educational improvement does not necessary lead a higher rate of pay, they are less likely to feel motivated about developing higher skills. 

  • afbeelding van David Mallows

    Very interesting article - thank you for sharing.

    Great conclusion:

    "Although adult education and career guidance are meant to be helpful interventions for the low skilled, offering the prospect of a better life, if people feel that this is externally imposed upon them, they may find it difficult to embrace what is offered.”

    I think this is a lesson especially for those who design very instrumental workplace learning (i.e. that which attempts to 'equip' adults with the skills they are perceived to lack in order to do their job. Learning in one domain can be applied in another and if adults' motivation to learn comes from something that is '...closer to their personal identity than their job' then they should be encouraged and supported in that, with likely subsequent benefits to their workplace performance. We should support lifelong AND lifewide learning.

    I hope there will be another blog to introduce the ideas in your second paper.

    Best wishes to you both

    David

  • afbeelding van David Mallows

    This blog makes a number of very important points. The authors are quite right to point out that policy makers need a more nuanced understanding of adults' needs and motivation. Employment and education policy conceived for the 'low-skilled' is likely to miss the mark. 

    I was particularly pleased to read this:

    • Low-skilled? The narratives showed that people who are in low-skilled positions are often not low-skilled: either they have acquired informal skills through their jobs which equals skilled qualifications or they have a qualification. But, due to the employment situation or circumstances in the family they have had to take up a low-skilled position in order to earn a living or balance work/life.

    Here the authors talk about 'people who are in low-skilled positions', rather than 'low-skilled people/workers' as used elsewhere and recognise that, while people may not have skills that are highly valued in the labour market, they are likely to have other skills. The authors note this in the context of the workplace, but adults also have skills in many other domains, they may be parents, active members of faith groups, drive a car, play sports, or a musical instrument, be good listeners, or tell a good story. Adults are rarely without skills, even if those skills are not valued in the particular work role that they currently hold or aspire to.  

    As such the term low-skilled adult is innacurate and unhelpful. We need to move the discourse on and, following adult learning theory, design learning that starts with what adults can do, rather than what they cannot.

    Can the authors share more about the Cedefop project mentioned? Is there a report?

    Many thanks

    David

     

  • afbeelding van Kristina Mariager-Anderson

    Dear David,

    Thank you for your interest.

    While there is a report from the mentioned Cedefop project available (Narrative of career/ labour market related learning of low skilled workers AO AO/RPA/GRUSSOABARA/

    Narrative of learning from the low skilled/022/12.), the points that we make in this blog builds on an analysis solely of the Danish data material.

    In the article "‘In reality, I motivate myself!’. ‘Low-skilled’ workers’ motivation: between individual and societal narratives" (2016) we discussed how low-skilled talk about motivation for learning, work and other activities through a work life span – and we argue that low-skilled workers are active and motivated even if their motivational orientation is not towards what is considered productive activities in adult education policies.

    Another important issue that you also point to is the matter of talking about low-skilled people or talking about people working in low-skilled positions. This is a point that we are planning to discuss in an second article where we focus on the complex narratives of people in unskilled jobs. These narratives open up issues of power and the historical arbitrary distinctions between skilled and unskilled jobs in a labour market. They point to motivation which is ‘linked to other doings e.g. having a stable work life balance or doing their duty’ (Klindt & Sørensen, 2010) or engaging in hobbies which are closer to their personal identity than their job.

    Best regards,

    Kristina & Pia