chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - ríomhArdán d’Fhoghlaim Aosach san Eoraip

Blag

Een landschap van herinneringen

25/02/2020
ag NSS EPALE Nederland
Teanga: NL

Schrijven is een belangrijke basisvaardigheid. Om mee te kunnen draaien in de maatschappij moet je bijvoorbeeld formulieren kunnen invullen, e-mails schrijven, brieven om een abonnement op te zeggen. Als je schrijfvaardig in de breedte wil zijn, gaat het ook om andere dingen: Wie ben je, waar kom je vandaan, hoe kun je je zelfvertrouwen vergroten, welke keuzes maak je op basis van eigen verleden? Je levensverhaal schrijven is een mooie manier om deze aspecten van jezelf te ontdekken en versterken.

José Franssen, levensverhaaldeskundige, schrijft snipperberichten over het werken met levensverhalen. Zie ook http://www.josefranssen.nl/ Lees hieronder een persoonlijk levensverhaal.

 

Een landschap van herinneringen

Ik sterf, de herinnering leeft | Een persoonlijk levensverhaal

Door José Franssen

Toen mijn jongste broer opnieuw ziek werd, een dikke vier jaar geleden, en hoorde dat de teruggekeerde kanker alleen nog maar palliatief te behandelen was, waren we allemaal verslagen. Hij ook. Maar zoals dat gaat: het leven herneemt zich ondanks alle slechte vooruitzichten en de chemo’s sloegen goed aan. Mijn veerkrachtige broer regelde alles wat er te regelen viel. Hij zorgde dat zijn huis in orde was en daarna ging hij weer aan het werk omdat hij heel veel hield van zijn baan. En hij ging weer klimmen omdat dat zijn allergrootste passie was. Hoewel we wisten dat zijn leven eindig was, hoewel we zagen dat het er niet beter op werd, genoten we allemaal extra van elkaar. 

Ik bood hem aan zijn levensverhaal op te tekenen, zodat iets van hem bewaard zou blijven voor zijn vrouw en kinderen, voor later misschien. Ik moest daarbij zo denken aan dat prachtige project van Henning Mankell, waarin levensverhalen opgetekend werden van mensen die wisten dat ze zouden sterven aan aids.

Ik herinner me niet wanneer ik voor het eerst van deze herinneringsboeken hoorde. Maar ik besefte onmiddellijk dat het iets was waarover ik meer te weten moest komen. Deze herinneringsboeken, deze boekwerkjes met ingeplakte foto’s en teksten geschreven door mensen die nauwelijks in staat waren het alfabet te hanteren, konden op vele manieren de belangrijkste documenten van onze tijd blijken te zijn. Wanneer alle onderzoeken, protocollen, financiële afrekeningen, dichtbundels, toneelstukken, computerprogramma’s, wiskundige formules voor het lanceren van ruimterobots, al die dingen die onze levens en onze geschiedenis vormen, zijn vergeten, zullen deze boekjes, deze herinneringen(… …), misschien de belangrijkste documenten van onze tijd zijn.
(… …)
(…) Hoe vertelt een mens over zichzelf als hij of zij niet kan schrijven? Ik zag andere soorten vertellingen voor me. Want herinneringen kunnen geuren zijn of tekeningen, hoeven geen foto’s of teksten te zijn. Welke van onze kenmerken vertellen een ander eigenlijk wie we zijn?
Vertellingen bestaan uit woorden. Vroeger werden mondelinge vertellingen van generatie op generatie doorgegeven en in veel gevallen gebeurt dat nog steeds. Maar wie is nog in staat om het verhaal te vertellen wanneer zoveel schakels van de vertelketen verdwijnen? Wat kunnen kinderen vertellen over hun ouders als ze zich die niet herinneren omdat ze te klein waren toen ze stierven?(… …)
Hoe vertelt een mens die niet kan schrijven zijn verhaal? Wanneer het gesproken woord onmogelijk is geworden? Ineens zag ik het: iedereen kan zijn of haar verhaal vertellen. Woorden maken alles eenvoudiger, ze zijn het beste instrument. Maar woorden kunnen vervangen worden, dacht ik. Het moet mogelijk zijn om ook de vertellingen van de schriftloze mens te onthullen. Met geuren, afdrukken, tekeningen of misschien foto’s (… …) als onderdeel van een vertelling is een gezicht, een glimlach, een lichaam, een mens tegen een muur van een huis of een achtergrond van (…) bomen, even belangrijk.


Al met al heb ik (… …) ongeveer dertig herinneringsboeken doorgelezen. Enkele ervan waren af, enkele waren onderbroken door de dood en zouden nooit méér worden dan onvoltooide vertellingen. Enkele waren geschreven door mensen die op dat moment niet meer leefden, andere boeken hadden een schrijver die nog wel in leven was.
Al deze boeken waren verschillend. Sommige waren kort en bondig, magertjes haast. Dat kon aan de stijl liggen, maar ook aan de inhoud. Er waren mensen die bijna niets wisten over hun voorouders. Zij hadden de pagina’s die over ‘mijn familie’ gingen, leeg gelaten. Andere leken ernstig gebukt te gaan onder het gevoel dat ze eigenlijk niets te zeggen hadden. Ze dachten dat hun leven saai was, (… …). Maar ook al waren sommige boekjes dun, toch waren ze stuk voor stuk levendig en uiterst expressief. Alles wat daarin stond, teksten, tekeningen, geperste voorwerpen als bloemen of vlinders – alles ging over leven en dood. (…)
Het meest aangrijpend waren vanzelfsprekend de herinneringsboeken die door zieke ouders werden geschreven voor kinderen die nog heel klein waren, in veel gevallen nog baby’s. Zij zouden deze boekjes in handen krijgen Zonder ook maar één herinnering te hebben aan de ouder die dit testament, dat niet over geld of goederen ging, had gemaakt. Dat alleen over herinneringen ging. 

Henning Mankell in: Ik sterf, de herinnering leeft. Uit het Zweeds vertaald door Ina Sassen. De Geus, Breda, 2004

 

In eerste instantie aarzelde mijn broer, maar na verloop van tijd kwam hij erop terug en zei dat hij het aanbod graag wilde aannemen. Zo begon een hele reeks van ontmoetingen met een doelstelling: het vertellen en optekenen van het verhaal van zijn leven. 
We zagen elkaar regelmatig, bij hem of bij mij, en dan praatte hij vaak veel en onafgebroken  over zijn leven. 
Het was heel erg boeiend: als oudste zus ging ik studeren toen hij nog een jongetje was van een jaar of tien. Zijn kindertijd, zijn opgroeien, zijn manier van in het leven staan: ik wist er natuurlijk wel iets van, maar toch kreeg alles nu een heel eigen verhaal. Zijn levensverhaal is zo’n ánder verhaal dan het mijne. We toetsten ook onze verhalen aan elkaar. Spraken over de verschillen, over onze opvattingen over het leven, en na verloop van tijd spraken we ook veel over de vragen die hem bezighielden: wat is dat, dood gaan? Hoe ga je om met de angst om dood te gaan? Hoe doe je dat, je geliefde vrouw en jonge kinderen loslaten? Grote vragen, die mij ook bezighielden.

In een klein schrift maakte ik aantekeningen. Die aantekeningen werkte ik snel genoeg daarna uit in de computer. Mijn broer las ze en vulde aan, het ene verhaal riep het andere verhaal op. Dat ken ik ook uit mijn werken met levensverhalen: het verhaal groeit al doende. 
Zijn verhaal groeide en groeide. In rondes vertelde hij.

 

 

Over zijn kindertijd en het spelen: mijn hemel wat heeft die jongen gespeeld, getimmerd, gebouwd en onderzocht! Voor een deel met onze vader (die in mijn leven veel afweziger was dan in zijn leven). Hij vertelde over zijn puberjaren, zijn passie voor muziek, zijn vriendschappen, het uitgaan en feesten. Hij vertelde over zijn opleidingen en zijn werk en wat hij daarin vond en ontdekte over zichzelf en de wereld.

Hij vertelde over zijn verlangen naar een partner en toen we toe waren aan de ontmoeting met zijn vrouw, zaten ze samen aan mijn tafel heel erg enthousiast te vertellen hoe het allemaal was gegaan. Hij vertelde over het krijgen van kinderen, over de enorme verantwoordelijkheid van het opvoeden van kinderen, hij vertelde over de bergen (een gezamenlijke liefde van ons, ook ik heb een groot hart in de bergen verloren) en het klimmen. 
Het waren fantastische uren. Ik zag er naar uit en hij ook. In het begin wandelden we vaker nog een ronde Pietersberg, later ging dat niet meer. De chemo’s werkten niet meer en nieuwe chemo’s braken hem af, langzaam werd zijn conditie en trekkracht minder. Het verhaal groeide en het was nog lang niet klaar, toen bij hem de lijn brak, nu een kleine maand geleden. Hij werkte nog steeds twee dagen in de week. 

En toen ineens was mijn broer stervende en nu is hij dood. We hebben afscheid van hem genomen op de dag voor kerstmis, dus het is allemaal heel vers en het houdt me hevig bezig. En hoewel het verhaal niet klaar is, is er wel een verhaal. Het levensverhaal dat er lag, werd gebruikt voor de afscheidsdienst. En toen we op zoek waren naar foto’s, sprak ik met zijn vrouw en kinderen af dat we in de toekomst samen het verhaal kunnen aanvullen en er foto’s bij zoeken, zodat het een mooi document wordt. 
 
Daar ben ik nu. Dit verhaal is nog niet klaar, ik zit er midden in. 
Ik wens jullie allen veel mooie levensverhalen, in liefde verteld of opgetekend.
 

Herinneringen veronderstellen dus woorden of fotografische afbeeldingen. Dat maakt de voorbeelden van Memory Books die ik in Oeganda heb gezien, nu juist zo opmerkelijk. Ik bladerde door de boekjes. Ze bevatten geperste bloemen, insecten, onder meer een vlinder waarvan de vleugels glansden door een opvallende blauwe nuance. Iemand had met plakband zandkorrels in het boekje geplakt. Maar er stonden ook krijttekeningen in, getekende poppetjes, landschappen, mensen, alsof de pagina’s oeroude rotsschilderingen bevatten.
Ik zag verhalen zonder woorden, zonder foto’s. Er sprak vreugde en duidelijkheid uit deze vertellingen. Maar natuurlijk ook vooral wanhoop en angst: wat gebeurt er met de kinderen als ik er niet meer ben? Toch waren al die mensen met wie ik gepraat heb, al die mensen die hun onzekerheid hadden overwonnen en herinneringsboeken voor hun kinderen hebben gemaakt, blij dat ze dat gedaan hadden. Ik heb met zowel mannen als vrouwen gepraat die ieder misschien negen of tien boekjes hadden gemaakt, een voor ieder kind, en steeds verschillend, aangezien de kinderen verschillende leeftijden hadden.
Verhalen zijn bruggen. Niemand krijgt er spijt van een brug gebouwd te hebben.
Natuurlijk was dat nou net het meest schokkende en tegelijkertijd het meest aangrijpende van die herinneringsboekjes. Ze symboliseerden het afscheid, het waren meedogenloze afscheidsbrieven. Alle vertellingen mondden uit in een oneindige leegte, gingen over levens die veel te vroeg zouden worden afgebroken.
Christine zei het duidelijk als antwoord op mijn vraag; ‘Wanneer komt de dood te vroeg?’
Ze dacht lang na voordat ze antwoord gaf.
‘Wanneer komt de dood van een mens te vroeg? Hierop bestaan natuurlijk verschillende antwoorden. Een antwoord dat altijd waar is, is dat de dood te vroeg komt als een ouder, meestal een moeder, gedwongen wordt om haar kinderen achter te laten terwijl ze te klein zijn om voor zichzelf te zorgen. En wanneer ze er niet zeker van is dat iemand de verzorging van de kinderen kan garanderen als ze er zelf niet meer is.’
Plotseling merkte ze dat een paar van haar kinderen meeluisterden. Ze zweeg onmiddellijk.
‘Denk je dat ze horen waar we het over hebben?’
‘Ik weet het niet.’
Ineens barstte ze in lachen uit.
‘Het maakt ook niets uit. Waarom probeer ik mijzelf of mijn kinderen of mijn vrienden voor de gek te houden? Iedereen weet immers dat mijn dagen geteld zijn.’
Later, op de laatste dag dat we samen waren, kwam ze terug op die vraag: ‘Wanneer hij ook komt, de dood stoort altijd.’

Henning Mankell in: Ik sterf, de herinnering leeft. Uit het Zweeds vertaald door Ina Sassen. De Geus, Breda, 2004

Clibeanna:
Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn