chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - A felnőttkori tanulás elektronikus európai platformja

Blog

EPALE interview: Tim Van Aken - pedagogisch begeleider

20/05/2020
létrehozta NSS EPALE Vlaanderen
Nyelv: NL
Document available also in: EN

Tim Van Aken is pedagogisch begeleider voor het volwassenenonderwijs bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen, de netwerkorganisatie van de katholieke (hoge)scholen, internaten, centra en universiteit in Vlaanderen en Brussel. Tim neemt daar kwaliteitszorg, innovatie en internationalisering voor zijn rekening. De laatste weken waren hectisch voor hem en zijn collega's maar ze gaven ook voldoening. Door de Covid19-crisis kwam de introductie van online lesgeven in een stroomversnelling. Een Erasmus+ KA1-project lag daar mee aan de basis.

 

 

Kan je iets over jezelf vertellen en je rol in het volwassenenonderwijs?

Tim Van Aken: Ik heb een ietwat opmerkelijk profiel om in het volwassenenonderwijs te werken. Ik studeerde af als ingenieur-brouwer met een koksdiploma en een diploma preventie-adviseur niveau 1. Dat is misschien niet iemand die je meteen in het volwassenenonderwijs verwacht? Vrij snel nadat ik in 1998 afstudeerde, begon ik te werken in wat men toen nog ‘sociale promotie’ noemde en gaf ik kookles aan volwassenen. In 2000 werd ik directeur van een CVO. In die rol voerde ik enkele fusies door tot wat uiteindelijk CVO Kisp geworden is, één van de grotere spelers in het landschap van Oost-Vlaanderen, en nu ook een stukje Antwerpen. Dat heb ik gedaan tot 2010 waarna ik andere horizonten wou opzoeken want zo’n fusies zijn zwaar en dat blijft wel even aan je kleven. Ik begon toen bij de koepel van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en dat doe ik nu nog altijd. Samen met een team van 6 zijn we verantwoordelijk voor de pedagogische begeleiding van het volwassenenonderwijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. In dit team bied ik ondersteuning aan onze centra voor kwaliteitszorg, innovatie en internationalisering. 

Hoe gaat met jou en je team in deze bijzondere tijden?

Goed, maar het is druk, best wel hectisch. Andere jaren keken wij zo uit naar de paasvakantie om terug een beetje op adem te komen en andere dingen te doen. Maar paasvakantie is er dit jaar niet bij geweest. Wij zijn op volle kracht blijven doordraaien. En dat begin je wel te voelen. Vanaf 18 mei was er de heropstart van het volwassenenonderwijs die ik zowel op agogisch als op preventief vlak mee heb voorbereid. We schreven mee aan het draaiboek preventie voor het volwassenenonderwijs en aan het agogisch draaiboek. Vanaf toen kwamen er heel veel vragen. Dus ja, die enkele vakantiedagen in mei en juni gaan er ook bij inschieten.

Welke impact heeft de lockdown op jou en je collega’s gehad?

Zoals iedereen ervaarden we dat eerst als een schok, maar hoe je het ook draait of keert, er zijn ook positieve gevolgen aan Covid19. We waren al heel doorgedreven aan het nadenken over online leren en hoe we dit gingen brengen, maar heel abrupt was die denkfase voorbij en moesten we het echt gaan doén. Plots was er een ‘sense of urgency’ en dat heb je nodig om een verandering te kunnen realiseren. Mensen hadden geen keuze meer, het moèst. Voor onze aanpak was dat een enorme meevaller.

Onmiddellijk na de lockdown hebben wij een padlet opgezet ‘Creatief in CORONA-tijd’ waar iedereen allerlei vragen maar ook tips kon delen. Voor de crisis hadden wij al de ervaring in ons team om online te overleggen. Dat is gewoon nog wat intensiever geworden. Ook met de algemene directeuren van de 9 groepen van de CVO die we begeleiden werd het contact veel frequenter zodat we de zaken heel kort op de bal konden opvolgen. We zien elkaar nu minstens éénmaal per week op een vast moment, terwijl dat voordien éénmaal per maand was.

Onze lopende begeleidingstrajecten zijn ook ingrijpend veranderd omdat de persoonlijke fysieke contacten noodgedwongen wegvielen. We hebben heel snel geschakeld naar bepaalde onderwerpen in die trajecten. Uit noodzaak zetten we in op digitale didactiek en hebben we de mensen in twee groepen verdeeld, een ‘Canvas-groep’ en een ‘Office-groep’, naar de twee platformen waar we online mee aan de slag gingen met de cursisten.

Hoe gingen die nieuwe begeleidingstrajecten over digitale didactiek dan praktisch in het werk?

We hebben onze planning gewoon een stuk naar voor moeten brengen. Naar aanleiding van een bezoek aan de BETT-beurs in LONDEN en een Erasmus+ project ‘Teachers as designers of learning environments’ hebben wij vorig jaar een Europese aanbesteding georganiseerd om een LMS-systeem (learning management system) aan te schaffen. En dat is Canvas geworden. We waren in volle voorbereiding om dat platform te implementeren vanaf volgend schooljaar. Maar omwille van de situatie en met de ondersteuning van de leerkrachten zijn we er nu meteen ingevlogen. De technische implementatie is een feit en we startten onmiddellijk enkele proeftuinen met cursisten. In het volwassenenonderwijs mogen wij echter geen 100% online leren aanbieden. In overleg met de overheid is daaraan een aanpassing gekomen door een nooddecreet. Nadat de Covid19-crisis voorbij is, zal deze regelgeving terug bijgestuurd worden, maar wij willen dit blijven voortzetten ook wanneer deze crisis achter de rug is. Niet voor alle cursisten, want 100% online leren is niet voor iedereen weggelegd en dat respecteren we. Maar we merken wel dat we een grote doelgroep niet bereiken omdat we het vandaag nog niet doen. Niet voor alle opleidingen zullen we de deuren voor 100% kunnen opengooien. Daarom willen we in een eerste fase experimenteren met de taalopleidingen om dan hopelijk ook te kunnen uitbreiden naar andere opleidingen.

 

Met lesgevers uit verschillende CVO met Erasmus+ KA1-project op bezoek in ROC Mondriaan in Nederland. Ze spelen er de MONTEL educational escaperoom, een ‘game’ dat deel uit maakt van het evaluatieproces van de cursisten.

 

In samenwerking met ons werkveld, AHOVOKS en de inspectie startten we een praktijkonderzoek met onze leerkrachten om ervoor te zorgen dat we op termijn klaar zijn om 100% online leren in de context van het volwassenenonderwijs waar te maken. De resultaten van de bevragingen van lesgevers en cursisten in het praktijkonderzoek verwachten we nog voor de zomer. We gaan ze zeker delen in de werkgroep e-leren van het Departement Onderwijs en AHOVOKS.

Verwacht je daar nog grote obstakels?

Het evaluatiegedeelte van online leren is nog een moeilijke hinderpaal want ook online evaluatie is fraudegevoelig. Snel kwam er dus ook de nood aan ondersteuning van de CVO bij het opzetten van online evaluaties. Ook dat nemen we op in het praktijkonderzoek. Daarnaast geven wij ook online sessies over het gebruik van tools voor overleg, contact tussen cursist en leerkracht, het online lesgeven maar ook bij het online evalueren. Het gaat dan over bijvoorbeeld MS Teams, Zoom, OneNote ClassNotebook, MS Forms, Google forms, de vele mogelijkheden van Canvas enzovoort. We werkten samen een visietekst uit voor leerkrachten over online evalueren. We merken dat heel veel mensen en leerkrachten daar heel hard aan gewerkt hebben om dat goed te krijgen.

Hoe ervaarde jij de gemoedstoestand van de mensen in de centra In dit hele proces en de disruptie door Covid19?

Eigenlijk heel positief want onze mensen hebben enorm veel energie gevonden in de nieuwe uitdagingen waar ze voor stonden en dat heeft hen wel een boost gegeven. De drive was ‘we gaan het hier doen’ en ‘we moeten zorgen voor onze cursisten en personeel’. Maar hoe langer die onzekerheid over de heropstart uitbleef, zagen we de energie naar beneden gaan. Het duurde te lang en na 4 weken was de fut er wat uit omdat er nog geen perspectief was. Toen zijn enkele directeuren zelf naar die zekerheid gaan zoeken door te besluiten de lessen niet meer in levende lijve op te starten dit schooljaar ook al zouden ze de toestemming daarvoor krijgen. Daar zal dus geen contactonderwijs meer zijn, ook al kregen ze ondertussen groen licht om dat wel te doen. Trouwens het opstarten van volwassenenonderwijs is in sommige gevallen niet zo eenvoudig, denken we maar aan de situaties waarbij men als CVO afhankelijk is van derden voor infrastructuur zoals bijvoorbeeld in dienstencentra of in partnerscholen die actief zijn in het leerplichtonderwijs.

Is het voor hen dan mogelijk om alle opleidingen alleen online te organiseren?

Als het over praktijkopleidingen gaat, is dat niet zo vanzelfsprekend en soms heel moeilijk omdat je bijvoorbeeld moet beschikken over industriële machines. Dat is natuurlijk iets anders dan de praktijkcomponent bij zorgkundigen bijvoorbeeld. Een verband leggen bij een patiënt kan je thuis wel oefenen. Je kan ook evalueren door bijvoorbeeld te vragen om dit op te nemen en in te sturen. Bij iemand die geen lastoestel heeft en moet bewijzen dat hij of zij een lasnaad kan maken, is dat niet zo eenvoudig, zo niet onmogelijk.

Wat was de belangrijkste reden om deze beslissing te nemen? Waren dat gezondheidsoverwegingen?

Op het ogenblik van de beslissing niet zozeer. De belangrijkste reden was de behoefte aan duidelijkheid want dan konden ze aan slag gaan met een doel voor ogen. De onduidelijkheid vrat aan hun energie en aan dat van hun personeel. Die beslissing maakte daar komaf mee. De meeste centra hebben zich in hun beslissing ook laten leiden door de situatie van de desbetreffende cursisten. Opleidingen respectievelijk modules waar cursisten in zitten die afstuderen krijgen de voorrang op anderen om terug herop te starten.

Is er nu volledige duidelijkheid voor de sector?

Met de GEES (de groep van experts die de exit-strategie uitwerkt) hebben we laten goedkeuren dat er één-op-één contacten kunnen georganiseerd worden met cursisten. Dit laat ons voldoende vrijheid om ons opnieuw te organiseren. De condities zijn er om op een zo goed mogelijke manier te kunnen afsluiten.

Hoe is dat draaiboek voor het volwassenenonderwijs tot stand gekomen?

Er was al heel snel een draaiboek voor het leerplichtonderwijs. Daarna heeft het toch wel 3 à 4 weken geduurd voor we het volwassenenonderwijs nog maar op de agenda kregen. In de tussentijd namen we het draaiboek voor het leerplichtonderwijs als voorbeeld en vertaalden we het naar de context van het volwassenenonderwijs. Een belangrijke voorwaarde van de GEES was dat er een draaiboek preventie was en dat hadden we alvast. We legden het voor aan een aantal collega’s en die werkten er verder op. Dat is uiteindelijk het preventiedraaiboek volwassenenonderwijs geworden.

Is er nog iets dat je getroffen heeft in deze periode?

Ja, waar ik van geschrokken ben is vooral het feit dat toegang tot het internet voor iedereen nog heel ver van de realiteit ligt. We gaan er soms nogal snel vanuit dat dit een verworven recht is in onze samenleving, maar dat is absoluut niet zo! In de politiek hoor je dan ‘we zitten allemaal in dezelfde storm’ en dat is waar, maar zeker niet iedereen zit in hetzelfde schuitje! Het is enorm belangrijk in welke boot je zit. Als je in een plastic roeibootje zit in deze storm, dan kan je er zeker van zijn dat je overkop gaat en verdrinkt. Wie dan in een tanker zit, behoort tot de gelukkigen en dat maakt een levensgroot verschil. Daar zijn we te snel aan voorbij gegaan. En ik heb het niet alleen over cursisten, ook over organisaties en lesgevers. Nu veralgemenen is het slechtste wat je kunt doen want er zitten enorme verschillen op. Dit wil echter ook niet zeggen dat hoger opgeleiden altijd aan boord kunnen blijven. Zij moeten namelijk in veel gevallen gewoon blijven doorwerken terwijl ze ook de zorg voor de kinderen erbij hebben thuis en zelf geen tijd meer hebben om online dan ook nog eens een opleiding te volgen of af te ronden bijvoorbeeld. Het zijn niet alleen de zogenaamde ‘low-skilled’ die het risico lopen om af te haken. Het is voor iedereen gewoon heel moeilijk.

 

Katholiek

Onderwijs Vlaanderen is de netwerkorganisatie van de katholieke (hoge)scholen, internaten, centra en universiteit in Vlaanderen en Brussel. Ze vertegenwoordigt haar leden op diverse fora, komt op voor hun belangen en ondersteunt hen bij pedagogische, juridische, administratieve en bestuurlijke vragen. Katholiek Onderwijs Vlaanderen begeleidt meer dan 2.400 onderwijsinstellingen bij de realisatie van het project van de katholieke dialoogschool en de verdere uitbouw van een kwaliteitsvol onderwijsaanbod. Het is de grootste onderwijsspeler in Vlaanderen en bezielt met haar pedagogisch project meer dan 935.000 kinderen, jongeren en volwassenen.

Een interessante site over internationalisering in het Katholiek Onderwijs Vlaanderen vind je hier.

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn