chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE - Elektronická platforma pro vzdělávání dospělých v Evropě

Blog

COVID-19: digitale uitsluiting is een gegeven

10/07/2020
od NSS EPALE Nederland
Jazyk: NL
Document available also in: EN SL PL DE HU RO LV ES

COVID-19 Digital exclusion

Blog door Raffaela Kihrer

 

Ik was op mijn thuiswerkplek toen ik aan dit artikel begon. En blijkbaar was ik niet de enige. Om de haverklap viel mijn internetverbinding weg, waarschijnlijk omdat een heleboel andere mensen ook op internet zaten, met dezelfde reden als ik: thuiswerken en -leren. Ik realiseerde me het absurde van de situatie: daar zat ik dan achter mijn computer, om te schrijven over digitale inclusie en hindernissen voor leren in coronatijd, terwijl ik zelf geen internet had. Eén ding heeft de coronacrisis meer dan duidelijk gemaakt: in werk en onderwijs wordt er als vanzelfsprekend van uitgegaan dat iedereen thuis een goede internetverbinding heeft. Ook verwachten we dat iedereen apparaten heeft waar allerlei soorten apps probleemloos op draaien en dat we moeiteloos webinar- en vergadersoftware kunnen gebruiken. Maar diezelfde crisis heeft ons ook met de neus op de feiten gedrukt, namelijk dat de werkelijkheid heel anders is.

Digitale uitsluiting is een gegeven

“We zien dat er lerenden zijn die digitaal uitgesloten zijn. Ze beschikken niet over computers of internet, noodzakelijke voorwaarden voor online leren”, zegt Alex Stevenson, hoofd Engels, wiskunde en Engels voor anderstaligen (ESOL) bij het Britse Learning & Work Institute . “Een aantal aanbieders in het Verenigd Koninkrijk experimenteren met programma’s voor het uitlenen van laptops en computers uit centra voor volwasseneneducatie die op dit moment niet worden gebruikt. Er zijn er ook die meebetalen aan de kosten van mobiele data, zodat lerenden toegang hebben tot online content.”
Hier werden dus snel maatregelen genomen om lerenden in kansarme gemeenschappen te helpen, maar in veel landen was de situatie anders. Terwijl in landen als Finland de sector voor volwasseneneducatie extra overheidssteun kreeg om de omslag naar online leren te maken en lerenden binnen boord te houden, raakte de sector in andere delen van Europa plotseling in ernstige financiële problemen.
“De problemen ontstaan in situaties waar de financiering gekoppeld is aan het aantal lerenden dat fysiek deelneemt, of aan presentielijsten die educatieve instellingen moeten bijhouden,” zegt Zvonka Pangerc Pahernik van het Sloveense Instituut voor Volwasseneneducatie en Sloveens coördinator voor de Europese agenda voor volwasseneneducatie . “Om hier flexibeler mee om te kunnen gaan, moest eerst worden onderhandeld met ministeries en andere relevante instellingen.”

Digitale uitsluiting wordt niet alleen veroorzaakt doordat lerenden niet beschikken over een goede internetverbinding of de juiste apparaten. De digitale kloof wordt ook versterkt door de manier waarop lessen worden aangeboden en volwasseneneducatie wordt gefinancierd.

Het geld komt uit verschillende potjes, zoals projectsubsidies, lesgelden en – in sommige landen – overheidssubsidie voor leerprogramma’s voor specifieke groepen lerenden. Vaak wordt het geld verstrekt op basis van een formule gebaseerd op het aantal lerenden en het aantal uren dat deze in leerinstellingen aanwezig zijn. Omdat overheidssubsidies de overheadkosten vaak niet dekken, moet de digitalisering van volwasseneneducatie in veel gevallen met ander geld worden gefinancierd – geld dat veel organisaties voor volwasseneneducatie niet hebben. Organisaties die zich vooral richten op basis- en levensvaardigheden voor volwassenen die het verst van leren af staan, hebben vaak ook de minste middelen om binnen hun instellingen een adequate technologische infrastructuur op te bouwen. Om nog maar niet te spreken over het uitlenen van computers en andere apparatuur aan lerenden. Het gevolg is dat bij het uitbreken van de crisis veel aanbieders van volwasseneneducatie onvoldoende waren toegerust, zowel op het gebied van technische infrastructuur als op het gebied van online onderwijsvaardigheden van de docenten.

Ook waren aanbieders kritisch over de digitalisering van volwasseneneducatie, vooral waar het kwetsbare groepen betrof. Die digitalisering betekende namelijk dat hele onderwijsconcepten op de schop moesten, in een omgeving waar persoonlijk contact en sociale interactie juist als essentieel worden beschouwd.

De coronapandemie en de daarop volgende lockdown in veel landen liet aanbieders echter weinig keus: het enige alternatief voor digitaal leren was tenslotte helemaal niet leren.

“In Oostenrijk sloeg de aanvankelijke weerstand in de eerste vier weken na de sluiting van onderwijsinstellingen echter al snel om in een ware digitaliseringsgolf bij onderwijsaanbieders,” zegt Gerhard Bisovsky, directeur van de Oostenrijkse vereniging van volksuniversiteiten (VÖV). De snelle digitalisering werd mogelijk gemaakt door de steun van de federale organisatie: deze startte direct met het aanbieden van cursussen over de technische aspecten van online tools, over didactische aspecten van digitaal ondersteund leren in het algemeen, en over vakinhoudelijke didactiek. “Op dit moment werken we ook aan de ontwikkeling van een digitaliseringsstrategie,” zegt Gerhard Bisovsky. Van andere organisaties in Europa komen vergelijkbare verhalen. Toen de subsidieregels voor Europese programma’s, met name Erasmus+ en ESF, maar ook voor nationale en regionale subsidieprogramma’s, werden aangepast aan de nieuwe omstandigheden en online leren, konden aanbieders van volwasseneneducatie beginnen met digitalisering.
“In het Verenigd Koninkrijk betekende dit aanpassing van het opleidingsprogramma naar een online situatie, bijvoorbeeld door kortere, maar dagelijkse lessen te geven in plaats van één langere les per week,” zegt Alex Stevenson. Dit soort nieuwe modellen kunnen lerenden helpen een nieuw leerritme te vinden en via online leren hun inzet en motivatie vast te houden.

Verlies en winst

Hoewel instellingen voor volwasseneneducatie grote inspanningen leveren om hun leerprogramma’s online aan te bieden, blijkt uit informatie van de aanbieders toch ook dat de snelle omslag naar digitaal leren leidt tot uitval van lerenden. Ben Hendriksen, hoofd belangenbehartiging bij AONTAS, de Ierse vereniging voor volwasseneneducatie: “Als ledenorganisatie luisteren we altijd naar de ervaringen van organisaties in heel Ierland. In de eerste weken van de lockdown hoorden we van een aantal van onze aangesloten organisaties dat slechts 1 op de 4 lerenden online bleef meedoen. Het schetst een beeld van kansen, maar ook van negatieve gevolgen, vooral als we kijken naar het bereiken van mensen die het verst van leren af staan.”
Hoewel de situatie niet in alle landen even somber is, melden organisaties voor volwasseneneducatie uit heel Europa dat het aantal lerenden sinds het begin van de crisis en de lockdown is afgenomen. Onder de uitvallers zijn niet alleen lerenden die simpelweg thuis geen internetaansluiting of computer hebben, maar ook mensen die voldoende digitale vaardigheden missen, en ouders die tijdens de lockdown voor hun kinderen moesten zorgen en ze bijvoorbeeld moesten helpen met school.
“Aanbieders in het Verenigd Koninkrijk zijn heel vindingrijk geworden om gezinnen aan het leren te houden. Zo zetten ze software in die ouders kunnen gebruiken om hun kinderen met een variatie aan spelletjes en leerzame activiteiten te motiveren tijdens het thuisonderwijs. Er wordt regelmatig nieuwe content toegevoegd en lerenden ontvangen meldingen via WhatsApp om ze aan te moedigen de leermiddelen te gebruiken,” vertelt Alex Stevenson.
Communicatie via telefoon, WhatsApp en andere vergelijkbare diensten zijn essentieel gebleken bij het bereiken van lerenden met een kwetsbare achtergrond.

Volwasseneneducatie speelt een niet te onderschatten rol in het betrekken van mensen bij sociale netwerken. En die rol is door de crisis nog zichtbaarder geworden.

Zvonka Pangerc Pahernik noemt dit de “therapeutische dimensie” van volwasseneneducatie. Niet overal zijn aanbieders van volwasseneneducatie erin geslaagd om hun leeraanbod te verplaatsen naar een online omgeving. En waar online lessen werden aangeboden, lukte het lerenden niet altijd om er tijd voor vrij te maken. Maar zelfs in die situaties probeerden veel organisaties voor volwasseneneducatie hun contacten met lerenden op de rand van sociale uitsluiting vast te houden via telefoontjes, sms-berichten en chatgroepen in berichtendiensten. Er waren ook aanbieders die een samenwerking aangingen met dienstverleners in de gezondheidszorg en maatschappelijke zorg, om de meest kwetsbare groepen te bereiken. “Ze begonnen heel korte online cursussen voor bevordering van het mentale welzijn aan te bieden, zoals mindfulness, creatieve activiteiten en andere activiteiten om die mensen betrokken te houden,” zegt Alex Stevenson.
Een ander mooi voorbeeld van een initiatief om mensen bij leren betrokken te houden, is Keep London Learning. Dit initiatief is georganiseerd door een groep aanbieders in het centrum van Londen. Het gaat om een eenvoudige website waarop Londenaren direct kunnen zien welke online cursussen er in hun omgeving en de rest van de stad beschikbaar zijn. Op de website staan ook andere nuttige links voor Londenaren, waar ze terecht kunnen voor informatie over werk en omscholing; vrijwilligerswerk en vermindering van eenzaamheid; gezond en fit blijven; ondersteuning van gezinnen; en doorlopende ontwikkeling van die essentiële vaardigheden (communicatie, kritisch en creatief denken, zelfvertrouwen, etc.) die Londenaren de komende maanden en jaren hard nodig zullen hebben,” vertelt Alex Stevenson.

Een nieuwe balans vinden tussen digitaal leren en de sociale dimensie van volwasseneneducatie

Nu al ziet het er heel duidelijk naar uit dat de coronacrisis een blijvende impact zal hebben, niet alleen op de arbeidsmarkt en andere delen van de economie, maar ook op de manier waarop onderwijs wordt aangeboden. Digitaal leren zal in de nabije toekomst een belangrijkere rol gaan spelen. Voor aanbieders van volwasseneneducatie betekent dit dat ze een goede balans moeten zien te vinden tussen sociale inclusie van lerenden door fysiek onderwijs en aanpassing aan veranderende omstandigheden. Initiatieven als “Keep London Learning” proberen digitaal leren en sociale integratie en interactie niet als twee tegengestelden te zien, maar als twee dingen die hand in hand gaan. De sector van niet-formele volwasseneneducatie staat voor bijzonder lastige financiële omstandigheden, maar heeft desondanks veerkracht getoond om de crisis het hoofd te bieden. De sector heeft alles op alles gezet om flexibele oplossingen te bieden waarbij de lerende centraal staat, om lerenden aan het leren te houden en de meest kwetsbare groepen te bereiken.

 


 

Raffaela Kihrer is sinds 2013 actief op het gebied van volwasseneneducatie en levenslang leren in de EU. Als hoofd Beleid van de European Association for the Education of Adults (EAEA) zet ze zich in voor de waarde van niet-formele volwasseneneducatie en leren, door belangenbehartiging en voorlichting op Europees niveau.

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn Share on email
Refresh comments Enable auto refresh

Zobrazuje se 1 - 4 ze 4
  • Obrázek uživatele Marta Kosińska
    Problemy z edukacją zdalną najczęściej tylko w pewnym procencie są powodowane kwestiami czysto technologicznymi. Większość przyczyn dla tych problemów, to kwestie społeczne: rodzinne, międzyludzkie, lokalowe, ekonomiczne. To pokazuje, że nie ma czegoś takiego jak czysta technologia, czy czyste media: są one zjawiskami kulturowymi, złożonymi hybrydami fizyczno-społecznymi. Z tego względu problem wykluczenia cyfrowego jest tak złożony. 
  • Obrázek uživatele Monika Schmeichel-Zarzeczna
    Patrząc na problemy z edukacją zdalną mam podobne odczucia. Jeśli chodzi o edukację dorosłych to zauważyłam że zaczyna się ona odbywać niejako "przy okazji":
    - w pracy podczas wykonywania innych obowiązków (przełożeni nie zawsze godzą się zwolnić z obowiązków na czas szkolenia online jednocześnie wymagając aby pracownik wziął w nim udział),
    - w domu gdzie często nie ma warunków do uczenia się (pozostali domownicy etc...)
    Przez to dla wielu osób uczenie się online jest nieefektywne.

  • Obrázek uživatele Małgorzata Rosalska
    Też tak na to patrzę. Pracując z dorosłymi widzę, jak wiele barier sami budują sobie w głowach. Albo nie pozwalają rozbroić tych, które wcześniej sobie zbudowali (np. to jest dla młodych, to jest za trudne, tyle czasu żyłam bez tego, to i teraz dam sobie radę...).Technologia jest ważna, ale kluczowe znaczenie przypisuję motywacji i gotowości do uczenia się. Wykluczeniem cyfrowym zagrożeni są wszyscy, nie jest to zależne od poziomu wykształcenia. Na przykład pandemia dość brutalnie obnażyła potrzeby rozwijania kompetencji cyfrowych wśród nauczycieli wszystkich etapów edukacyjnych. Myślę, że w tym obszarze szczególnie ważne jest promowanie bezpiecznej kultury uczenia się - ustawicznego, całożyciowego.
  • Obrázek uživatele Piotr Maczuga
    Dokładnie. Miałem okazję w zeszłym tygodniu porozmawiać z Piotrem Piaseckim, który prowadzi Radę Sektorową ds. Kompetencji - Usługi Rozwojowe (przy PARP) i pokazał wyniki badania przeprowadzonego wśród polskich firm szkoleniowych. Raczej brak umiejętności wytworzenia strategii jest większą barierą, niż technologią. Dla zainteresowanych cała rozmowa: https://www.youtube.com/watch?v=QoBtShqpMNc
    Ja oczywiście na to spojrzałem z punktu widzenia edukatora, a nie odbiorcy, ale też chciałbym jedną rzecz dorzucić. Od ponad dekady rozwijamy bankowość elektroniczną - jest ona bodaj najlepiej rozwinięta w całej Europie (naprawdę inne kraje zazdroszczą nam choćby BLIK-a) a i tak sami sobie stawiamy bariery i nadal wiele osób nie potrafi obsłużyć konta przez internet, wierząc w stare, dobre okienko w banku. Mówimy o barierach mentalnych itd. Jednocześnie, całkiem niedawno wprowadzono tzw. e-recepty. Prawie wszystko tam działa i jest naprawdę OK, a w tym przypadku naprawdę praktycznie nikt się nie przejmował tym czy wykluczeni sobie poradzą. Poradzili sobie, a wdrożyć to narzędzie po prostu trzeba było ze względu na sytuację.