chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Eiropas Pieaugušo izglītības e-platforma

 
 

Emuārs

Drie cruciale factoren voor een succesvolle ECVET-pilot

08/10/2015
Gáby VAN VUGT
Valoda: NL
Document available also in: EN

/lv/file/marijkejpgMarijke

Marijke

 

Marijke Dashorst heeft vanaf het eerste begin een rol gespeeld bij de Nederlandse pilots van ECVET LLL (Leven Lang Leren). Zij was zeer nauw betrokken bij de strategische opzet voor de implementatie van het Nederlandse Kwalificatiekader (NLQF). Marijke was tevens als nationaal deskundige gedetacheerd bij de eenheid Volwassenenonderwijs van het DG Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie.

Simon Broek, thematisch coördinator bij EPALE voor leeromgevingen, heeft Marijke geïnterviewd over de wijze waarop, binnen de context van de ECVET-pilot, Europese instrumenten volwassenen kunnen ondersteunen in hun leer- en werktraject.

ECVET-pilot in Nederland

De ECVET LLL-pilots zijn in Nederland in 2012 in gang gezet met steun van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De pilots zijn bedoeld om het volgende in kaart te brengen:

• de wijze waarop je mensen aan het werk kunt houden;

• de wijze waarop mobiliteit op de werkplek ondersteund kan worden; en

• de wijze waarop een bijdrage kan worden geleverd aan herintegratie op de arbeidsmarkt.

Uitgangspunt van de aanpak is het opsplitsen van bestaande kwalificaties (zowel formele als sectorale) in kleinere eenheden (de zogeheten ECVET-eenheden) om vervolgens te beoordelen of een persoon al de leerresultaten heeft verworven die verband houden met een of meer van die eenheden. Dit biedt de mogelijkheid dergelijke eenheden te 'stapelen' om uiteindelijk voor de volledige kwalificatie c.q. een einddiploma in aanmerking te komen.

Er vinden pilots plaats in de zorgsector, in bedrijven in een technische omgeving, in de personeelsvoorziening (met name met betrekking mensen met weinig opleiding), in sociale werkplaatsen, in de pedicuresector en in het leger.

De pilots zijn hun laatste jaar ingegaan en Marijke heeft aangegeven welke drie factoren zij van cruciaal belang acht voor het welslagen van het ECVET-project.

 

1) Instrumenten moeten op Europees en niet alleen op nationaal niveau nuttig zijn

De Europese transparantie-instrumenten (het Europees Kwalificatiekader (EQF), het Europees Systeem voor de overdracht van leerresultaten voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET) en de validering van niet-formeel en informeel leren) moeten op uniforme wijze worden gebruikt en gecommuniceerd. Als er alleen maar gesproken wordt over nationale kwalificatiekaders, ECVET-eenheden of valideringen, zullen burgers en werkgevers dat maar moeilijk kunnen volgen, laat staan dat ze daar enthousiast op zullen reageren. Hoe kun je immers de waarde van het EQF uitleggen als je niet tegelijkertijd ook duidelijk maakt hoe dat kader kan worden gebruikt voor valideringsdoelingeinden en voor het vinden van trajecten om een formele kwalificatie te verkrijgen voor iets wat je elders hebt geleerd? Het principe om gebruik te maken van leerresultaten speelt een essentiële rol bij de ontwikkeling van de methodologie.

2) Geen omslachtige procedures voor de validering, maar deze afstemmen op specifieke behoeften

De validering speelt een belangrijke rol in de ECVET-pilot. Bij die validering wordt rekening gehouden met de eigenschappen waarover iemand al beschikt in de zin van kennis, vaardigheden en competenties. Dit heeft een tweeledig effect:

1. mensen hoeven geen onnodige opleidingen te volgen, hetgeen frustraties voorkomt;

2. werkgevers worden minder geconfronteerd met de situatie dat werknemers afwezig zijn omdat ze onderwijs en trainingen volgen.

