chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

Blogs

Volwasseneneducatie – Levenslang leren voor niet-horende medeburgers in het dagelijks en beroepsleven – een standpuntbepaling

12/12/2017
door NSS EPALE Nederland
Taal: NL
Document available also in: DE EN

Door Rudi Sailer

Deze bijdrage is oorspronkelijk verschenen in Zeitschrift DAS ZEICHEN – Zeitschrift für Sprache und Kultur Gehörloser 82/2009, 226–227. Gepubliceerd met toestemming van de auteur en redactie.

1. Algemeen onderwijs

In de wereld van het gesproken woord lopen niet-horenden tegen grote obstakels aan.

Hun taal is de gebarentaal, die een geheel eigen grammatica en woordenschat kent. Voor niet-horenden is gesproken taal in de meeste gevallen een 'vreemde taal', zij het dat gesproken en gebarentalen heel anders van elkaar verschillen dan gesproken talen onderling. Zo is het voor een Duitse moedertaalspreker relatief eenvoudig om zich 'in te leven' in de Franse of Engelse taal, maar bij de omzetting van gebarentaal in een – gedocumenteerde – klanktaal staat de niet-horende voor een aanzienlijk zwaardere opgave. Door hun handicap kunnen doven niet beschikken over de basis van geschreven taal: het hoorbeeld, dat de luisteraar verbindt aan wat hij leest en dat – schriftelijk vastgelegd – als geheugensteuntje fungeert en het leren vergemakkelijkt. Dit maakt het voor niet-horenden moeilijker om teksten te begrijpen. Bij het lezen van een tekst wordt het hoorbeeld namelijk niet automatisch opgeroepen; zij moeten in gedachte de tekststructuur als het ware herschikken om de tekst aan te passen aan hun visuele verbeeldingskracht. De manier waarop in klanktalen via allerlei verbindingen, boven- en onderschikkingen op hoofd- en bijzinsniveau, kortom via het abstracte grammaticale vlechtwerk van relaties informatie wordt overgedragen, vergt van niet-horenden extra inspanning als zij de overgebrachte kennis zich eigen willen maken.  Het gaat om de omzetting van het akoestisch medium in een visueel medium, niet om een zuivere vertaling zoals die van de ene naar een andere klanktaal.

Waar het op neerkomt is dat hoe complexer de zinsstructuren van de klanktaal zijn, des te moeilijker en tijdrovender het wordt om deze om te zetten in de structuren van de gebarentaal. Wat voor de horende een voordeel is – hij of zij kan zich meestal direct een voorstelling maken van wat hij leest en bovendien herinneren wat hij al gehoord heeft (geheugensteun, leereffect) –, is voor de niet-horende een nadeel: door de weerbarstigheid van veel teksten laat de inhoud zich moeilijker ontsluieren, de tijdrovende visualisering ervan wordt een onderwerp op zich. Dat leidt regelmatig tot misverstanden en niet zelden tot een afkeer om zich überhaupt bezig te houden met teksten waaraan een klanktaal ten grondslag ligt. Alleen gebarentaal kan doven in een zelfde uitgangssituatie brengen als mensen die kunnen horen.

Communicatie en onbelemmerde toegang tot informatie spelen in het leven van ieder mens een essentiële rol. Levenslang leren is het doel. De inzet moet daarom zijn geletterdheid en kennis bij niet-horenden te bevorderen en hen op voet van gelijkheid met horenden te plaatsen.

 

2. Taalvaardigheid bevorderen van taaldiversiteit

In de scholing van niet-horenden ligt het accent helaas nog altijd op het opdoen van vaardigheid in klanktalen. Educatie op het gebied van taalvaardigheid en taalkundige verscheidenheid is voor niet-horende volwassenen daarom van groot belang. Er moet dan wel een gebarentaalspecifieke leermethode worden gehanteerd die op niet-horenden is afgestemd en die rekening houdt met de volgende aspecten:

  • achtergrondkennis en praktische oefeningen op verschillende gebieden, waarbij te denken valt aan;
    • gesprekken tussen horenden en niet-horenden
    • strategieën en uitvoeringsmogelijkheden
    • beleid – mogelijkheden ten aanzien van betrokkenheid en beïnvloeding
    • onderwijs in retorica met gebruikmaking van gebarentaal en klanktaal
    • context van uitdrukkingen;
  • cursussen in vreemde talen, bijv. Engelse of Amerikaanse gebarentaal (American/British Sign Language – BSL/ASL);
  • cursussen in de linguïstiek en toepassing van gebarentaal;
  • culturele educatie (klassieke theaterstukken, literatuur);
  • verdere opleiding in klanktaalvaardigheden om barrières in het dagelijks en beroepsleven van niet-horenden te slechten.

 

3. Opleiding van leidinggevenden

Niet-horenden moeten in staat worden gesteld in het beroeps- of verenigingsleven leidende posities in te nemen. Bij het opleiden van leidinggevenden in gebarentaal gelden de volgende streefpunten:

de noodzakelijke kernkwaliteiten kennen en toepassen, zowel in theorie als in de praktijk;

  • sleutelkwalificaties voor leidinggevenden realiseren;
  • ondernemingsstrategie kunnen uitwerken;
  • missie, visie, streefdoel en ondernemingscultuur kunnen opstellen en aanpassen;
  • denken vanuit zowel genetwerkte als analoge structuren;
  • de rol van gespreksleider vlekkeloos kunnen vervullen bij besprekingen, conferenties en bijeenkomsten;
  • persoonlijk leiderschap en eigen stijl van leidinggeven identificeren en verder ontwikkelen;
  • emotionele en communicatieve competentie versterken;
  • als leidinggevende kunnen adviseren, trainen en begeleiden;
  • voorbeeld en rolmodel zijn – als leider een voorbeeldfunctie vervullen in de ondernemingscultuur.

 

4. Na- en bijscholing

De gemeenschap moet er zorg voor dragen dat ook niet-horenden in het beroepsleven en op de informatiemarkt kunnen concurreren. In weerwil van alle inspanningen in de afgelopen jaren voor de emancipatie van niet-horenden en ondanks de vorderingen die daarbij zijn gemaakt zien we dat dove mensen het op de arbeidsmarkt en in het beroepsleven nog steeds moeilijker hebben dan mensen die kunnen horen. Deze vaststelling heeft betrekking op alle fasen van het werkend bestaan:

  • bij de overstap van school naar werk hebben gediplomeerde, niet-horende jongeren het heel moeilijk om op de arbeidsmarkt een plek te veroveren en vast te houden; vaak moeten ze tegen hun zin genoegen nemen met beroepsperspectieven die onder hun capaciteiten liggen; 
  • loopbaanontwikkeling is bepaald geen sinecure voor niet-horende beroepsbeoefenaars met passende kwalificaties, die zich ook nog eens zeer moeilijk kunnen beschermen tegen ontslag; 
  • niet-horenden die werkloos worden, zijn opgezadeld met extra handicaps. Zo zijn werkgevers nog altijd heel moeilijk ervan te overtuigen dat niet-horenden wel degelijk productief kunnen meedraaien op het werk. Bovendien zijn de mogelijkheden voor na- en bijscholing verhoudingsgewijs nog steeds beperkt.

Een van de oplossingen hiervoor is een beroepscursus gebarentaal die als e-learningmodule op internetportals aan geïnteresseerde gebruikers wordt aangeboden. Een andere oplossing is gelegen in de oprichting van een of meerdere hogescholen voor na- en bijscholing waar leerkrachten zijn aangesteld die als betrokkenen (niet-horenden), als gebruikers van gebarentaal en docenten die gebarentaal beheersen, over grondige kennis van de individuele didactische en methodologische behoefte (visualiteit) van niet-horenden beschikken. Een voorbeeld van een project waarin deze mogelijkheid binnenkort wordt gerealiseerd is "Fit im Job" van de Duitse vereniging van niet-horenden Gehörlosenverband München und Umland e. V., die werkt aan een cursus bedrijfseconomie in gebarentaal voor niet-horenden. Met name de volgende onderdelen zijn voor niet-horenden interessant:

  • schriftelijke sollicitaties en sollicitatiegesprekken – voorbereiding en oefening;
  • bedrijfsconcepten – van idee tot realisatie; opleiding retorica in gebarentaal en klanktaal;
  • opleiding van leidinggevenden; 
  • personeelsbeheer.

Op de planningstafel ligt een nieuw EU-project dat voorziet in een onlinecursus BSL voor niet-Britse doven. Bijzonder aan deze cursus is dat deze volledig in gebarentaal zal worden gegeven (BSL/DGS (Duitse gebarentaal) enz.), er komt dus geen klanktaal (Engels of Duits) aan te pas!

 

5. Samenvatting

Onderwijs in gebarentaal is de belangrijkste voorwaarde om te komen tot een maatschappij met gelijke kansen waarin niet-horenden zich in het dagelijks en beroepsleven kunnen handhaven. Dit onderwijs moet levensbreed worden gestimuleerd.

 

Rudi Sailer, voorzitter van het Netzwerk der Gehörlosen-Stadtverbände e.V.

Bijdrage oorspronkelijk gepubliceerd in: DAS ZEICHEN 82/2009 • Zeitschrift für Sprache und Kultur Gehörloser

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn