chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronická platforma pro vzdělávání dospělých v Evropě

 
 

Blog

Werken met vrijwilligers: de praktijk in CVO VOLT

05/08/2019
od Karine Nicolay
Jazyk: NL

CVO VOLT was partner in het Erasmus+ KA2-project ‘Volunteers in Language Learning’. Samen met vier buitenlandse partners werkte het CVO aan instrumenten om zelf aan de slag te gaan met vrijwilligers. Het project liep van 2017 tot eind augustus 2019. Dorinda Dekeyzer, de trekker van het project in CVO VOLT, vertelt wat ze eruit leerden en wat de resultaten zijn.

Dorinda Dekeyzer: Toen we in 2017 in het project stapten waren we de enige partner met heel weinig vrijwilligers, welgeteld twee. Dat was geen probleem voor ons. Want telkens we in een Erasmus+ project stappen, willen we iets doen waar we nog niet mee bezig zijn maar waar we van vinden dat we het moeten doen. In onze vorige projecten is dat ook altijd zo geweest. Achteraf bleek altijd dat we enorm veel leerden uit deze projecten. De aanleiding van dit project was de vluchtelingencrisis in 2015. In ons centrum was de motivatie vooral dat we graag met vrijwilligers in de klassen zouden werken omdat onze groepen vrij groot zijn.

Aan welke Europese projecten deden jullie nog mee?

We namen deel aan enkele Grundtvig-projecten van vroeger. Eén keer hebben we zelfs een project gecoördineerd. Dat ging over trajectbegeleiding NT2 omdat we toen een decretale verplichting hadden en omdat we ook niet goed wisten hoe we daar moesten aan beginnen. We waren partner in het multilaterale project Sheherazade, over storytelling. Daarna hadden we een fusie en zijn we verhuisd, dus dan zijn we er enkele jaren tussenuit geweest, maar nu zijn we toch weer in dit project over werken met vrijwilligers gestapt.

Wie zijn de partners van het project?

De coördinator van het project is Caritas Wenen in Oostenrijk. Zij waren ook partner in het Sheherazade-project. Op die manier zijn wij er bijgekomen. De andere partners zijn Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De Deense Raad voor Vluchtelingen kenden we ook al. Dat is een heel grote organisatie, maar in die organisatie worden alle cursussen Deens door Laerdansk gegeven, waar we vroeger ook al mee hebben samengewerkt. Het Duitse Ibis is een zeer kleine organisatie die soms wel wat moeilijkheden had om als kleine organisatie deel te nemen aan zo’n groot project. English for Action zit in Londen. Zij geven cursussen Engels in basisscholen aan – vooral – moeders terwijl hun kinderen op school zitten.

Hoe begonnen jullie aan het project?

Het eerste wat we moesten doen, was vrijwilligers vinden natuurlijk. We wisten niet zo goed hoe we daaraan moesten beginnen maar we hebben het zo structureel mogelijk gedaan. We hebben affiches gemaakt, en we hebben een filmpje van 30 seconden gemaakt dat in Kinepolis werd vertoond. We hebben op vrijwilligerswerk.be een advertentie gezet en een Facebook-campagne opgezet. Ludwig, onze vrijwilligerscoördinator heeft deelgenomen aan een seniorenbeurs in Leuven omdat de meeste van onze vrijwilligers senioren zijn. Deze coördinator konden we betalen met het geld van het project. Ludwig is zelf ook vrijwilliger in een rusthuis en dat is wel heel interessant. Hij heeft ook een project in Cambodja om leerkrachten te trainen waar ons centrum mee samenwerkt. Daarvoor zoeken we vrijwilligers die voor langere tijd naar daar kunnen gaan om de leerkrachten Engels op te leiden zowel in de taal als pedagogisch. De ervaring die Ludwig in dat project had opgedaan is ons goed van pas gekomen.

We maakten ook een nieuwsbrief voor de collega’s omdat je ook bij hen eerst de vraag moet creëren. In het begin waren sommigen wat afkerig, maar de collega’s die een vrijwilliger in de klas hadden maakten hen er wel warm voor. Dus daarom maakten we interviewtjes met hen.

/cs/file/affichepngaffiche.png

/cs/file/affichepng-0affiche.png

/cs/file/affiche2pngaffiche2.png

Affiche om vrijwilligers te werven

/cs/file/seniorenbeursjpgseniorenbeurs.jpg

Vrijwilligers werven op de seniorenbeurs. Rechts vrijwilligerscoördinator Ludwig.  

 

Hoeveel vrijwilligers vonden jullie?

Meestal hebben we nu tussen de dertig en de veertig vrijwilligers. Er komen er iedere week nog bij. Dat komt door de mond-aan-mondreclame. Tevreden vrijwilligers zijn ambassadeurs voor je organisatie. Maar natuurlijk verloop is normaal. Er zijn ondertussen ook al verschillende mensen gestopt, vaak omdat ze er ergens een andere taak bij krijgen en hen dan de tijd ontbreekt.

Voorzien jullie een intake voor de vrijwilligers?

Ja, daar stelden we een stappenplan voor op. Het eerste contact verloopt altijd via e-mail. Daarna is er een persoonlijk gesprek om kennis te maken. De potentiële vrijwilliger vult dan een intakeformulier in en daarmee zoeken we een match tussen een leerkracht en de vrijwilliger via de coördinator. In eerste instantie gaat dat meestal over ‘wanneer is die vrijwilliger beschikbaar?’ De meeste vrijwilligers komen immers niet ’s avonds en niet ’s morgens. En net in de namiddag hebben wij niet zo veel cursussen. Dus dat is altijd een beetje zoeken. We maken een vrijwilligerscontract op omdat de mensen ook verzekerd moeten zijn. We betalen geen vrijwilligersvergoeding maar ze krijgen wel hun vervoerskosten terugbetaald. Op de website van Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk is alle informatie over de wetgeving, verzekering, vergoedingen e.d. te vinden.

Waarvoor worden de vrijwilligers ingezet?

Ze assisteren vooral in de klas, vooral bij Nederlands voor anderstaligen. Dit was het eerste opzet van het project, maar we hebben dit van in het begin ook opengetrokken naar lessen waar niet alleen anderstaligen zitten maar ook Vlamingen, en ook niet alleen voor taallessen. De vakgebieden waar de vrijwilligers terechtkomen is Nederlands voor anderstaligen voor 90%, tweedekansonderwijs 8% en 2% vreemde talen. Bijvoorbeeld bij Italiaans is er een vrijwilliger, ook bij Spaans… Bij Duits was er ook iemand, maar dat was niet zo succesvol.

Taalcafés hebben wij ook regelmatig, in samenwerking met Tweedekansonderwijs. Er worden dan groepjes gevormd per vrijwilliger en daar wordt gewerkt met kaartjes om de conversatie op gang te brengen. We hebben bijvoorbeeld ook een talentenjacht gedaan voor Nederlands waarin de vrijwilligers een grote rol hebben gespeeld. En we hebben een weggeef-winkel. Seda houdt de winkel open, en zij is ook onze collega Turks in cvo Crescendo.

/cs/file/sedainweggeefwinkeljpgseda_in_weggeefwinkel.jpg

Vrijwilligster Seda in de weggeefwinkel. 

 

En dan is er nog het buddy-project, maar dat is het minst succesvol gebleken. Dat is dan één vrijwilliger die buiten de les samenkomt met 2 of 3 cursisten, maar het grootste probleem is dat de cursisten soms niet opdagen en dan is het heel moeilijk om een vrijwilliger gemotiveerd te houden. We hebben van het buddy-project het minste rendement, maar we hebben er wel veel uit geleerd bijvoorbeeld over hoe je vrijwilligers gemotiveerd kan houden.

/cs/file/buddyprojectjpgbuddyproject.jpg

Het buddy-project 

Hoe houden jullie de vrijwilligers gemotiveerd?

We organiseerden een namiddag met taart en koffie om wat te kunnen bijpraten. We organiseren seminaries over bepaalde onderwerpen, bv. over feedback geven. Dat is meestal op vraag van de vrijwilligers zelf. Er was een etentje met de directie. Er is uiteraard veel waardering door lesgevers en cursisten. Maar de meesten zijn ook intrinsiek gemotiveerd. Je merkt dat ze graag komen en iets willen doen. Met nieuwjaar krijgen ze allemaal een persoonlijk nieuwjaarskaartje en in de week van de vrijwilliger krijgen ze een doosje pralines.

/cs/file/etentjedirectiepngetentje_directie.png

Het etentje met vrijwilligers en directie als bedankje op Facebook gepost. 

 

Wat zijn de tastbare resultaten van het project?

In het project moesten we 3 ‘intellectual outputs’ realiseren: een toolkit voor leerkrachten, voor de vrijwilligers zelf, en voor organisaties. In de toolkit voor leerkrachten staan heel veel uitgewerkte lesvoorbeelden, taalspelletjes, en dingen die je kan doen met een vrijwilliger in de klas en dan staat er telkens bij wat de rol van de vrijwilliger is.

Onze bijdrage aan de toolkit was dat we 10 goede praktijkvoorbeelden gezocht hebben en dat we twee interviews met experten deden. Ook de andere landen deden dat. Wij deden een interview met experten van de dienst Diversiteit van de stad Leuven en met het CVO Perspectief in Gent. Hun inbreng zit verwerkt in de outputs. (Dorinda stuurde verslag van Diversiteit over Ronde-tafel-gesprek door).

We maakten ook een uitgewerkt praktijkvoorbeeld voor de website over vrije tijd: Bijt in je vrije tijd. Dat staat ook op de website van het project ‘Bite in your free time’. Dit is een goed praktijkvoorbeeld omdat daar alles bij elkaar komt. Je hebt vrijwilligers, je hebt de buitenlandse cursisten die op een informele leren, maar ook formeel omdat die uitstap voorbereid wordt tijdens de lessen. Het gaat over taal, het is buiten de klas, het is gratis en het is participatieverhogend. Het middenveld is hier ook heel nauw bij betrokken. Er zijn meer dan 50 organisaties bij betrokken.

 

Hier vind je een filmpje (ongeveer 7 minuten) van wat er allemaal gebeurd is in het project 'Volunteers in Language Learning'. Je vindt er interviews met cursisten over wat zij vinden van een vrijwilliger in de klas, van vrijwilligers zelf en van de activiteiten

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn