chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - ríomhArdán d’Fhoghlaim Aosach san Eoraip

an tseomra nuachta

Hoe gemeenten baat kunnen hebben bij vluchtelingen

01/04/2016
ag NSS EPALE Nederland
Teanga: NL
Document available also in: EN

/ga/file/molde2015790jpg-1molde_2015_790.jpg

Class room situation

Een voorbeeld  van de implementatie van een introductieprogramma in de Noorse gemeente Molde. 

Ook beschikbaar in het Engels

 

Vluchtelingen en hun families die in Noorwegen een verblijfsvergunning hebben gekregen, hebben het recht, maar zijn ook verplicht om een introductieprogramma te volgen. Alle gemeenten die vluchtelingen opvangen hebben de verplichting het programma aan te bieden. De gemeente ontvangt voor iedere opgevangen vluchteling een integratiesubsidie van de landelijke overheid.

Uitdaging voor gemeenten: voorkomen dat de opvang van vluchtelingen een financiële last voor de gemeente wordt.

Voorbeeld van een aanpak: de gemeente Molde stelt alles in het werk om het opleidingsniveau van vluchtelingen te verbeteren. Het in stand houden van een hoogwaardig introductieprogramma kost veel geld, maar draagt ertoe bij dat vluchtelingen snel werk of een opleidingsplaats vinden. De gemeente plukt daar uiteindelijk de vruchten van.

Resultaat: Tegen het einde van de periode van vijf jaar waarin de overheid integratiesubsidies beschikbaar stelt, vloeien deze rechtstreeks naar de gemeentekas van Molde, omdat vluchtelingen een baan hebben gevonden of studeren en zichzelf kunnen bedruipen.

 

Het lijkt zo simpel

Het klinkt buitengewoon simpel: als vluchtelingen de juiste kwalificaties hebben, zullen ze sneller werk vinden. En de rekensom is snel gemaakt: de gemeente ontvangt gedurende vijf jaar een integratiesubsidie voor iedere opgevangen vluchteling. Vindt de betrokkene al na twee jaar werk, dan kan de gemeente de subsidie voor de laatste drie jaar in haar geheel als ontvangsten inboeken.

Zo weet Molde al jaren een overschot op de begroting voor vluchtelingen te realiseren. In 2013 werd volgens de gemeentesecretaris voor het jaar 2014 een overschot van NOK 14,2 miljoen uit de integratiesubsidies verwacht - geld dat de gemeente voor andere doeleinden zou kunnen aanwenden.

Waarom gebeurt dit dan niet overal?

- Het is misschien gemakkelijker voor grote gemeenten, maar ook voor de kleinere is het niet onmogelijk, aldus Aud Lisbeth Lillebostad, afdelingshoofd van de dienst voor vluchtelingen van de gemeente Molde. Zij kan het weten: Aud Lisbeth heeft ervaring met vluchtelingen in grote steden als Oslo, maar ook in kleinere plaatsen als Gjemmes, dat slechts 2500 inwoners telt.

- Ook Gjemmes hield meer over dan het uitgaf. Waar het om gaat, is dat je alles doet om de kwalificaties van vluchtelingen te verbeteren. Vinden ze werk, dan komt de subsidie rechtstreeks ten goede aan de gemeentebegroting, legt Aud Lisbeth uit.

 

De kosten gaan voor de baten uit

In ruime mate geld beschikbaar stellen voor een degelijk programma dat daadwerkelijk bijdraagt tot betere kwalificaties van vluchtelingen - dat is de lijn die in Molde wordt gevolgd. Het motto luidt: zo veel spenderen als nodig is.

- Toen ik bij deze gemeente in dienst trad, was fors gekort op het introductieprogramma. Het ging om zo'n 20 uur per week, en slechts 35% van de deelnemers vond werk of volgde een opleiding, licht Aud Lisbeth toe.

Het eerste wat ze deed na haar komst naar Molde was meer geld vragen om het kwalificatieprogramma een impuls te geven.

- Dat is de sleutel tot ons succes, benadrukt ze.

 

Trajecten naar werk of opleiding

De vluchtelingen die met het introductieprogramma in Molde beginnen, worden al snel in twee groepen verdeeld: de groep "werk" en de groep "opleiding". Heeft iemand geen basis- of lager voortgezet onderwijs genoten, dan wordt dat onderwijs aangeboden voordat het introductieprogramma wordt afgerond. De betrokkene kan vervolgens rechtstreeks doorstromen naar het hoger voortgezet onderwijs en daarna verder studeren als hij of zij dat wil.

Deelnemers die voor hoger voortgezet onderwijs in aanmerking komen, kunnen dat in de avonduren volgen. In dat geval krijgen ze vrijstelling voor de dagactiviteiten van het introductieprogramma naargelang van het aantal uren dat ze 's avonds besteden aan het verkrijgen van kwalificaties voor toelating tot het hoger onderwijs. Na afloop beslissen ze zelf of ze verder gaan studeren of meteen de arbeidsmarkt op gaan.

 

Niet iedereen zit graag in de schoolbanken

Basisonderwijs of lager/hoger voortgezet onderwijs is niet voor iedereen het juiste antwoord. Oudere volwassenen die niet kunnen lezen of schrijven, worden vaak direct in een werktraject geplaatst.

- Het heeft weinig zin deze mensen versneld in twee jaar de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs te laten doorlopen. We moeten realistisch zijn. Ze moeten goed leren lezen en schrijven, maar toetreding tot de arbeidsmarkt staat hier voorop, en dus zoeken we eerst een passende stageplek en helpen we ze de taal te leren spreken. Noors kunnen spreken op de werkplek is erg nuttig voor de groep waarvoor een op onderwijs gericht programma te veel gevraagd is en die gewoon wil werken, maken de gemeenteambtenaren van Molde ons duidelijk.

Bovendien, zo vertellen ze, staat niets de deelnemers in de weg later alsnog formele kwalificaties te verwerven. Veel deelnemers leren dan ook verder om een beroepsopleidingscertificaat te verkrijgen.

- We zetten deze mensen niet direct in het klaslokaal, maar leiden ze via de werkplek naar onderwijs, aldus Anne-Marie Hopson, eveneens afdelingshoofd bij de dienst voor vluchtelingen van de gemeente Molde.

 

Doorstromen van introductieprogramma naar bovenbouw

Veel deelnemers in Molde stromen na afloop van het introductieprogramma rechtstreeks door naar de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. De gemeente werkt al vele jaren samen met de Fræna vidaregåande skole, een school voor hoger voortgezet onderwijs die eerder aparte opleidingen voor gezondheidszorg en kinderopvang/jeugdzorg verzorgde voor studenten boven de 25 jaar die met een minderheidstaal zijn opgegroeid.

- Zou het zo kunnen zijn dat als vluchtelingen niet echt een baan vinden maar alleen vanuit het introductieprogramma doorstromen naar hoger voortgezet onderwijs, de goede resultaten niet het hele verhaal vertellen?

- Gedurende een aantal jaren vond iedere leerling die aan de Fræna vidaregåande skole zijn of haar diploma had behaald, betaald werk. Het resultaat stemde volledig overeen met wat ons voor ogen stond, legt Aud Lisbeth uit.

Helaas is het programma aan de Fræna vidaregåande skole stopgezet; de provincie vond het uiteindelijk niet houdbaar. De gemeente Molde, die beseft hoe succesvol het programma was, overlegt momenteel met het provinciebestuur om te bekijken of het op grotere schaal, met meer garanties voor de houdbaarheid, opnieuw kan worden ingevoerd.

 

Stageplekken zoeken daar waar de mensen nodig zijn

Molde kent een dynamische arbeidsmarkt, en het bedrijfsleven heeft positief gereageerd op het verzoek vluchtelingen een stageplek of een baan aan te bieden. Dat helpt, maar er is meer nodig. Cruciaal zijn slimme keuzes en samenwerking met bedrijven en organisaties waar vluchtelingen echt nodig zijn.

- We moeten naar duurzame oplossingen zoeken. Het heeft weinig zin bindende overeenkomsten te sluiten met bedrijven waar de mensen na hun stageperiode binnen het introductieprogramma niet nodig zijn, legt Aud Lisbeth uit.

Het is essentieel de vluchtelingen aan de juiste bedrijven te koppelen. Dat levert positieve ervaringen bij de bedrijven op, en dus meer bereidheid om vluchtelingen in dienst te nemen. De gasverwerkingsinstallatie Nyhamna in Molde's buurgemeente Aukra is een van de grote werkgevers die graag bereid zijn vluchtelingen een stageplek aan te bieden.

- Veel deelnemers zijn buitengewoon vindingrijk, en bedrijven zien dat ook. Vluchtelingen worden soms al voor de afronding van het introductieprogramma aangesteld als teamleider bij de schoonmaakafdeling van de gasverwerkingsinstallatie van Ormen Lange, vertelt Aud Lisbeth.

Krijgt een deelnemer een vaste baan aangeboden terwijl hij of zij het programma nog volgt, dan beoordeelt de gemeente of de betrokkene over de basiskwalificaties beschikt en van het introductieprogramma kan worden vrijgesteld. Een stage maakt standaard deel uit van het persoonlijk plan van iedere vluchteling en dient ter afronding van het programma.

- Krijgt iemand een baan aangeboden, dan wordt het werk in kwestie door een aanpassing van het persoonlijk plan in het introductieprogramma opgenomen, licht Anne-Marie toe.

 

Hoe zit het met kleine gemeenten?

Aud Lisbeth heeft ervaring met een relatief kleine gemeente. Ze realiseert zich dat het vaststellen van passende kwalificatietrajecten en het verzorgen van 30 uur opleiding per week geen sinecure is wanneer alles op kleinere schaal plaatsvindt. In kleine gemeenschappen is het lastiger passende activiteiten aan te bieden, en vaak is dit ook te kostbaar voor een gemeente die weinig van schaalvoordelen kan profiteren.

- We kunnen activiteiten als lichaamsbeweging, zwemmen en handenarbeid toevoegen, maar het is uiteindelijk geen theekransje. Dat levert geen kwalificaties op, zegt Aud Lisbeth met een glimlach.

 

Een duidelijk advies

Samenwerking met buurgemeenten is absoluut noodzakelijk. Je kunt niet iedere week 30 uur opleiding van hoog niveau voor drie leerlingen verzorgen.

Prioriteit nummer één is zorgen voor een introductieprogramma van hoge kwaliteit.

- Het is denk ik heel eenvoudig: alles draait om het opzetten van een goed programma dat de deelnemers ook echt kwalificaties oplevert. Dat legt in eerste instantie een groot beslag op de financiële middelen, maar betaalt zich later uit. Voordat we het budget voor het introductieprogramma hadden verhoogd, slaagden veel deelnemers er niet in echte kwalificaties te verwerven, zodat ze meteen in een uitkeringssituatie terechtkwamen. En naar alle waarschijnlijkheid vormt een deel van hen nog steeds een forse kostenpost wat betreft sociale uitgaven, besluit Aud Lisbeth.

Molde weet inmiddels een overschot te realiseren dat in de miljoenen loopt, maar heeft daarvoor lessen moeten trekken uit minder brede programma's. Het aloude adagium "de kosten gaan voor de baten uit" blijkt dus ook voor de integratie van vluchtelingen op te gaan.

Beeld: IMDI, Noorwegen

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email
Refresh comments Enable auto refresh

1 - 2 as 2 á dtaispeáint
  • NSS EPALE Nederland's picture

    Did you know that this article is also available in Dutch? You can find it here: /en/node/20545 

  • Graciela Sbertoli's picture

    This link seems to be dead. Could you look at this, please, dear Dutch colleagues? We're interested! :-)