chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Electronic Platform for Adult Learning in Europe

Blog

Over de vluchtelingen van nu gesproken (2)

22/02/2016
by Jumbo KLERCQ
Language: NL

Een serie waarin EPALE-ambassadeur Jumbo Klercq met collega’s spreekt die al langer ervaring hebben met migrantengroepen, asielzoekers en vluchtelingen. Ditmaal een portret van Rein Sohilait (1954), adviseur en onderzoeker, eerst werkzaam bij Osmose in Gelderland. Later ruim 12 jaar bij FORUM, het landelijk kennisinstituut voor diversiteitsvraagstukken. Momenteel werkt Rein als zelfstandig onafhankelijk adviseur en is hij bestuurslid van Saluti, een onafhankelijk adviesorgaan over diversiteit en integratie ten behoeve van de gemeente Utrecht. 

Vluchtelingen. Wat is je eerste associatie? Waar draait het om? Wat is voor jou een kernbegrip in dit verband? Met deze startvragen in mijn achterhoofd begin ik aan het gesprek met Rein. Ik ben benieuwd wat Rein daarover te zeggen heeft. We nemen zijn loopbaan als vertrekpunt. Rein is ooit begonnen als opbouwwerker: kansarme jongeren helpen om een baan te vinden, geen eenvoudig, maar wel dankbaar werk, jongeren leren inzien dat ze hun eigen leven richting kunnen geven door hun talenten te ontwikkelen. Het betrof vaak jongeren van migrantenouders en juist die achtergrond vormde even vaak een belemmering voor verdere ontplooiing of maakte hen tot onderwerp van discriminatie. Werk, gezondheid en onderwijs, dat waren voor Rein de belangrijkste thema’s:  “Daar draait toch alles om in het leven, nietwaar?” Later komen daar huisvesting en woonomgeving bij.  Binnen FORUM ontwikkelt Rein de  beproefde methode van de woonateliers: mensen in een aantal bijeenkomsten laten praten over wat  hun wensen zijn voor de buurt of wijk waar ze wonen en werken. Een methode die wensen van bewoners en expertise van architecten bij elkaar brengt en synergie oplevert.

/en/file/reinjpgrein.jpg

Die belangstelling voor de woonsituatie verklaart Rein deels vanuit zijn eigen geschiedenis. Als kind, hier geboren in 1954, krijgt hij alles mee van de gedwongen demobilisatie en de repatriëring van de Molukse KNIL - militairen. Toen trouwe soldaten voor de Nederlandse staat in voormalig Nederlands Indië.  De kampen, de barakken. De hutkoffer met stamboeknummers, klaar voor de terugkeer. Het verblijf hier is tijdelijk, totdat blijkt dat er geen weg terug is. Alles kwijt, de militaire status, huis, haard, erf en soms ook familie. Een kind dat verdwaalt inde geschiedenis van zijn ouders. Verhalen van familie en verwanten complementeren later zijn eigen  eerste indrukken. “Nu zou je met een groot woord zeggen, dat het een soort politieke vluchtelingen waren. Hier in het begin gezien als vreemdelingen, daar vaak als verraders. ” Een kinderleven met beloften die nooit vervuld worden en dromen die illusies blijken te zijn. Spanning die vaak hoog op kan lopen.

De vergelijking met de huidige vluchtelingen dringt zich op. Oorlogsgeweld en gruweldaden ontvlucht. Vaak getraumatiseerd. Een lange reis achter de rug.  Noodopvang. Onduidelijkheid en onzekerheid over het verkrijgen van een verblijfstatus. Niet of nauwelijks rechten. Geen werk, geen onderwijs, maatschappelijk geïsoleerd. Maar er zijn ook grote verschillen. Konden de Molukkers nog als één groep gezien worden, de huidige vluchtelingen zijn dat niet. Zij komen uit verschillende landen, hebben verschillende culturele en religieuze achtergronden, hebben verschillende beweegredenen om hun heil elders te zoeken. Hun vlucht is duur betaald, de reis was vaak een kostbare en gevaarlijke onderneming zonder zekerheid over de  eindbestemming. De meesten zijn hoogopgeleid, hebben geld en hadden een goede baan

De toenmalige KNIL-militairen waren vaak arme boeren die dienst namen in het Nederlandse leger omdat het goed verdiende en hun gezinnen een uitweg bood uit een armzalig bestaan. Rein heeft het aan zijn grootvaders te danken die hem stimuleerden om te leren en door te studeren .Zo kon hij zijn milieu deels ontstijgen en zich vooral intellectueel ontwikkelen en zijn eigen leven leiden. De kennis die hij opdeed en zijn maatschappelijke betrokkenheid  leverden hem de positie op die hij nu inneemt. Rein realiseert zich maar al te goed hoe anders het had kunnen lopen. Wat betekent dit voor de vluchtelingenkinderen van nu? Ook zij absorberen de geschiedenis en de zwerftocht van hun ouders, de aankomst en doortocht in vreemde landen. Welke kansen hebben zij? Hoe zullen zij de frustraties en spanningen van hun ouders gaan verwerken die hier moeten afwachten wat het lot over hen beschikt en die ondanks hun vaak gedegen geen werk mogen zoeken.

Wat gebeurt er met mensen die bovendien geconfronteerd worden met onrust over hun komst, met maatschappelijk protest van haatzaaiers en bezorgde bange burgers? Diezelfde dag lees ik dat er weer een groep vluchtelingen in opstand gekomen is tegen de noodopvang in Heumensoord bij Nijmegen, toen bekend werd dat de asielprocedure tot 15 maanden kan gaan duren, 9 maanden langer dan de nu toegestane maximumtijd. Een dag later verschijnt er bovendien een kritisch rapport  van de Nationale ombudsman en het College voor de rechten van de mens over het paviljoendorp waar 3000 vluchtelingen dicht op elkaar gepakt verblijven. Vooral de veiligheid en de gezondheid van de bewoners zouden niet goed zijn geregeld. Gelukkig zijn er ook veel mensen die een helpende hand blijven uitsteken.

Het gesprek leert mij dat het goed is om als we het over de vluchtelingen van nu hebben ook naar onze eigen geschiedenis te kijken.  Rein en ik zijn beiden in 1954 geboren, we hadden bij elkaar op school kunnen zitten. Hoe ging ik met de Molukse kinderen, die bij mij op school zaten om? Niet dus, zij maakten geen vriendjes en spraken vooral hun eigen taal. Maar wij deden ook geen moeite om een stap in hun richting te doen.  Zo was er altijd wat, zo was er altijd gedoe. Wat leren wij eigenlijk zelf van onze geschiedenis?

Momenteel ontstaan er diverse initiatieven om de vluchtelingen ook iets van educatie te bieden. Vluchtelingen mogen feitelijk geen cursus volgen voordat hun status is vastgesteld, maar er is veel behoefte om de taal te leren. Veel vrijwilligers bieden daarom nu al Nederlands aan in opvangcentra en bibliotheken. Sinds december is er de Taalkit Dutch die daarbij een helpende hand kan bieden. Rein juicht deze initiatieven toe, maar waarschuwt dat dit slechts een begin is. Veel vluchtelingen zullen voor langere tijd blijven – ook in die tijdelijkheid moeten ze iets te doen hebben en moeten ze aan een perspectief kunnen werken. Ze moeten kennis kunnen opdoen en vaardigheden verder kunnen ontwikkelen. Dat vraagt om meer educatieve mogelijkheden.  Het belangrijkste is volgens Rein dat mensen gestimuleerd worden hun eigen geschiedenis, hun verhaal te vertellen en zichtbaar te maken, want wat niet verteld wordt, gaat (vaak ondergronds) een eigen leven leiden  en resulteert vaak in maatschappelijk ongewenst  gedrag.  Dat kost ook geld, wat beter besteed kan worden aan noodzakelijk onderwijs en scholing nu.

Jumbo Klercq van The Elephant Learning in Diversity is een ondernemer in educatie, bestuurslid van de stichting Learn for Life en één van de EPALE-ambassadeurs

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn