chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Eiropas Pieaugušo izglītības e-platforma

Emuārs

Het potentieel van gemeenschapsgebaseerde intergenerationele projecten

09/03/2017
NSS EPALE Nederland
Valoda: NL
Document available also in: EN

 

De laatste tijd lijkt er op EPALE veel discussie te zijn rondom het thema intergenerationeel leren. In deze blog vertelt Cathrina Murphy in het kader van haar masteropleiding in de filosofie over haar onderzoek naar het potentieel van gemeenschapsgebaseerde intergenerationele projecten.

In het onderzoek komt naar voren dat intergenerationeel leren een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan zowel het welbevinden van individuen als de ontwikkeling van een gemeenschap. Tevens wordt aangetoond dat onderwijsinstellingen op alle drie de niveaus - primair, secundair en tertiair - een zeer belangrijke rol spelen in het verankeren van intergenerationeel leren in de samenleving en het vergroten van inzichten in levenslang leren. Cathrina Murphy vertelt dat de belangstelling voor intergenerationeel leren groeiende is, aangezien wordt aangenomen dat het een positief effect heeft op deelnemers en op de samenleving in het algemeen. Uit Murphy's onderzoek naar intergenerationeel leren in Ierland kwam naar voren dat veel gepland intergenerationeel leren op onregelmatige basis, meestal eenmalig, plaatsvindt en dat projecten vaak geïsoleerd van elkaar plaatsvinden. Er was heel weinig bekend over de doelstellingen, processen, resultaten en voordelen van intergenerationeel leren. Op basis van diverse onderzoeksmethoden werd in het onderzoek getracht de ervaringen van deelnemers in diverse projecten en settings vast te stellen en nader te onderzoeken.

De eerste stadia van het onderzoek hadden betrekking op een breed scala van projecten georganiseerd door het gehele land – in scholen, jeugdgroepen, dagverblijven, verzorgingstehuizen en gezinscentra. De meeste van deze projecten bleken geen onderdeel te vormen van een algeheel programma voor intergenerationeel leren; vaak betrof het eenmalige projecten die door een sleutelfiguur of als onderdeel van de aanpak van een externe organisatie tot stand waren gebracht. Door het uiteenlopende karakter van intergenerationeel leren werd besloten een onderzoek naar drie locaties te starten: een aan een opleidingsinstituut verbonden intergenerationeel voedingsproject, een schoolprogramma genaamd ‘Log on, Learn’, waarbij leerlingen van een school ouderen computervaardigheden bijbrengen, en een gemeenschapsgebaseerd intergenerationeel project.

Het onderzoek toonde aan dat projecten voor intergenerationeel leren niet alleen voordelen opleveren voor deelnemers maar tevens voor de samenleving als geheel. Dit gold in sterkere mate voor het gemeenschapsgebaseerde intergenerationele project, dat een langere duur had. Veel leeftijdsspecifieke activiteiten die in de gemeenschap in kwestie voorheen los van elkaar werden georganiseerd door scholen, jeugdclubs en ouderenverenigingen, bleken steeds vaker in collectief verband plaats te vinden en waren ook vaker gericht op alle leeftijden en recreatiebelangen. Aldus raakte intergenerationeel leren verankerd in de gemeenschap, met alle positieve gevolgen van dien voor de bredere gemeenschap, waaronder een vermindering in asociaal gedrag.

Alhoewel de projecten tot verschillende resultaten leidden al naar gelang het niveau en de duur van het contact, hadden ze allemaal tot op zekere hoogte tot gevolg dat stereotypen van zowel jongeren als ouderen werden doorbroken. Ook werden deelnemers aangemoedigd om mee te doen met andere onderwijs- en gemeenschapsactiviteiten en werden voor zowel ouderen als jongeren mogelijkheden gecreëerd om een positieve invloed op elkaar uit te oefenen. De doelgerichte activiteiten vergrootten het welzijn van ouderen, in de zin dat zij plezier beleefden aan het positieve contact met jonge mensen en de kans kregen om hun kennis en levenservaring door te geven. De jongeren haalden voldoening uit het feit dat zij hun vaardigheden konden delen en het negatieve beeld dat sommige ouderen van jongeren hebben op positieve wijze konden rechtzetten. Betrokkenheid bij geplande intergenerationele activiteiten bood zowel jongere als oudere deelnemers de mogelijkheid om opgenomen te worden in bredere netwerken en om vriendschappen te ontwikkelen.

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat het belangrijk is om zorgvuldig na te denken over de doelstellingen van een intergenerationeel project en dat een goede planning en organisatie onontbeerlijk zijn om deelname van en positieve resultaten voor alle deelnemers te bevorderen. Doelen en doelstellingen moeten haalbaar zijn, en deelnemers dienen voor een deel gemeenschappelijke interesses te hebben en over de noodzakelijke bekwaamheid en vaardigheden te beschikken om op gelijkwaardige basis aan de activiteiten te kunnen deelnemen.

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email
Refresh comments Enable auto refresh

Tiek rādīts 1. - 2. no 2
  • Lietotāja Simon BROEK attēls
    Thanks for sharing your experience with studying intergenerational learning. I find it interesting that you point to similar issues as Brian Findsen did in his blog, namely on the issue that the aim and objective needs to be clear. You concluded: "We need to carefully considering the aims of intergenerational projects and the need for good planning and organisation to facilitate participation and positive outcomes for all participants. Aims and objectives must be achievable with participants having some shared interests and the necessary ability and skills to engage in the activities on an equal basis." Brian (/en/blog/why-does-intergenerational-learning-matter) folmulated it as follows: "My argument here is that we need to continue to examine our own rationales for fostering inter-generational learning and if we are to actively promote inter-generational education, usually requiring governmental and institutional support, we need to be clear about what our purposes are, what resourcing we need, who benefits from this work and the likely impact in our respective societies." The challenge I think with intergenerational learning is indeed that the learning directions go in different directions and have different contents, making it difficult to set out up front what will be learned by learners from different generations. Related to this, the learning might be less tangible and therefore more difficult to convince policy makers of its value for more inlusive societies.
  • Lietotāja Ian Atkinson attēls
    This seems to be a very interesting study and the outline of it seems to raise some additional questions. Questions of political will, the involvement of the state in funding more coherent initiatives for intergenerational learning, and the balance between local initiatives and national programmes all seem important implicit considerations. For example, the commentary seems to suggest most projects tend to be one off and not linked. It would be interesting to explore the extent to which this is a positive or negative thing or somewhere in between. For example, is there benefit in having an overarching programme or would this compromise local initiative and autonomy? Is there an ideal balance between government support and local communities taking the lead? Is some seed-corn funding needed to get such initiatives off the ground or can they be developed on the strength of local volunteers and inputs in-kind? Certainly the benefits suggested appear to be very positive but this raises additional questions about how to maximise these benefits - i.e. what is good practice etc. Many of these issues might be explored in the study mentioned but they are all interesting questions i think....