Een valideringsprocedure wordt ontwikkeld op basis van de leerresultaten voor een eenheid. Door de duidelijke omschrijving van de leerresultaten binnen elke eenheid (de "boodschappenlijst") is het voor mensen eenvoudiger om het noodzakelijke bewijs te verzamelen dat zij al het niveau hebben van de leerresultaten waaruit elke eenheid is opgebouwd. Dit kan stap voor stap, eenheid voor eenheid gebeuren. Deskundige beoordelaars baseren hun conclusie over de vraag of iemand zich de vereiste leerresultaten eigen heeft gemaakt op basis van een evaluatie van het bewijsmateriaal en een gesprek met de aanvrager. Waar nodig kan ook een bezoek aan of beoordeling van de werkplek deel uitmaken van de procedure.

3) Betrek alle belanghebbenden bij het proces – met name de vraagzijde!

Vertrekpunt is de vraag vanuit het bedrijfsleven / de sector, die kan variëren en onder andere bepaald wordt door:

• de behoefte aan werknemers met meer vaardigheden;

• uitdagingen in verband met het invullen van vacatures;

• het voorbereiden van werknemers op een vertrek bij het bedrijf;

• nieuwe wettelijke vereisten in een sector.

Op deze situaties kan met ECVET-eenheden uit verschillende kwalificatiedomeinen worden ingespeeld, omdat er niet altijd behoefte aan een volledige opleiding bestaat, noch aan werknemers- noch aan werkgeverskant. Als er geen duidelijke vraag vanuit de werkgever/sector bestaat, wordt er overigens geen pilot in gang gezet.

Bij de ontwikkeling van het valideringsproces is het daarnaast essentieel dat de examencommissies van de aanbieders van opleidingen en trainingen de aanpak vanaf het begin ondersteunen om ervoor te zorgen dat het onderlinge vertrouwen aanwezig is om een soepele uitvoering mogelijk te maken. Dergelijke commissies moeten de "boodschappenlijst" en de procedures goedkeuren alvorens besluiten kunnen worden genomen over vrijstellingen van kandidaten met betrekking tot opleidingen en trainingen en/of examens.

Nieuw paradigma, nieuwe hervormingen?

Net als bij alle andere zaken die gebaseerd zijn op leerresultaten, is ook de methode met de ECVET-eenheden afhankelijk van vertrouwen:

• vertrouwen bij werkgevers dat de beoordelingen correct zijn;

• vertrouwen bij de individuele personen dat zij alleen hoeven te leren wat echt noodzakelijk is;

• vertrouwen bij kwaliteitsbewakingsinstanties dat de studenten uiteindelijk de vereiste leerresultaten hebben verworven;

• vertrouwen bij beleidsmakers dat het geld dat zij beschikbaar stellen effectief wordt gebruikt.

Het juiste vertrouwensniveau moet van de grond af uiterst behoedzaam worden opgebouwd.

Het opsplitsen van formele kwalificaties in kleinere eenheden kan ook tot een aantal (politieke) problemen leiden die wellicht opgepakt moeten worden:

• Op welke wijze worden de uitgangpunten van de financieringsprogramma's hierdoor beïnvloed?

• Is de aanpak ook van toepassing op studenten die bezig zijn met een basisberoepsopleiding?

De conclusie luidt dat de ECVET-pilot en de opsplitsing van kwalificaties in eenheden heel goed aansluiten bij de algemene tendens: volwassenen zijn bereid om in hun eigen ontwikkeling te investeren middels cursussen van beperkte duur en met een optimaal effect op de arbeidsmarkt. Dit is een andere benadering dan het volgen van meerjarige opleidingsprogramma's om kwalificaties te verwerven waarvan niet bekend is welk nut zij op lange termijn op de arbeidsmarkt hebben.

Marijke Dashorst (NL), eigenaar van STEP support, heeft meer dan dertig jaar ervaring op de verschillende onderwijsgebieden: hoger onderwijs, beroepsopleidingen en volwassenenonderwijs. Op dit moment is zij betrokken bij het op elkaar afstemmen van het EQF, het ECVET en de validering van niet-formeel en informeel leren in het kader van een Leven Lang Leren. Haar primaire belangstelling gaat uit naar het in praktijk brengen van beleid en vice versa. Zij maakt deel uit van het Europese ECVET-team ter ondersteuning van de beleidsontwikkeling op regeringsniveau en zij is projectleider van de Nederlandse ECVET LLL-pilots.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn